Opinie

Iran, maar dan graag via Israël

Over selectief activisme en het wegkijken terwijl Iraniërs vechten voor hun vrijheid

Vorig jaar schreef ik over Iran als een land waar vrouwen die uit de pas lopen worden bestraft met verkrachting, zweepslagen en de galg. Dat stuk ging niet over incidenten, maar over een systeem. Over een staat die geweld inzet als bestuursvorm en het lichaam van vrouwen gebruikt om gehoorzaamheid af te dwingen. Geen ontsporing, maar een meedogenloos beleid.

Wat we nu zien, is wat er gebeurt wanneer datzelfde systeem zich niet meer beperkt tot vrouwen, maar iedereen raakt die nog durft te spreken. Niet alleen volwassen mannen, maar ook schoolmeisjes, jongens, oude vrouwen. Iedereen die weigert te zwijgen.

Dit gebeurt nu. In Iran wordt op dit moment geschoten op mensen die de straat op gaan omdat ze hun vrijheid opeisen. Het gaat allang niet meer alleen om de verplichte hijab of de positie van vrouwen. De munt is ingestort, prijzen rijzen de pan uit, lonen zijn niets meer waard. Winkels sluiten uit protest, universiteiten lopen leeg en demonstraties breken uit in tientallen steden.

De reactie van de staat is niet terughoudend en niet aarzelend. Veiligheidstroepen schieten met scherp. De Revolutionaire Garde wordt ingezet. Het internet wordt vrijwel volledig afgesloten. Alleen via Starlink bestaat nog een mogelijkheid om beelden en berichten naar buiten te krijgen. Ja, van Musk. Bespaar me de morele bijsluiters. Zonder die verbinding blijft alles onzichtbaar.

Dat is geen technisch probleem en geen poging tot rust. Het is een bewuste keuze om zicht weg te nemen terwijl het geweld doorgaat. Wie niets ziet, kan later zeggen dat hij het niet wist. Waar hebben we dat eerder gehoord?

De beelden zijn er. Lichamen liggen in lijkzakken in mortuaria en op binnenplaatsen. Families zoeken tussen de zakken naar hun kinderen, hun partners, hun broers. Mensenrechtenorganisaties spreken over honderden doden en meer dan tienduizend arrestaties. Die aantallen liggen waarschijnlijk hoger, juist omdat communicatie is afgesneden en onafhankelijke controle wordt tegengewerkt. Gewonden mijden ziekenhuizen uit angst om daar alsnog te worden opgepakt. Rouw mag alleen onder toezicht.

Dit is geen verlies van controle.
Dit is controle.

De stilte

Accounts, commentatoren en activisten die maandenlang onafgebroken spreken over Gaza, genocide, kolonialisme en historische schuld, laten Iran grotendeels liggen. Niet omdat zij het nieuws missen, maar omdat Iran geen vanzelfsprekende plek krijgt in hun morele reflex. Het past niet in het verhaal dat al klaar ligt. Het schuurt. Het vraagt om een positie die niet vooraf is uitgeschreven.

Er is geen “people of Iran”. Geen collectieve kreet die viraal gaat, geen morele paniek die zichzelf versterkt. Er wordt geen rode lijn getrokken, niemand plakt zich vast of gaat in een station zitten. Dat is gedoe en bovendien is het koud en oncomfortabel om nu op een stenen vloer of trap te zitten.

Er zijn ook geen vlaggen, geen activisten die met hun gezicht half verborgen achter een balaclava iets mompelen over mensenrechten. En laten we eerlijk zijn: de universiteitsgebouwen staan er nog. Niet gesloopt, niet bezet. Voor tentjes, spandoeken en kamperen geldt blijkbaar dat het weer moet meewerken. Verontwaardiging blijkt voorwaarden te hebben – en comfort staat hoog op het lijstje.

