Sociale media

De druiven zijn zuur

Hoe je een rechterlijke begrenzing verkoopt als heldenepos

Ik zit me al dagen te verbazen over de eindeloze stroom berichten over een vonnis. Welles, nietes, haters, Fleur, nog meer Fleur, en telkens weer het uitgekauwde “ik zeg er nog één keer iets over”, dat inmiddels het karakter heeft van een abonnement. Het is alsof herhaling vanzelf de smaak verandert.

Als je Klomp moet geloven, is hier een klinkende overwinning geboekt: een journalist die juridisch volledig zijn handen in onschuld mag wassen tegenover een complotdenkster die eindelijk op haar plaats is gezet. Al drie rechtszaken gewonnen, zo wordt gesuggereerd, deze eveneens. Wie dat betwist, is een hater met een vertroebelde blik. Behalve hijzelf uiteraard.

Wie het vonnis leest en de tijdlijn ernaast legt, ziet iets anders.

Een rechter heeft een grens getrokken in een uit de hand gelopen online conflict. Gewoon een civiel kort geding waarin werd gekeken naar concrete uitlatingen en hun juridische houdbaarheid. Verboden zijn specifieke beschuldigingen van strafbare feiten zonder feitelijke basis en dreigende uitlatingen.

Er werd geen rectificatie opgelegd, geen dwangsom en niemand kreeg het grote gelijk uitgereikt. Wat er ligt is geen heldenepos, maar een streep in de zandbak. Tot hier en niet verder.

De rechter houdt het opvallend eenvoudig. Veel van wat over en weer is gezegd kwalificeert zij als scheldpartijen waarin partijen elkaar blijven opjutten. Onsmakelijk, zeker, maar daarmee nog niet automatisch onrechtmatig. Zelfs beledigende kwalificaties kunnen binnen de vrijheid van meningsuiting vallen wanneer ze deel uitmaken van een uit de hand gelopen ruzie op X. Ze spreekt expliciet over wederzijdse escalatie. Niet over één dader en één slachtoffer, maar over een conflict waarin twee partijen elkaar bezig houden.

De grens trekt ze bij beschuldigingen van zware strafbare feiten zonder feitelijke basis en bij dreigementen met geweld. Niet bij scherpe woorden of gekrenkte ijdelheid, maar daar waar het recht daadwerkelijk ingrijpt. Wie daar een heldenverhaal van maakt, beschikt over een levendige verbeelding.

De gevorderde rectificatie wordt afgewezen als disproportioneel, mede gezien de online strijd en het aandeel van beide partijen. Geen dwangsom, gecompenseerde proceskosten, een wederzijds vijfmeterverbod en een tagverbod voor meneer Klomp. Dat is de balans die de rechter opmaakt. Niet meer en niet minder en geen eenrichtingsverkeer.

Wat er online van wordt gemaakt, is een ander verhaal.

Het accent verschuift van juridische begrenzing naar overwinning, van wederkerigheid naar slachtofferschap, van concrete onrechtmatigheid naar breed moreel gelijk. Wie nog over “both sides” spreekt, zou het niet begrijpen. Wie een feitelijke samenvatting van het vonnis deelt, zoals keurig werd gedaan door Hendrina de Graaf, krijgt te horen dat zij er niet bij was, het vonnis niet heeft gelezen – maar blijkbaar wel kan samenvatten – en evidente fouten maakt, zonder dat wordt uitgelegd welke fouten dat dan zouden zijn. Het gesprek gaat dan niet meer over de tekst, maar over wie het recht zou hebben om die te duiden.

De eigen mening wordt gepresenteerd als journalistieke duiding. Aanwezigheid bij de zitting is opeens nodig om iets te delen, alsof een openbaar vonnis niet door iedereen kan worden gelezen die de moeite neemt het op te zoeken online. Dat is framing. En het werkt.

Daaronder ligt een vorm van dedain die voortdurend opduikt. Ik was erbij, jij niet. Ik zie het scherp, jij snapt het niet. Geen uitglijder, maar een patroon. Telkens weer.

In de dagen na het vonnis worden critici weggezet als complotdenker, gefrustreerd of anti-ons. Er wordt gesproken over haters en over hoe haat de blik vertroebelt. De inhoud verdwijnt, de persoon wordt eerst in een morele categorie geplaatst en pas daarna, als het nog nodig is, het argument bekeken.

En dan wordt het kleinzieliger.

Maar Simone ziet nog steeds een arm verzopen katje dat ze moet redden. Niet te genezen dat mens.

Een vrouwelijke advocaat wordt gereduceerd tot “Boriaantje”. Een ander tot iemand die een “arm verzopen katje” wil redden. “Niet te genezen dat mens” is de afsluiting. Dat zijn geen juridische termen en geen analyse van een vonnis. Dat zijn verkleiningen. Professionele standpunten worden teruggebracht tot emotie, mensen tot gebreken, alles verpakt als reactie op “gevaarlijke haat”.

Daar schuurt het.

De rechter spreekt in nuchtere termen over belangenafweging, vrijheid van meningsuiting, reputatie en proportionaliteit. Ze benoemt wederzijdse escalatie en trekt een grens om rust terug te brengen. Online wordt datzelfde conflict herschreven als strijd tégen haters, worden critici psychologisch geduid en wordt alvast verwezen naar strafrechtelijke vervolgstappen, alsof het civiele oordeel slechts een tussenhalte is. De verschuiving is duidelijk: van concrete uitlatingen naar identiteit, van begrenzing naar voortdurende strijd.

Formeel wordt de uitspraak gerespecteerd. Er worden geen nieuwe beschuldigingen van strafbare feiten geuit en het tagverbod wordt nageleefd. Maar het doel van het vonnis, het terugbrengen van rust in een conflict waarin twee partijen zich hebben laten meeslepen, raakt uit zicht.

Wie de dagen na het vonnis de tijdlijn op X opent, ziet geen rust maar herhaling. Steeds weer dezelfde naam, hetzelfde conflict, dezelfde strijd. Je krijgt visioenen van Donald Duck op speed met een toetsenbord, gezien de eindeloze stroom posts.

Een rechter zegt niet wie de held is. Zij zegt: tot hier en niet verder. Wat daarna gebeurt, is geen juridische noodzaak maar een keuze.

Je kunt een vonnis gebruiken als trofee, als bewijs van gelijk en als brandstof voor een nieuw hoofdstuk. Je kunt het ook lezen als een signaal dat het genoeg is geweest.

Het eerste levert applaus op van de Klompettes.

Het tweede vraagt om volwassenheid.

En misschien zegt juist de onstilbare behoefte om het verhaal te blijven herhalen en te winnen meer dan het vonnis zelf ooit heeft gedaan.

De druiven zijn zuur | bronnen

Opinie

Iran, maar dan graag via Israël

Over selectief activisme en het wegkijken terwijl Iraniërs vechten voor hun vrijheid

Vorig jaar schreef ik over Iran als een land waar vrouwen die uit de pas lopen worden bestraft met verkrachting, zweepslagen en de galg. Dat stuk ging niet over incidenten, maar over een systeem. Over een staat die geweld inzet als bestuursvorm en het lichaam van vrouwen gebruikt om gehoorzaamheid af te dwingen. Geen ontsporing, maar een meedogenloos beleid.

Wat we nu zien, is wat er gebeurt wanneer datzelfde systeem zich niet meer beperkt tot vrouwen, maar iedereen raakt die nog durft te spreken. Niet alleen volwassen mannen, maar ook schoolmeisjes, jongens, oude vrouwen. Iedereen die weigert te zwijgen.

Dit gebeurt nu. In Iran wordt op dit moment geschoten op mensen die de straat op gaan omdat ze hun vrijheid opeisen. Het gaat allang niet meer alleen om de verplichte hijab of de positie van vrouwen. De munt is ingestort, prijzen rijzen de pan uit, lonen zijn niets meer waard. Winkels sluiten uit protest, universiteiten lopen leeg en demonstraties breken uit in tientallen steden.

De reactie van de staat is niet terughoudend en niet aarzelend. Veiligheidstroepen schieten met scherp. De Revolutionaire Garde wordt ingezet. Het internet wordt vrijwel volledig afgesloten. Alleen via Starlink bestaat nog een mogelijkheid om beelden en berichten naar buiten te krijgen. Ja, van Musk. Bespaar me de morele bijsluiters. Zonder die verbinding blijft alles onzichtbaar.

Dat is geen technisch probleem en geen poging tot rust. Het is een bewuste keuze om zicht weg te nemen terwijl het geweld doorgaat. Wie niets ziet, kan later zeggen dat hij het niet wist. Waar hebben we dat eerder gehoord?

De beelden zijn er. Lichamen liggen in lijkzakken in mortuaria en op binnenplaatsen. Families zoeken tussen de zakken naar hun kinderen, hun partners, hun broers. Mensenrechtenorganisaties spreken over honderden doden en meer dan tienduizend arrestaties. Die aantallen liggen waarschijnlijk hoger, juist omdat communicatie is afgesneden en onafhankelijke controle wordt tegengewerkt. Gewonden mijden ziekenhuizen uit angst om daar alsnog te worden opgepakt. Rouw mag alleen onder toezicht.

Dit is geen verlies van controle.
Dit is controle.

De stilte

Accounts, commentatoren en activisten die maandenlang onafgebroken spreken over Gaza, genocide, kolonialisme en historische schuld, laten Iran grotendeels liggen. Niet omdat zij het nieuws missen, maar omdat Iran geen vanzelfsprekende plek krijgt in hun morele reflex. Het past niet in het verhaal dat al klaar ligt. Het schuurt. Het vraagt om een positie die niet vooraf is uitgeschreven.

Er is geen “people of Iran”. Geen collectieve kreet die viraal gaat, geen morele paniek die zichzelf versterkt. Er wordt geen rode lijn getrokken, niemand plakt zich vast of gaat in een station zitten. Dat is gedoe en bovendien is het koud en oncomfortabel om nu op een stenen vloer of trap te zitten.

Er zijn ook geen vlaggen, geen activisten die met hun gezicht half verborgen achter een balaclava iets mompelen over mensenrechten. En laten we eerlijk zijn: de universiteitsgebouwen staan er nog. Niet gesloopt, niet bezet. Voor tentjes, spandoeken en kamperen geldt blijkbaar dat het weer moet meewerken. Verontwaardiging blijkt voorwaarden te hebben – en comfort staat hoog op het lijstje.

Wat er wél verschijnt, zijn andere gesprekken. Draadjes over alledaagse keuzes, persoonlijke ergernissen, het gemak of ongemak van consumptie, reizen en routines. Niets verkeerds op zichzelf, maar veelzeggend in dit moment. Waar dagenlang onvermoeibaar berichten konden worden gedeeld over Gaza, waar elke ontwikkeling werd geduid, versterkt en herhaald, valt het gesprek over Iran stil. Terwijl daar mensen worden neergeschoten, opgepakt en van het internet afgesneden, verschuift hier de aandacht naar het veilige en het herkenbare. Geen standpunt innemen blijkt ook een standpunt.

Dat is geen onschuldige afleiding. Het is een keuze.

Het moment waarop Iran wél verschijnt

Dat verandert pas wanneer het onderwerp Iran koppelingen aan Israël en de VS krijgt. Zodra het regime zelf begint te wijzen naar de Verenigde Staten en Israël als veroorzakers van het geweld, verschijnt Iran ineens wél in posts op sociale media. Als geopolitiek schaakstuk, welteverstaan. Niet als land waar burgers worden neergeschoten, maar als bewijsstuk in een bestaand debat dat al lang draait om iets anders.

Plots gaat het over CIA, Mossad, zionistische lobby’s en buitenlandse inmenging. Demonstranten worden herleid tot marionetten. De naam Pahlavi duikt op als afleiding, niet om Iraniërs te beschermen, maar om het gesprek te verplaatsen. Iran wordt niet verdedigd, maar gebruikt.

Dit is geen interpretatie. Het is timing.

Wat er gezegd wordt terwijl Iraniërs in opstand komen?

“In Nederland heeft de zionistische lobby een comité ‘voor Iran’ opgericht om sympathie te wekken voor de terugkeer van de sjah.”

“Wie nu over Iran praat zonder Israël te noemen, mist de kern.”

“Deze protestgolf gaat niet over mensenrechten, maar over geopolitieke belangen van de VS en Israël.”

“Het is cynisch dat mensen die eerder genocide in Gaza goedpraatten nu ineens huilen over Iran.”

“Demonstranten in Iran zijn marionetten van CIA en Mossad.”

“De media laten alleen gewelddadige beelden zien omdat dat past in hun anti-Iran agenda.”

“Veel Iraniërs steunen het regime, maar dat wordt bewust niet getoond.”

“Hoe een islamitisch land zichzelf bestuurt, is geen westerse zaak.”

Alle citaten zijn afkomstig uit openbare posts op sociale media (10–12 januari 2026). Volledige bronverwijzingen staan onder dit artikel.

Regimes en hun echo in het Westen

De ayatollahs geven hun regime graag een stem uit het Westen, om ook daar publiek te bedienen. Westerse woorden geven legitimiteit aan een verhaal dat intern met geweld wordt afgedwongen.

Een van die echo’s was in 2024 Jan Tervoort. Niet als journalist of deskundige, maar als sociale-mediafiguur die zijn zichtbaarheid vrijwel volledig ontleent aan X. Buiten dat platform heeft hij geen noemenswaardige stem en zelfs daar blijft zijn bereik beperkt. Hij liet zich inzetten om te spreken over Israël en vermeende zionistische netwerken. Niet over repressie in Iran, niet over executies of gevangenissen, maar over alles wat het regime goed uitkwam.

Over mensenrechten in Iran is hij elders helder: “Neuh, ik hou me niet echt bezig met mensenrechten in Iran. Het leven is keuzes maken.”

Dat hij daar toen sprak en nu zwijgt, is geen toeval. Het laat zien welk onderwerp zijn volle aandacht krijgt en welke mensenrechten er niet toe doen.

Iraanse stemmen

Terwijl dit alles gebeurt, spreken Iraniërs zelf. Journalisten en activisten laten zien hoe het internet wordt afgesloten, hoe mensen massaal worden opgepakt en hoe snelle executies dreigen. Ze waarschuwen dat het klakkeloos overnemen van het verhaal van het regime levens kost, omdat het geweld legitimeert en steun van buitenaf ondergraaft.

Die stemmen zijn er. Ze zijn duidelijk en volhardend. Ze vertellen over families die hun doden niet mogen begraven zonder toestemming, over gevangenen die verdwijnen, over jongeren die worden opgepakt omdat ze een video delen of iets roepen op straat. Ze blijven spreken, ook nu alles erop is gericht hen het zwijgen op te leggen.

Maar deze stemmen bereiken vooral mensen buiten de bubbel die zichzelf graag anti-imperialistisch noemt. Het probleem is geen gebrek aan informatie, maar een gebrek aan bereidheid om te luisteren zodra de boodschap niet past in een vertrouwd verhaal.

Wat dit doet

Dit alles is niet neutraal. Wegkijken is een keuze en die keuze heeft gevolgen. Selectief activisme ontneemt Iraniërs internationale steun op het moment dat die het hardst nodig is. Het versterkt het narratief van een regime dat zich als slachtoffer presenteert, terwijl het zijn eigen bevolking neerschiet. Het maakt geweld onzichtbaar door het te verklaren in plaats van het te benoemen.

Iraans verzet wordt zo twee keer uitgewist. Eerst door een staat die schiet, censureert en begraaft. Daarna door activisten die alleen spreken wanneer een crisis past binnen hun vaste morele kader en zwijgen zodra dat kader schuurt.

Iran is geen decor en geen verlengstuk van een ander conflict. Het is geen bijzaak en geen kapstok voor morele zelfprofilering. Het is een land waar nu burgers worden doodgeschoten omdat ze weigeren te verdwijnen.

Wie dat verkleint of verplaatst, maakt een keuze. Niet voor nuance, maar uit gemakzucht. En precies op dat gemak rekent dit regime.

Dit is het moment waarop selectief activisme door de mand valt.

Iran, maar dan graag via Israël | b r o n n e n

Sociale media

Zou u haar doen?

Ik heb niets met de SP. Verre van zelfs. En nee, de toon van Bart Nijman is niet de mijne. Ik lees zijn nieuwsbrief soms, ben het er af en toe mee eens en klik net zo vaak weer weg. Dat is niet het punt. Het punt is wat er gebeurt zodra iemand het waagt om buiten de eigen kring te schrijven.

De aankondiging was onschuldig. Renske Leijten gaat columns schrijven voor de nieuwsbrief van Bart Nijman. Haar eerste bijdrage was geen pamflet of provocatie, maar een eenvoudige introductietekst. Persoonlijk van toon, zoekend en reflecterend. Over identiteit na de politiek, over tijd nemen, over het gevaar van hokjesdenken en tribalisme.

En toen ging de bubbelbühne los.