Wat er wél verschijnt, zijn andere gesprekken. Draadjes over alledaagse keuzes, persoonlijke ergernissen, het gemak of ongemak van consumptie, reizen en routines. Niets verkeerds op zichzelf, maar veelzeggend in dit moment. Waar dagenlang onvermoeibaar berichten konden worden gedeeld over Gaza, waar elke ontwikkeling werd geduid, versterkt en herhaald, valt het gesprek over Iran stil. Terwijl daar mensen worden neergeschoten, opgepakt en van het internet afgesneden, verschuift hier de aandacht naar het veilige en het herkenbare. Geen standpunt innemen blijkt ook een standpunt.

Dat is geen onschuldige afleiding. Het is een keuze.

Het moment waarop Iran wél verschijnt

Dat verandert pas wanneer het onderwerp Iran koppelingen aan Israël en de VS krijgt. Zodra het regime zelf begint te wijzen naar de Verenigde Staten en Israël als veroorzakers van het geweld, verschijnt Iran ineens wél in posts op sociale media. Als geopolitiek schaakstuk, welteverstaan. Niet als land waar burgers worden neergeschoten, maar als bewijsstuk in een bestaand debat dat al lang draait om iets anders.

Plots gaat het over CIA, Mossad, zionistische lobby’s en buitenlandse inmenging. Demonstranten worden herleid tot marionetten. De naam Pahlavi duikt op als afleiding, niet om Iraniërs te beschermen, maar om het gesprek te verplaatsen. Iran wordt niet verdedigd, maar gebruikt.

Dit is geen interpretatie. Het is timing.

Wat er gezegd wordt terwijl Iraniërs in opstand komen?

“In Nederland heeft de zionistische lobby een comité ‘voor Iran’ opgericht om sympathie te wekken voor de terugkeer van de sjah.”

“Wie nu over Iran praat zonder Israël te noemen, mist de kern.”

“Deze protestgolf gaat niet over mensenrechten, maar over geopolitieke belangen van de VS en Israël.”

“Het is cynisch dat mensen die eerder genocide in Gaza goedpraatten nu ineens huilen over Iran.”

“Demonstranten in Iran zijn marionetten van CIA en Mossad.”

“De media laten alleen gewelddadige beelden zien omdat dat past in hun anti-Iran agenda.”

“Veel Iraniërs steunen het regime, maar dat wordt bewust niet getoond.”

“Hoe een islamitisch land zichzelf bestuurt, is geen westerse zaak.”

Alle citaten zijn afkomstig uit openbare posts op sociale media (10–12 januari 2026). Volledige bronverwijzingen staan onder dit artikel.

Regimes en hun echo in het Westen

De ayatollahs geven hun regime graag een stem uit het Westen, om ook daar publiek te bedienen. Westerse woorden geven legitimiteit aan een verhaal dat intern met geweld wordt afgedwongen.

Een van die echo’s was in 2024 Jan Tervoort. Niet als journalist of deskundige, maar als sociale-mediafiguur die zijn zichtbaarheid vrijwel volledig ontleent aan X. Buiten dat platform heeft hij geen noemenswaardige stem en zelfs daar blijft zijn bereik beperkt. Hij liet zich inzetten om te spreken over Israël en vermeende zionistische netwerken. Niet over repressie in Iran, niet over executies of gevangenissen, maar over alles wat het regime goed uitkwam.

Over mensenrechten in Iran is hij elders helder: “Neuh, ik hou me niet echt bezig met mensenrechten in Iran. Het leven is keuzes maken.”

Dat hij daar toen sprak en nu zwijgt, is geen toeval. Het laat zien welk onderwerp zijn volle aandacht krijgt en welke mensenrechten er niet toe doen.

Iraanse stemmen

Terwijl dit alles gebeurt, spreken Iraniërs zelf. Journalisten en activisten laten zien hoe het internet wordt afgesloten, hoe mensen massaal worden opgepakt en hoe snelle executies dreigen. Ze waarschuwen dat het klakkeloos overnemen van het verhaal van het regime levens kost, omdat het geweld legitimeert en steun van buitenaf ondergraaft.