Niet omdat men haar tekst aandachtig had gelezen. Dat bleek al snel. De reacties gingen niet over wat ze schreef, maar over waar ze het schreef. Over met wie ze in één adem genoemd kon worden. Schuld door associatie, zonder omwegen en zonder rem.

De labels vlogen in het rond. Racisten. Genocideverheerlijkers. Waardeloze stukjesschrijvers. Wandelend hakenkruis. Racistisch schuim der natie. Er werd niet geciteerd, niet geanalyseerd en niet weerlegd. Het oordeel was er al. De inhoud was overbodig.

De hypocrisie zit niet alleen in wat er werd gezegd, maar in wie het zei en hoe het werd gepresenteerd. Met de zin “Zou u haar doen?” suggereerde Lotfi El Hamidi dat dit de vraag was die Bart Nijman zijn abonnees had moeten stellen voordat Renske Leijten mocht schrijven. Een walgelijke uitspraak, de eerste keer ook al. In 2010. Seksistisch, reducerend en onthullend. Alsof seksuele beoordeling de juiste maatstaf is voor toegang tot het debat. Alsof dát de norm is waar men zich druk over zou moeten maken. Het archief fungeert hier als hulpje voor verontwaardiging die inhoudelijk nog niet op eigen benen kan staan.

Wat het extra wrang maakt, is dat dezelfde auteur zich ook graag presenteert als iemand die waarschuwt voor ontmenselijking en het vastpinnen van mensen op labels. In een interview met De Groene Amsterdammer noemt hij de Koran zijn favoriete boek, geroemd om de mystiek en de subtiliteit van taal. Dat staat er allemaal keurig. Wie zich graag beroept op subtiliteit en mystiek, maar uitkomt bij “Zou u haar doen”, laat zien hoe dun dat laagje beschaving soms is.

Wat hier zichtbaar wordt, is de bubbelbühne in volle glorie. Een morele kring waarin instemming wordt beloond en twijfel wordt afgestraft. Het beeld van de deugdende veren die in elkaars derrière verdwijnen is misschien vilein, maar treffend. Zo werkt deze kring. Wie applaudisseert, hoort erbij. Wie om onderbouwing vraagt, wordt verdacht.

Dat beroep op argumenten is ondertussen puur decoratief. Er wordt gezegd dat het om argumenten zou moeten gaan en niet om clicks, terwijl er geen enkel argument volgt. Wie wél vraagt waar beschuldigingen op gebaseerd zijn, krijgt geen antwoord maar een sneer. Of een blokkade. Of allebei.

Opvallend is wie dat doen. Niet alleen anonieme roeptoeters, maar ook mensen zoals Nadia Bouras, universitair docent, die anderen de maat nemen over debatcultuur terwijl zij zelf elke inhoudelijke vraag ontwijken. Het woord argument wordt ingezet als moreel accessoire, terwijl kritiek wordt afgedaan met “zout toch op” of “je gaat je goddelijke gang maar”. En als iemand het niet eens is met die kwalificaties en durft te vragen waar Bouras zich op baseert, volgt een antwoord als: “Steek die vinger maar ergens waar het licht niet schijnt. En ga wat nuttigs doen.” Einde discussie.

Het is een gesloten systeem. Binnen de bubbel wordt het eigen gelijk bevestigd. Daarbuiten volgt geen gesprek, maar een vonnis. Niet lezen, maar labelen. Niet weerleggen, maar uitsluiten. Vrijheid van meningsuiting, zolang het de juiste is.

Ironisch genoeg sluit dit naadloos aan bij wat onderzoek al jaren laat zien. In Why Groups Go to Extremes en later in #Republic beschrijft Cass Sunstein hoe gelijkgestemde groepen, zeker online, niet gematigder maar radicaler worden. Wie vooral mensen hoort die hetzelfde denken, wordt niet kritischer, maar zekerder van het eigen gelijk. Afwijking verdwijnt, nuance verdampt en morele eensgezindheid wordt belangrijker dan denken.

Je ziet het hier gebeuren, in real time.

Oude citaten van meer dan tien jaar geleden worden erbij gehaald om het eigen gelijk te staven. Context doet er niet toe. Tijd niet. Ontwikkeling niet. Een uitspraak uit 2014 wordt een levenslange identiteit, omdat er van recentere datum blijkbaar niets te vinden is. Alsof mensen niet kunnen veranderen, reflecteren of bijstellen. Een merkwaardig mensbeeld voor wie zegt te geloven in groei en bewustwording.

Intussen blijft de oorspronkelijke tekst van Leijten irrelevant verklaard. Niemand citeert haar woorden. Niemand gaat in op haar waarschuwing voor hokjesdenken. Niemand lijkt de ironie te zien dat een tekst over tribalisme wordt beantwoord met tribalisme.

Dit gaat niet over links of rechts. Niet over SP of VVD. Niet over Nijman of Leijten. Dit gaat over uitsluiting. Over bepalen wie nog mag spreken en wie niet. Over morele verontwaardiging als excuus om niet meer te hoeven denken.

Ik hoef het met Nijman niet eens te zijn om te zien hoe dit ontspoort. Ik hoef Leijten niet te steunen om te herkennen wat hier gebeurt. Meningen worden hier niet betwist, maar vervangen door etiketten die de bubbelbühne klaarlegt voor wie zelf stopt met denken.

Vrijheid van meningsuiting is hier een decorstuk. Het mag bestaan zolang het niets verstoort. Wie buiten de lijn spreekt, wordt niet weerlegd maar gemarkeerd. En wie om argumenten vraagt, krijgt geen antwoord maar een sneer of een blokkade.

Dat is geen debat. Dat is een echoput. En hoe harder men erin roept, hoe gelijker het klinkt.

Naschrift

Na publicatie kwam de bubbelbühne in actie. Niet op de inhoud. Er werd gescholden, geprojecteerd en weggezet. Er werd vooral niet gelezen.

En als iets er niet staat, dan verzin je het gewoon. “En dan ook de islam er nog bijhalen”, bijvoorbeeld, om vervolgens “smerig” te kunnen roepen. Uiteraard gevolgd door een blokkade van de verheven meneer. Dat is geen misverstand, maar een oude techniek. Wie eerst iets roept wat er niet staat, hoeft inhoudelijk niet op de tekst te reageren.

Geen enkele reactie kwam met een argument. Wel met woede en moreel theater. Er werd gesteld dat woorden achter elkaar zetten nog geen column is, omdat de aanname was dat de auteur niet zou weten waar “Zou u haar doen” vandaan komt. Dat weet zij wel. Uit 2010.

En precies daar raakt dit stuk zijn kern. Dat El Hamidi in 2026 moet teruggrijpen op een quote uit 2010 om een punt te maken, is op zichzelf al veelzeggend. Niet over Renske Leijten, want inhoudelijk zegt hij niets. Die quote zegt alles over de armoede van zijn kritiek. Wie niets actueels kan aanwijzen, graaft in stoffige archieven en noemt dat duiding.

De ironie is compleet wanneer die morele verontwaardiging gepaard gaat met klachten over stijl. Witheet worden van “warrige stukjes en lelijke zinnen”, terwijl je zelf “ik wordT” schrijft en interpunctie laat verdwijnen, is ook een keuze. Net als woede verwarren met inhoud. Om het in haar eigen woorden te zeggen: woorden achter elkaar zetten is nog geen inhoudelijke reactie. Doe er je voordeel mee.

Wie morele woede nodig heeft om een punt te maken, heeft geen punt meer.

Zou u haar doen? | b r o n n e n

Madame

Kerstverpakking

Voorgerecht: De champagne die naar plicht smaakte

De bel ging precies om zeven uur, zoals altijd. Opa keek op zijn horloge alsof hij een belangrijke afspraak had, oma glimlachte al voordat ze de deur opendeed. Krispin en Flora kwamen als eerste binnen, hij met een fles wijn die hij “een exclusieve Pinot Noir uit een onbekend wijnhuis” noemde, zij met een tas vol cadeaus die er duur uitzagen maar waarschijnlijk van de Action kwamen. Mirte volgde, haar jurk zo strak dat het leek alsof ze wilde wedijveren met de rollade in de oven. Lotte sleepte zich achter hen aan, alsof ze liever ergens anders was. Tante Truus en oom Bert kwamen als laatste, hij met een fles jenever die al half leeg was, zij met een schaal bitterballen die ze “voor de gezelligheid” had meegenomen.

Het huis rook naar schoonmaakmiddel en iets zoets, alsof oma had geprobeerd de geur van verwaarlozing te maskeren. Waldo, de hond, lag al onder de tafel, zijn ogen halfgesloten, zijn lichaam gespannen. Hij wist wat er komen ging.

Madame lag op de leuning van de stoel bij de gang. Ze rekte zich uit zonder haast. Ze had het huis al geroken: schoonmaakmiddel, jus, iets zoets dat probeerde te verbergen dat het hier nooit echt fris werd. Mensen dachten dat katten niets begrepen van bezit. Madame wist beter. Dit huis was van haar. De rest kwam op bezoek.

“Wat leuk dat jullie er zijn,” zei oma, alsof ze verrast was, alsof ze niet zelf had aangedrongen op dit diner, alsof ze niet drie weken geleden al had gebeld om te zeggen dat het zo gezellig zou zijn. “Ga zitten, ga zitten.”

Krispin koos de beste stoel, naast opa, alsof hij de troonopvolger was. Flora ging naast hem zitten en begon meteen op haar telefoon te tikken. “Ik moet even een story plaatsen,” zei ze. “Mensen willen weten dat ik er ben.”

“Wat doe je ook alweer precies?” vroeg Lotte terwijl ze een bitterbal pakte.

“Ik ben content creator,” zei Flora zonder op te kijken. “Ik deel mijn leven met de wereld.”

“Je deelt vooral foto’s van je avocado-toast, met drie likes, waarvan één van je moeder,” zei Krispin terwijl hij een klein biertje inschonk. “Maar het is belangrijk werk. Ze noemen het niet voor niets de nieuwe economie, als je tenminste genoeg tractie krijgt.”

Mirte snoof. “Ik werk op eerstegraadsniveau in de talensector. Dat is pas belangrijk.”

Madame keek op en dacht dat Mirte haar titel waarschijnlijk vaker gebruikte dan haar lesmateriaal.

“Wat houdt dat in?” vroeg oom Bert terwijl hij zijn hand op Lottes schouder legde.

“Ik zorg dat boodschappen op de juiste manier overkomen,” zei Mirte. “Het is een kunst.”

“Je stuurt mailtjes,” zei Krispin.

“Ik faciliteer dialoog,” corrigeerde Mirte.

Oma zette een schaal nootjes op tafel. “Lekker,” zei ze, alsof ze verwachtte dat iemand zou tegensputteren. Niemand pakte er een.

Krispin nam een slok van zijn kleine biertje en trok een gezicht alsof hij net iets bijzonders had geproefd.

“Deze IPA heeft echt diepe tonen. Je proeft de terroir.”

“Het is bier uit de supermarkt,” zei Flora.

“Precies,” zei Krispin. “Maar met karakter.”

Waldo liet een scheet, zacht maar dodelijk. Oma negeerde het.
“Zullen we aan tafel gaan?”

Soep

De soep was grijs en waterig, alsof oma had geprobeerd mist te koken.
“Het is een oud familierecept,” zei ze terwijl ze de kommen vulde.

“Het ziet er heerlijk uit,” loog Krispin. Hij nam een hap en legde zijn lepel meteen weer neer.

“Ik eet eigenlijk alleen nog biologisch. Voor een betere wereld.”

Madame keek naar zijn bord en dacht dat Krispin vooral zijn eigen imago voedde.

“Sinds wanneer?” vroeg Flora.

“Sinds ik mijn lichaam als een tempel ben gaan behandelen. Ik ben bezig met een detox én zorg voor het milieu.”

“Je at gisteren een broodje bal bij de snackbar,” zei Flora.

“Dat was een cheatmeal. Strategisch gepland.”

Madame dacht dat Krispin zijn principes net zo flexibel inzette als zijn vocabulaire.

Mirte nam een kleine hap soep en trok een gezicht alsof ze net iets giftigs had geproefd.
“Ik ben eigenlijk veganist.”

“Vorige week was je pescatariër,” zei Lotte.

“Ik evolueer,” zei Mirte.

Ze liet haar lepel zakken alsof ze zich iets herinnerde.
“Het is trouwens wel interessant,” zei ze achteloos, “dat mijn IQ tegenwoordig rond de 145 schommelt. Dat verklaart ook waarom ik dingen sneller zie dan anderen.”

Er viel een korte stilte waarin niemand wist of hier iets op gezegd moest worden. Mirte schonk zichzelf meer wijn in.

Madame kneep haar ogen samen en dacht dat Mirte vast weer een extra moeilijke tweesterren-Zweedse puzzel had opgelost. Met pen. Zonder gum.

Waldo liet een scheet.

Oom Bert leunde naar voren, zijn hand gleed langs Lottes arm.
“Je ziet er goed uit, Lotte. Heel volwassen.”

Lotte schoof een stukje op.
“Bedankt,” zei ze, alsof ze niet zeker wist of het een compliment was.

“Je hebt echt potentieel. Je zou model kunnen zijn.”

“Of vastgoed,” voegde tante Truus eraan toe, zonder te weten waar het over ging.

Waldo liet opnieuw een scheet, deze keer luider. Oma negeerde het.
“Wie wil er nog soep?”

“Ik ben eigenlijk al vol,” zei Krispin terwijl hij zijn kom halfleeg liet.

Hoofdgerecht

Opa sneed het vlees alsof hij een vijand onthoofdde.
“Wie wil er nog?” vroeg hij terwijl hij iedereen een stuk toeschoof dat meer vet dan vlees was.

“Ik eet alleen grass-fed vlees,” zei Krispin terwijl hij zijn stuk liet liggen.

“Dit is vlees van de slager,” zei oma.

“Precies. Te industrieel voor mijn systeem.”

“Je at vorige week een hamburger bij de McDonald’s,” zei Flora.

“Dat was een experiment. Ik onderzocht de impact van fastfood op mijn lichaam.”

“En?” vroeg Lotte.

“Ik heb drie dagen nodig gehad om te herstellen.”

Madame keek naar zijn bord en dacht dat herstel vooral tijd kostte als je gewend was aan aandacht.

Mirte prikte in haar vlees alsof ze hoopte dat het vanzelf zou verdwijnen.
“Ik ben eigenlijk flexitariër.”

“Vorige week was je vegetariër,” zei Krispin.

“Ik ben in een nieuwe fase van mijn leven.”

Madame dacht dat het niet alleen haar IQ was dat schommelde.

Oom Bert nam een grote hap en kauwde luid.
“Lekker,” zei hij alsof hij het meende. Zijn hand gleed weer over Lottes schouder.
“Je zou echt model moeten worden. Je hebt de juiste bouw.”

Lotte keek naar haar bord.
“Ik weet het niet.”

“Je hebt zoveel potentieel. Je zou er iets mee moeten doen.”

Madame sprong op tafel en liep langs de borden alsof ze inspecteerde wat er gegeten werd. Niemand stopte haar.

“Wie wil er nog aardappels?” vroeg oma.

“Ik eet geen koolhydraten,” zei Krispin.

“Sinds wanneer?” vroeg Flora.

“Sinds ik mijn metabolisme heb geoptimaliseerd.”

Waldo liet een scheet die de hele kamer vulde. Oma zuchtte.
“Die hond.”

Nagerecht

Oma haalde de cadeaus tevoorschijn, allemaal netjes in papier dat er duur uitzag maar waarschijnlijk van de Zeeman was.
“Ik hoop dat jullie ze leuk vinden,” zei ze, alsof ze verwachtte dat iemand zou klagen.

Krispin kreeg De spiegel die gebroken was, een boek over zelfreflectie.
“Perfect,” zei hij. “Ik leef al naar eigenschap acht.”

“Wat is eigenschap acht?” vroeg Lotte.

“Grootse dingen bereiken zonder moeite te doen.”

Flora kreeg een geurkaars.
“Oh, lavendel,” zei ze. “Mijn favoriet.”

Mirte kreeg een mok met GIRL BOSS erop.
“Praktisch,” zei ze alsof ze net een Oscar had gewonnen.

Oom Bert kreeg een fles jenever.
“Voor de gezelligheid,” zei opa.

“Ik drink alleen klein bier,” zei Krispin. “Om mijn lever te ontzien.”

“Je drinkt het omdat het goedkoop is,” zei Flora.

“Economisch verantwoord.”

Lotte kreeg een sjaal die eruitzag alsof oma hem zelf had gebreid, maar dan slecht.
“Dankjewel,” zei ze, niet helemaal overtuigd.

“Je ziet er echt volwassen uit in die sjaal,” zei oom Bert.

Lotte glimlachte zwakjes.

Madame sprong van tafel en liep de kamer uit.

Koffie

Oma zette koffie en likeur op tafel.
“Wie wil er nog?” vroeg ze, alsof ze verwachtte dat iemand nee zou zeggen.

“Ik moet eigenlijk gaan,” zei Lotte.