Die stemmen zijn er. Ze zijn duidelijk en volhardend. Ze vertellen over families die hun doden niet mogen begraven zonder toestemming, over gevangenen die verdwijnen, over jongeren die worden opgepakt omdat ze een video delen of iets roepen op straat. Ze blijven spreken, ook nu alles erop is gericht hen het zwijgen op te leggen.

Maar deze stemmen bereiken vooral mensen buiten de bubbel die zichzelf graag anti-imperialistisch noemt. Het probleem is geen gebrek aan informatie, maar een gebrek aan bereidheid om te luisteren zodra de boodschap niet past in een vertrouwd verhaal.

Wat dit doet

Dit alles is niet neutraal. Wegkijken is een keuze en die keuze heeft gevolgen. Selectief activisme ontneemt Iraniërs internationale steun op het moment dat die het hardst nodig is. Het versterkt het narratief van een regime dat zich als slachtoffer presenteert, terwijl het zijn eigen bevolking neerschiet. Het maakt geweld onzichtbaar door het te verklaren in plaats van het te benoemen.

Iraans verzet wordt zo twee keer uitgewist. Eerst door een staat die schiet, censureert en begraaft. Daarna door activisten die alleen spreken wanneer een crisis past binnen hun vaste morele kader en zwijgen zodra dat kader schuurt.

Iran is geen decor en geen verlengstuk van een ander conflict. Het is geen bijzaak en geen kapstok voor morele zelfprofilering. Het is een land waar nu burgers worden doodgeschoten omdat ze weigeren te verdwijnen.

Wie dat verkleint of verplaatst, maakt een keuze. Niet voor nuance, maar uit gemakzucht. En precies op dat gemak rekent dit regime.

Dit is het moment waarop selectief activisme door de mand valt.

Iran, maar dan graag via Israël | b r o n n e n

Opinie

De lelijke erfenis

Bloedmooi van buiten, hard en ontmenselijkend van binnen

Ze was bloedmooi. De Franse Marilyn Monroe, de vrouw die God schiep, althans volgens de film die haar in één klap tot wereldster maakte. Maar ook het meisje dat in het weelderige ouderlijk appartement door haar vader werd geslagen toen zij tijdens het spelen met haar zusje een vaas brak. Dat vroege geweld legde een kiem die later zou uitgroeien tot haar uitgesproken vrijheidsdrang en haar afkeer van afhankelijkheid en beperking.

Haar fysieke schoonheid is geen mening, maar een feit. Het gezicht van Brigitte Bardot werd een icoon. Haar lichaam groeide uit tot een symbool, haar blik tot een exportproduct, haar naam tot een mythe die Frankrijk met trots de wereld instuurde. Het publiek projecteerde op haar alles wat vrijheid, verlangen en ongeremde vrouwelijkheid moest belichamen.

Juist daarom blijft het ongemakkelijk om te kijken naar wat zich achter dat beeld aftekende. Niet naar een enkel incident of een losse uitspraak, maar naar een patroon dat zich over tientallen jaren uitstrekte. Bardot was geen vrouw met een kleine schaduwkant die je met wat goede wil kunt wegpoetsen. Haar schaduw was structureel, zichtbaar en zorgvuldig vastgelegd.

Dit is geen afrekening en ook geen poging om haar schoonheid of culturele invloed te ontkennen. Het is een inventaris van wat te vaak wordt verzacht zodra bewondering het overneemt.

Schoonheid als schild

Schoonheid werkte bij Bardot als bescherming. Ze verschafte haar ruimte, ook toen haar woorden al lang geen kwestie van smaak of provocatie meer waren. Waar anderen bij vergelijkbare uitspraken werden aangesproken op radicalisering of verantwoordelijkheid, kreeg Bardot etiketten mee als excentriek, compromisloos of eigenzinnig. Haar gedrag werd geduid, niet gewogen, alsof karakter een verklaring bood en esthetiek moreel krediet opleverde.