“Blijf nog even,” zei oom Bert. “We hebben het nog niet over je toekomst gehad.”

“Ik heb eigenlijk al plannen.”

“Maar niet de juiste.”

Krispin nam een slok van zijn kleine biertje.
“Ik ben bezig met een TEDx-talk. Over efficiëntie in de logistiek.”

“Over artikelen in dozen verplaatsen?” vroeg Flora.

“Precies,” zei Krispin. “Disruptive thinking.”

“Ik heb ook groot nieuws,” zei Mirte. “Mijn rol is uitgebreid.”

“Wat doe je nu?” vroeg tante Truus.

“Chief Happiness Officer,” zei Mirte.

Flora keek op van haar telefoon. “Is dat iets met een bordeel?”

Er viel een stilte.

“Nee,” zei Mirte strak. “Het gaat over welzijn en cultuur.”

“Vorige maand was je nog Coördinator Client Happiness,” zei Krispin.

“Ik groei in mijn carrière.”

Oma glimlachte.
“Wat fijn dat we allemaal bij elkaar zijn.”

Waldo liet een laatste scheet, alsof hij het met haar eens was.

“Volgend jaar weer,” zei oma terwijl ze de restjes in plastic bakjes deed.

“Ik kijk ernaar uit,” loog Krispin.

Madame keek naar het gezelschap dat nog steeds deed alsof dit iets voorstelde.
Ze rekte zich uit, sprong van tafel en dacht sit down, clowns.
Daarna verdween ze uit de kamer.

The Day After

Het huis was weer stil.

De stoelen stonden nog scheef, alsof ze zich niet hadden kunnen verenigen over wat hier precies was gebeurd. De lucht rook naar koude koffie, afgekoelde jus en iets wat ooit ambitie was geweest. Madame lag op de vensterbank en keek naar buiten. Niet omdat daar iets te zien was, maar omdat binnen alles al gezien was.

Krispin had een nieuw woord: abject.
Hij gebruikte het verkeerd.
Madame niet.

Ze wist wat hij nu deed. Hij zat thuis met zijn kleine biertje, dat hij wijn noemde zodra hij zich serieus wilde voelen. Zijn laptop open, zijn schouders iets te ver naar achteren. Hij schreef zinnen alsof hij ze persoonlijk had uitgevonden. Over integriteit. Over kwaliteit. Over stukken die “rondgingen”.

Artikelen, dacht Madame.
Dozen met inhoud die hij verplaatste en vervolgens deed alsof hij ze had gemaakt.

Hij sprak graag over duiding, terwijl hij vooral schoof. Over verantwoordelijkheid, zolang die abstract bleef. Over impact, zolang het hem niets kostte. Grote woorden deden het goed bij kleine handelingen.

Hij hield van taal, dacht Madame. Zolang die hem niet tegensprak.

Bert had zijn nieuwe dekbed waarschijnlijk al gebruikt. Hagelwit. Met een dubbele flap. Hij had er langer over nagedacht dan over grenzen. Madame zag hem voor zich, liggend in dat bed, tevreden, licht verontwaardigd over de wereld, denkend aan Lotte alsof zij een optie was. Iets wat vanzelf bij hem hoorde.

Hij noemde het waardering, dacht ze. Omdat verlangen te eerlijk klonk.

Truus had alles geliket. Alles. Ze jubelde mee vanaf haar bank, tussen kerstkaartjes en GIFs vol vrede en liefde. In haar hoofd was het altijd romantisch. Zelfs wat schuurt, maakte zij zacht. Vooral als het haar eigen rol betrof.

Ze hield van harmonie, dacht Madame. Zolang die niet door haar heen hoefde.

En Mirte.

Mirte was alweer online.

Chief Happiness Officer, zo noemde ze zichzelf. Madame had dat woord geproefd. Welzijn. Het klonk als een deken die je over een brand gooit en daarna zegt dat het warm is. Mirte schreef over respect, terwijl haar woorden sneden. Over dialoog, terwijl ze niemand liet uitspreken. Over feiten, terwijl ze vooral vocht.

Ze corrigeerde, beschuldigde, duwde. Met een glimlach. Met morele superioriteit. Met de zekerheid van iemand die altijd gelijk had, vooral als niemand het met haar eens was.

Ze had altijd haar medicatie bij zich, herinnerde Madame zich.
Voor noodgevallen.
Voor anderen, vooral.

Het was fascinerend hoe mensen zichzelf konden zien als hoeders van rust terwijl ze overal brandjes stichtten. Hoe boosheid verkocht werd als zorg. Hoe rancune klonk als helderheid. Hoe taal werd gebruikt om niet te hoeven luisteren.

Madame kneep haar ogen samen.

Abject, dacht ze opnieuw.
Ja. Dat was het juiste woord.

Ze sprong van de vensterbank, liep door het huis dat weer van haar was, en ging liggen op de stoel die niemand echt had opgeëist. Buiten begon een nieuwe dag. Binnen was het eindelijk rustig.

Niet omdat het beter was geworden, maar omdat iedereen weer veilig in zijn eigen bubbel zat, druk bezig met zichzelf rechtvaardigen.

Madame sloot haar ogen.

Taal, dacht ze, is prachtig.
Maar in verkeerde handen is het niets meer dan verpakkingsmateriaal.

En dat was misschien wel het meest abjecte van alles.

Opinie

Free Palestine, maar nu even niet

In de tweede week van oktober publiceerden internationale en Nederlandse media berichten over wat zich in Gaza afspeelde na het staakt-het-vuren met Israël. Niet over raketten of bombardementen, maar over Hamas dat opnieuw de straten opging om zijn gezag te herstellen.

Volgens Haaretz en Times of Israel werden tientallen Palestijnen opgepakt en geëxecuteerd wegens vermeende samenwerking met Israël. Video’s van openbare terechtstellingen werden door meerdere redacties geverifieerd. Ook The New York Times bevestigde de echtheid van beelden waarop acht mannen te zien zijn die op hun knieën worden doodgeschoten.

Het patroon was in alle berichtgeving hetzelfde: Hamas herstelt orde door middel van geweld. De groep richt zijn wapens niet langer op Israël, maar op eigen burgers en rivaliserende clans.

Hoe de media keken naar Gaza: van Jeruzalem tot New York

Internationale berichtgeving

Haaretz (Israël)
Hamas shoots opponents in Gaza unimpeded.
Feitelijke toon, gebaseerd op eigen bronnen in Gaza. Hamas verschijnt als regime dat angst gebruikt om gezag te herstellen.
Times of Israel (Israël)
Hamas said to kill over 30 Gazans, publicly execute 7.
Legt de nadruk op aantallen en politieke reacties. De Palestijnse Autoriteit noemt de executies “gruwelijke misdaden”, Trump doet ze af als “ordehandhaving”.
The Guardian (Verenigd Koninkrijk)
Hamas deploys armed fighters and police across parts of Gaza.
Neutrale verslaggeving met diplomatiek taalgebruik. Orde en stabiliteit staan centraal, niet vrijheid of verantwoordelijkheid.
The New York Times (Verenigde Staten)
With Truce in Place, Hamas Pursues Bloody Crackdown on Rivals in Gaza.
Eigen verificatie van videobeelden en interviews met getuigen. Hamas wordt beschreven als autoritaire macht die zijn legitimiteit probeert te herwinnen, met Trumps stilzwijgende toestemming.

Nederlandse berichtgeving

De Telegraaf
De rol van Hamas is wel uitgespeeld.
Politieke invalshoek. Hamas als verliezer, Trump als redder.
NRC
Hamas executeert in Gaza rivalen op straat.
Zakelijke, goed onderbouwde berichtgeving. De nadruk ligt op angst en machtsbehoud.
Volkskrant
Hamas duikt weer op in Gaza en stelt orde op zaken, met het fiat van Trump.
Analyse van macht en diplomatie, minder aandacht voor burgers.
Trouw
Met het bestand probeert Hamas zijn machtspositie terug te pakken.
Beschouwende toon. Ordeherstel wordt erkend, maar niet verheerlijkt.
AD
Met openbare executies wil Hamas orde herstellen in Gaza: ‘Angstaanjagend’.
Visueel en emotioneel geschreven, met nadruk op schrik en chaos.

Wat dit laat zien

De verschillen in stijl zijn groot, maar de kern is overal gelijk: Hamas gebruikt geweld om de macht te behouden. Israëlische en Amerikaanse media legden de nadruk op repressie en angst, Britse en Nederlandse redacties op orde en machtspolitiek. In geen enkel medium werd Hamas voorgesteld als bevrijdingsbeweging.

De vergoelijking

Tegelijk verschenen berichten waarin het geweld niet werd ontkend maar gerechtvaardigd.

De Britse academicus Harry Pettit, verbonden aan de Radboud Universiteit, schreef op X  met zijn account @harrygpettit, dat de geëxecuteerde mannen “collaborateurs [waren] die met de IOF werkten om genocide uit te voeren tegen hun eigen volk”.
Hij voegde eraan toe: “They didn’t survive it – as they shouldn’t.”

Een dag later publiceerde hij een afbeelding van Hamasleider Yahya Sinwar met de tekst: “He will be glorified for generations as a hero who taught us to stand tall against imperial power.”
Ook schreef hij: “Being associated with Hamas should be a badge of honour.”

Het account @OuweDibbes vergeleek de executies met het Nederlandse verzet in 1945: “Waarom zijn de ZIONAZI’s nu zo verontwaardigd als het Palestijnse verzet (Hamas) hetzelfde doet?”

De man achter het dit account, Huso A., staat erom bekend geregeld van identiteit te wisselen: de ene maand presenteert hij zich als Joods, de volgende als een geadopteerde Palestijnse wees of bekeerde moslim. Eerder vertelde hij dat zijn tante was omgekomen bij een aardbeving in Marokko, later dat zijn hele familie in Gaza zou zijn omgekomen tijdens Israëlische bombardementen. Voor de duidelijkheid: het is gewoon een geboren en getogen Fries – met een grote fantasie.

Zijn verhalen veranderen met de actualiteit, maar hebben één constante: ze zorgen voor aandacht, medeleven en soms donaties. Dat hij zich nu opwerpt als verdediger van Hamas past in dat patroon, en zijn berichten – ondanks zijn reputatie – worden regelmatig gedeeld.

Zelfs toen anderen erop wezen dat zijn verhalen aantoonbaar onjuist waren, vond men dat geen probleem.  “Het gaat mij om de argumenten die hij ventileert,” reageerde een van hen. Waarheid werd ondergeschikt aan bevestiging.Zolang iemand maar zei wat in het gewenste verhaal paste, maakte het niet meer uit of diegene loog, manipuleerde of profiteerde.

Het linkse account @Feestbrood schreef: “Omdat het verzet wat collaborateurs en verraders uit de weg ruimt. Geen schaamte, deze mensen.” Een ander, @werkschuwtuig2, beschuldigde RTL Nieuws ervan “consent te creëren voor genocide” door over de executies te berichten.

Voor de duidelijkheid: achter deze accounts zitten dezelfde activisten die eerder probeerden de 5-mei-herdenking op de Dam te verstoren.

Deze reacties vormden geen randverschijnsel. Ze werden gedeeld en herhaald binnen activistische netwerken van studenten en docenten die eerder campagne voerden onder #FreePalestine. Dezelfde kring die Israëlische bombardementen als oorlogsmisdaden bestempelde, verdedigde nu publiekelijke standrechtelijke executies van Palestijnen door Hamas.

De logica was omgekeerd maar consistent: als Israël de vijand is, moet Hamas het verzet zijn – ongeacht wat het doet.
Morele overtuiging verandert zo in loyaliteit.

De stilte van de solidariteit

Die stilte was niet neutraal. Ze werd gevuld met vergoelijking, misleiding en ideologische omkering.

In de dagen dat Haaretz en The New York Times de executies verifieerden, verspreidden activisten berichten waarin Hamas werd geprezen.

Pettit publiceerde een lofzang op Yahya Sinwar: “Today is the anniversary of Yahya Sinwar’s martyrdom. Despite billions of dollars being pumped into Zionist propaganda designed to dehumanize and vilify him, he will be glorified for generations as a hero who taught us all to stand up tall against imperial power and violence.”

De Palestijnen die door Hamas op straat werden geëxecuteerd, kregen van hem een ander label: “They were collaborators who worked with the IOF to carry out a genocide against their own people.”Alles is liefde, daar in Nijmegen.

De taal van bevrijding is taal van dwang geworden. Wie zich verzet tegen onderdrukking, gebruikt dezelfde argumenten om onderdrukking elders te rechtvaardigen.

De ironie is scherp: de beweging die zegt te spreken voor vrijheid, valt stil wanneer die vrijheid intern wordt onderdrukt. Wie ooit “Free Palestine” riep, zwijgt nu wanneer Palestijnen door Hamas worden neergeschoten, of zet de slachtoffers weg als ‘collaborateurs van Israël’.

Dan is blijkbaar alles geoorloofd.

Die stilte is geen onwetendheid, maar een keuze. Ze zegt niet we wisten het niet, maar we willen het niet weten.

Waar empathie ophoudt

De berichtgeving over Gaza laat zien hoe moeilijk het is om morele helderheid te bewaren in een conflict waarin iedereen partij kiest. Feiten worden niet meer getoetst op juistheid, maar op bruikbaarheid.

Wie zegt op te komen voor Palestijnen, zou ook oog moeten hebben voor de Palestijnen die onder Hamas lijden. Dat erkennen is geen verraad, het is een basisvoorwaarde.

De stilte van de afgelopen week legt iets pijnlijkers bloot dan onwetendheid: selectieve empathie. De solidariteit die ooit zo luid klonk, blijkt afhankelijk van wie het kwaad pleegt.

Als Israël bommen gooit, is het verzet moreel.
Als Hamas executeert, is het “complex”.

Het laat zien hoe verontwaardiging werkt als identiteit: niet om slachtoffers te helpen, maar om jezelf aan de goede kant van de geschiedenis te plaatsen. Het gaat niet om mensen, maar om symbolen die bevestigen wat je al dacht.

In die wereld bestaan hiërarchieën van leed. Sommige doden zijn waardevoller dan andere, sommige misdaden beter te verdragen zolang ze door de juiste handen worden gepleegd. Morele overtuiging is dan geen kompas meer, maar een spiegel.

Zolang solidariteit draait om standpunten in plaats van mensen, blijft ze hol.
Vrijheid verliest betekenis zodra ze alleen geldt voor de mensen die in je verhaal passen.

Verder lezen? Klik hier voor een overzicht naar een aantal bronnen.

Vergeten vrouwen

Tussen sharia en stilte

In Idlib regeren jihadisten. In de kampen is het overleven. Syrische vrouwen worden onderdrukt, uitgebuit en gescheiden van de wereld – en van zichzelf.

Wie onzichtbaar is, verdwijnt ook van de radar van hulp, beleid en pers. In het noorden van Syrië, in Idlib, bepaalt een streng-islamitische groep wat vrouwen wel en niet mogen. En dat is vooral: weinig. Amper werk, scholing of vrijheid.

Een sluier van macht

De groep Hay’at Tahrir al-Sham (HTS) heeft sinds 2017 de macht in handen. Ze zeggen dat ze ‘orde’ brengen, maar regeren met religieuze dwang. In Idlib hebben ze een meedogenloos beleid ingevoerd ten aanzien van vrouwen: strikte kledingvoorschriften, beperkte bewegingsvrijheid en uitsluiting uit het openbare leven. Wie zich verzet, loopt gevaar. Zelfs hulporganisaties worden tegengewerkt als ze iets met vrouwenrechten doen. Wie protesteert, loopt risico.

HTS heeft een moraalpolitie die vrouwen op straat aanspreekt of oppakt. Vrouwen die zich uitspreken, worden beschuldigd van het verspreiden van onrust. Activisten verdwijnen uit beeld. Niet alleen omdat ze moeten zwijgen, maar omdat het te gevaarlijk is om zichtbaar te zijn.

Tegelijk proberen Europese diplomaten HTS salonfähig te maken. In mei ontving Frankrijk de nieuwe politieke leider van het HTS-gedomineerde ‘Syrische Nationale Leger’ voor een officieel bezoek – de eerste keer dat een Europese staat de deur openzet voor deze zogenaamd ‘gematigde’ jihadisten. En volgens Reuters werkt HTS actief aan hun herpositionering, waarbij ze islamitische wetgeving combineren met het politienetwerk van het oude Assad-regime.

Kort gezegd: de verklaring bevestigt dat islamitische wetgeving de basis blijft van het rechtssysteem. Vrouwenrechten en individuele vrijheden worden weliswaar op papier erkend, maar alleen binnen de grenzen van diezelfde ideologische kaders. Terwijl Ghalia Rahhal ondergedoken lesgeeft aan vrouwen zonder stem, wordt haar onderdrukker onthaald als gesprekspartner.

Verzet achter gesloten deuren

HTS is voortgekomen uit jihadistische fracties die zich losmaakten van de bredere opstand tegen Assad. Volgens Ghalia Rahhal was de druk op hulpgroepen politiek gemotiveerd. Imams predikten tegen vrouwenorganisaties en beschuldigden hen van corruptie. Mensen werden gewaarschuwd uit de buurt te blijven. Vrouwen kregen waarschuwingen of werden opgeroepen voor verhoor.

Rahhal verloor haar zoon, overleefde een moordaanslag en werd meermaals bedreigd. Toch bleef ze vrouwen trainen. Over leiderschap. Over jezelf durven uitspreken. Over iets doen, hoe klein ook. Ze gaf les achter gesloten deuren, met niets anders dan woorden en moed.

Een collega vertelde hoe HTS haar ooit opriep. Niet voor overleg, maar om duidelijk te maken welke onderwerpen verboden waren: kindhuwelijken, echtscheiding en alles wat met gelijkheid te maken had.

Kampen zonder veiligheid

In de vluchtelingenkampen rondom Idlib is het nauwelijks beter. Vrouwen die hun huis ontvluchtten, kwamen terecht op plekken zonder veiligheid. De kampen zijn overvol. Er is geen privacy, geen verlichting, geen bescherming.

Sommige vrouwen ruilen seks voor voedsel of onderdak. Geen keuze, maar noodzaak. Een vrouw vertelde hoe ze haar lichaam gaf in ruil voor brood. Niet uit vrije wil, maar omdat ze geen andere optie had. Hulp bij trauma? Nauwelijks. Veiligheid? Ook niet. Wie iets meemaakt, zwijgt.

De omstandigheden zijn slecht. Donkere paden, gedeelde wc’s zonder slot, geen toezicht. Vrouwen worden lastiggevallen, verkracht, mishandeld of gedwongen tot prostitutie. Klagen helpt zelden, zeg maar gerust: nooit. Vaak gelooft niemand hen, omdat de daders soms hulpverleners of kampbewoners zijn. Degenen die bescherming zouden moeten bieden, grijpen hun kans in de schaduwen van de tenten.

Een meisje van twaalf in ruil voor een huis

In kampen langs de Turkse grens komt daar nog iets bij: kindhuwelijken. Families zonder geld huwelijken hun dochters uit aan oudere mannen. Soms Turken, soms andere Syriërs. In ruil krijgen ze geld of een woning. Meisjes van twaalf of dertien verdwijnen zo in religieuze huwelijken – vaak zonder enige vorm van registratie.

Een onderzoek van ECPAT en berichtgeving in The Independent tonen aan dat deze praktijken tijdens de coronapandemie toenamen, maar ook nu nog plaatsvinden. Vaak gaat het om onofficiële nikah-huwelijken, waarbij meisjes geen enkele juridische bescherming hebben. Soms worden ze ‘tweede vrouw’, soms leven ze als dienstmeisje onder het mom van huwelijk. Seksuele uitbuiting en arbeid gaan hand in hand.

Voor de buitenwereld lijken ze niet te bestaan. Geen naam, geen papieren, geen rechten. Maar ze leven in angst, afhankelijkheid en zonder toekomst.

Als niemand luistert

Journalisten mogen het gebied niet in. Hulporganisaties hebben slechts beperkt toegang, mede door veiligheidsoverwegingen, restricties vanuit HTS en een gebrek aan internationale druk. Volgens onder andere Human Rights Watch en het Syria INGO Regional Forum zijn veel hulpverleners terughoudend om fysiek aanwezig te zijn in Idlib, juist vanwege de onvoorspelbaarheid van het lokale bestuur en het risico op gijzeling of beschuldiging van spionage. En beleidsmakers kijken weg. Want Idlib – en de rest van Syrië – is ingewikkeld. Geen olie. Geen bondgenoten. Geen headlines. En dus: geen actie.

HTS presenteert zich als een functionerende overheid, met raad en rechtbank. Maar vrouwen hebben geen stem. Ze mogen niet stemmen en amper functies bekleden. Onderwijs is er nauwelijks – of alleen achterin lokalen, gescheiden van jongens en zonder lesinhoud die buiten de religieuze kaders valt. Volgens een rapport van Enab Baladi heeft de HTS-gelieerde “Salvation Government” muziek en tekenen volledig uit het lesprogramma geschrapt. Wie protesteerde, verloor zijn baan. Wat overblijft is onderwijs dat gehoorzaamt, niet bevraagt. Vrouwen zijn uit beeld, uit beleid, uit bescherming.

En de rest van Syrië?

Ook buiten Idlib is de situatie voor vrouwen nijpend. Sinds het uiteenvallen van het Assad-regime is het machtsvacuüm in verschillende gebieden gevuld door milities, lokale clanstructuren of buitenlandse invloed. In veel van deze zones gelden ad-hocregels, zonder bescherming of rechtszekerheid voor vrouwen. In voormalig door Assad gecontroleerde gebieden blijven arrestaties, intimidatie en seksueel geweld doorgaan – maar nu vaker in het geheim. Vrouwen worden ingezet als ruilmiddel in politieke onderhandelingen, onderworpen aan lokale wraakacties, of simpelweg genegeerd in de wederopbouw.

Sommige vrouwen kunnen werken of studeren, maar alleen zolang ze zich conformeren aan de ideologische of militaire machthebbers. Vrouwenrechten bestaan op papier, maar worden in de praktijk ondermijnd. In plaats van zichtbaarheid en veiligheid is er stilstand, angst en afhankelijkheid. Waar je ook kijkt in Syrië: de vrijheid van vrouwen is het eerste dat verdwijnt, en het laatste dat terugkomt.

Wat gebeurt er als vrouwen verdwijnen?

Wat gebeurt er als vrouwen verdwijnen? Ze verdwijnen uit beleid. Uit hulp. Uit aandacht. En uiteindelijk uit hoop.

Ghalia Rahhal is de uitzondering. Maar voor elke Ghalia zijn er duizenden anderen. Vrouwen die ooit een leven hadden, en nu alleen nog overleven. Hun verhalen bestaan. Maar niemand hoort ze.

Wil je dat dat verandert? Dan begint het hier: door te kijken. Door te luisteren. Door hun verhalen te delen. En niet weg te kijken.

Zolang deze vrouwen onzichtbaar blijven, gesluierd, genegeerd, buitengesloten, wint de vergetelheid het van hun stem. Niet omdat hun verhaal onbelangrijk is, maar omdat niemand het nog wíl horen. Intussen krijgt een knullig bootje naar Gaza dagenlang media-aandacht, staan opiniemakers in de rij voor verontwaardiging – en blijven de vlaggen voor Syrië in de kast. Geen columns. Geen protesten. Geen hashtags. Alsof deze vrouwen niet bestaan.

Dit artikel maakt deel uit van de serie Vergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. Eerder verschenen delen over Iran, Jemen en Afghanistan.

Bronnen

Vergeten vrouwen

Stem verboden

Tien jaar vrouwenonderdrukking in Afghanistan – en de vlaggen blijven opgevouwen in de kast

Tussen 2015 en 2021 boekten Afghaanse vrouwen voorzichtige vooruitgang. Ze kregen steeds vaker toegang tot onderwijs, werk en publieke functies. Maar sinds de Taliban in augustus 2021 opnieuw de macht grepen, is die ontwikkeling abrupt teruggedraaid. Wat begon met beperkingen op scholing en werk, groeide uit in een vrijwel totale uitsluiting uit het openbare leven. Zelfs hun stem mogen vrouwen niet meer laten horen.

Genderapartheid in uitvoering

Toen de Taliban in 2021 terugkeerden, beloofden ze gematigdheid. Die belofte bleek niets waard. Meisjes mochten niet meer naar school. Vrouwen werden ontslagen, mochten zich niet zonder mannelijke begeleider verplaatsen en moesten zich volledig bedekken. De regels werden niet alleen strenger, maar ook steeds symbolischer.

In augustus 2024 volgde een decreet dat vrouwen verbood om hun stem in het openbaar te laten horen. Zingen, praten, lachen, zelfs bidden – het werd allemaal verboden. De stem van een vrouw zou ’tot haar schaamte behoren’. Zelfs binnenshuis mochten vrouwen niet hoorbaar zijn voor de buitenwereld. Volgens de VN en mensenrechtenorganisaties is dit genderapartheid in zijn puurste vorm: structurele uitsluiting vanwege je geslacht.

Zwijgen als wet

De Taliban rechtvaardigen hun beleid met religieuze en culturele argumenten. De stem van een vrouw zou ‘awrah’ zijn – het deel van het lichaam dat bedekt moet blijven, en dat volgens de Taliban in feite toebehoort aan haar man. Geen optredens, geen interviews, geen radio of televisie. Zelfs een hardop uitgesproken gebed in de moskee is verboden. Volgens meerdere bronnen wordt zelfs lachen in het openbaar gezien als provocatie.

In een samenleving waar verhalen, liederen en mondelinge tradities een grote rol spelen, is het verbod op de vrouwenstem niet alleen onderdrukking, maar ook een aanval op identiteit.

Afzondering als norm

De gevolgen van deze stilte zijn desastreus. Vrouwen zijn verdwenen uit de publieke ruimte. Ze mogen niet werken in NGO’s, geen hoger onderwijs volgen, geen koffiezaak runnen, geen dokter of lerares zijn. Zelfs parken, badhuizen en bibliotheken zijn nu verboden terrein.

Vrouwen die zich verzetten worden opgepakt, mishandeld of verdwijnen. Amnesty International en Human Rights Watch rapporteren over willekeurige arrestaties, marteling en intimidatie. Sommige vrouwen filmen hun protest of schrijven anoniem blogs, maar de risico’s zijn enorm. Verschillende vrouwelijke activisten zijn spoorloos verdwenen sinds 2022.

Executies en doodstraffen

Sinds 2015 zijn meerdere vrouwen in Afghanistan geëxecuteerd op basis van vermeende morele of religieuze overtredingen. In sommige gevallen ging het om buitengerechtelijke executies, zoals stenigingen wegens overspel. In 2015 werd de jonge vrouw Rukhshana gestenigd door lokale Talibanstrijders, een gebeurtenis die wereldwijd verontwaardiging opriep, maar zonder structurele gevolgen.

Sinds de terugkeer van de Taliban in 2021 zijn er opnieuw meldingen van vrouwen die zonder eerlijk proces werden geëxecuteerd. Volgens The Advocates for Human Rights documenteerden mensenrechtenorganisaties tussen augustus 2021 en juni 2022 zeker vijf gevallen van vrouwen die vanwege vermeend overspel of het ontvluchten van huiselijk geweld ter dood werden gebracht. De processen waren geheim of afwezig, familieleden werden niet op de hoogte gesteld, en lichamen werden vaak begraven zonder identificatie of teruggave aan nabestaanden.

Gevangen, gestraft, misbruikt

Vrouwen die protesteren tegen de Taliban of worden beschuldigd van morele misdrijven, belanden vaak in gevangenissen waar mishandeling de norm is. Getuigenissen van vrouwen in detentie beschrijven hoe ze geslagen, bedreigd en in isolatie gehouden worden. Sommigen worden onderworpen aan elektrische schokken of gedwongen tot valse bekentenissen. In 2022 meldde Human Rights Watch dat vrouwelijke demonstranten in het geheim werden vastgehouden zonder enig contact met de buitenwereld.

In 2024 doken beelden op van een vrouw die in een Taliban-gevangenis werd verkracht en mishandeld. De video werd haar later opnieuw toegestuurd als dreigement. Het was het eerste directe bewijs van seksueel geweld als strafmiddel.

Publieke lijfstraffen

Minstens 200 vrouwen zijn sinds 2021 publiekelijk gegeseld vanwege ‘morele misdrijven’. Zonder proces, zonder advocaat. Hun misdaden? In het openbaar verschijnen zonder man, praten met een niet-verwant familielid, of simpelweg muziek luisteren. Deze straffen vinden plaats in het openbaar, als collectieve vernedering. Ze zijn bedoeld om vrouwen bang te maken en stil te houden.

Sahar (22), was ziek. Haar vader werkte in Iran en haar moeder maakte tapijten in een dorp in het westen van Afghanistan. Er was niemand om haar naar de kliniek te brengen waar twee van haar ooms werkten. Haar moeder belde haar neef om haar te rijden.

De Taliban stopten hun voertuig net voordat ze de kliniek bereikten en vroegen naar hun relatie. “Toen we zeiden dat we neef en nicht waren, maar niet getrouwd, werden ze agressief. Ze sloegen mijn neef, sloegen onze telefoons kapot en dwongen me om me te verstoppen op de vloer van de Taliban-truck terwijl ze me naar hun bureau reden”, zegt Sahar.

Ze zegt dat ze vervolgens naar een detentiecentrum is gebracht. “Ik was doodsbang, huilde en ik kon niet ademen. “Ik vertelde ze dat ik ziek was en vroeg om wat medicijnen. Toen sloegen en schopten ze me meerdere keren. Een van hen zei: ‘Als je je stem weer verheft, vermoorden we jou en je neef.’”

Sahar werd ondervraagd door een gesluierde vrouw.

“Ze vroeg wie mijn neef was; of ik maagd was; of we een relatie hadden. Ik zei nee. Ze waarschuwde me dat ik moest biechten en als ik niet gehoorzaamde, zou ik gemarteld worden.”

De volgende dag werden Sahar en haar neef voor een Taliban-rechtbank gebracht, waar ten onrechte moest beweren dat ze een relatie had met haar neef. Ondanks de aanwezigheid van familieleden die getuigden dat ze familie waren, weigerden de Taliban hun relatie als mahram en toegestaan te erkennen.

“Ze lieten me bekennen, in het bijzijn van mijn moeder, mijn ooms, dat ik iets verkeerd had gedaan. Ik wilde het niet zeggen. Maar ze sloegen me, bedreigden mijn neef. Ik was doodsbang”, zegt ze.

Sahar werd veroordeeld tot 30 zweepslagen en haar neef tot 70. “Ze gebruikten luidsprekers om onze straf aan te kondigen. Mijn kleine zusje was daar. Ze zei altijd dat ik haar rolmodel was. Ik zag haar huilen in de menigte. Dat brak me.”

Na thuiskomst werd Sahar gedwongen haar dorp te verlaten. “Nadat dit gebeurde, veranderde de kijk van mensen op ons volledig. Zelfs als 50 mensen de beschuldiging niet geloofden, deden 100 anderen dat wel. Dat dwong ons om ons huis te verlaten en naar de stad te verhuizen.”

De straf voor vrijheid

Vrouwen die huiselijk geweld ontvluchten, worden vaak zélf gestraft. Volgens de BBC worden vrouwen die aangifte doen van mishandeling of proberen te ontsnappen aan hun echtgenoot, regelmatig aangeklaagd wegens ‘morele misdrijven’.

In gevangenissen delen ze overvolle cellen, vaak met hun kinderen. Ondervoeding, intimidatie en seksueel misbruik komen regelmatig voor. De omstandigheden zijn onmenselijk: gebrek aan medische zorg, vernedering door bewakers en langdurige detentie zonder proces zijn geen uitzondering.

Verschillende vrouwen getuigden anoniem over mishandeling en verkrachting binnen de gevangenismuren, waarbij sommige kinderen bij de mishandeling van hun moeder aanwezig moesten zijn.

In documentaires als No Burqas Behind Bars en Love Crimes of Kabul wordt pijnlijk duidelijk hoe vrouwen worden opgesloten omdat ze vrijheid zoeken, terwijl hun daders vrij rondlopen.

Een wereld die wegkijkt

De internationale gemeenschap spreekt haar zorgen uit, maar doet weinig. De EU noemt de situatie een “stille noodsituatie”, maar echte druk blijft uit. Diplomatieke belangen, oorlogsmoeheid en andere crises maken dat Afghanistan langzaam van de radar verdwijnt. Zelfs als lokale organisaties worden verboden of gemarginaliseerd, en de hoofdkantoren in Europa of Amerika staan erbij en kijken ernaar.

Ironisch genoeg komt de meeste steun voor deze vrouwen niet uit progressieve kringen, maar uit kleine diaspora-netwerken. Grote internationale bewegingen blijven opvallend afwezig.

De prijs van stilte

Tien jaar na de eerste hoopvolle stappen is de situatie voor Afghaanse vrouwen schrijnender dan ooit. Hun stem is verboden, een symbolische en fysieke uitwissing. Afghanistan is een gevangenis voor de helft van zijn bevolking.

Zwijgen mag dan wet zijn onder de Taliban, de wereld kan zich die luxe niet veroorloven. Zeker niet wie zich in andere contexten luid uitspreekt voor vrouwenrechten, gelijkheid en inclusie. Het gemak waarmee Afghanistan wordt genegeerd, zegt minstens zoveel over ons als over hen.

En terwijl vrouwen in Afghanistan móéten zwijgen, blijft de rest van de wereld stil uit gemak. In talkshows en opiniestukken is de stilte oorverdovend. Het past niet in de juiste morele mal du jour.

Dit artikel maakt deel uit van de serieVergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Bronnen