Die bescherming had een duidelijke functie. Bardot belichaamde een ideaalbeeld dat Frankrijk graag in stand hield. Haar schoonheid stond symbool voor vrijheid, moderniteit en nationale trots. Wie dat beeld bekritiseerde, raakte niet alleen haar persoon, maar ook het verhaal dat Frankrijk over zichzelf vertelde. Kritiek op Bardot werd daardoor al snel ervaren als overdreven, ongemakkelijk of ongepast, zeker wanneer die kritiek botste met nostalgie.

Haar films, haar uitstraling en haar inzet voor dierenrechten vormen vrijwel altijd de opening. Haar veroordelingen wegens haatzaaien verschijnen pas later, als context, als bijzin, als iets wat er ook nog was. Die volgorde is geen toeval, maar onderdeel van een zorgvuldig geregisseerd beeld. Het is de logica van wat later de bubbelbühne zal blijken te zijn.

Wie het archief opent, ziet geen losse uitglijders, maar een toon die al in de jaren negentig zichtbaar werd en zich daarna bleef herhalen, ongeacht kritiek, rechtszaken of maatschappelijke verschuivingen.

Van activisme naar ideologie

Na haar afscheid van de filmwereld verlegde Bardot haar aandacht naar dierenrechten. Die inzet was serieus en langdurig. Ze richtte een stichting op, voerde campagnes en wist dierenleed stevig op de politieke agenda te zetten. Dat werk leverde haar erkenning op en versterkte het beeld van de vrouw die haar roem inzet voor een hoger doel.

Tegelijkertijd verschoof haar politieke houding. Haar kritiek op ritueel slachten verbreedde zich geleidelijk tot aanvallen op moslims, immigranten en andere minderheden. Wat begon als activisme kreeg steeds vaker de taal en beelden van extreemrechts. Bardot sprak openlijk haar steun uit voor het Front National, voor Jean-Marie Le Pen en later voor diens dochter Marine. Ze deed dat niet aarzelend of terloops, maar zonder voorbehoud.

Gaandeweg begon de binnenkant het van de buitenkant over te nemen. De morele helderheid die zij aan dierenrechten toekende, sloeg om in een wereldbeeld waarin hele groepen mensen werden neergezet als bedreiging, last of indringer. Dierenrechten fungeerden steeds vaker als alibi voor uitsluiting en haakje naar homo- en islamofobie.

Geen mening, maar misdrijf

Bardot werd niet bekritiseerd omdat zij een afwijkende mening had. Tussen 1997 en 2008 werd zij vijf keer veroordeeld wegens het aanzetten tot haat en discriminatie, vooral gericht tegen moslims. De boetes liepen op, haar toon bleef onveranderd.

In brieven, interviews en boeken gebruikte zij taal waarin moslims systematisch werden ontmenselijkt en neergezet als bedreiging voor Frankrijk. Ze sprak over immigratie in termen van invasie, over religieuze minderheden als ontwrichtende kracht en over culturele vermenging als verval. Ook homoseksuelen kregen het te verduren, met uitspraken die varieerden van minachting tot openlijke afkeer. Het ging niet om losse metaforen, maar om terugkerende teksten die steeds dezelfde richting uitwezen.

Bardot betaalde de boetes en ging door. Ze zag haar woorden niet als probleem, maar als bewijs van moed. Wie haar verdedigde, sprak over eerlijkheid en onbevangenheid.

Hardheid vermomd als openheid

Een terugkerend element in Bardots publieke optreden was haar claim dat zij hardop zei wat anderen alleen zouden denken. Die formulering zet kritiek weg als lafheid, hypocrisie of politieke correctheid. Het is een bekend frame binnen extreemrechtse retoriek, herkenbaar bij partijen en bewegingen die zich presenteren als anti-elite of anti-systeem.

Die strategie onttrekt de inhoud aan discussie. Het gaat niet langer om wat er wordt gezegd, maar om het lef waarmee het gezegd zou zijn. Zo wordt hardheid een stijlkenmerk en ontmenselijking een vorm van eerlijkheid. Kiezers zijn er gevoelig voor en polarisatie is inmiddels een verdienmodel.

Bardot sprak bovendien niet als een anonieme burger, maar als cultureel icoon en nationaal symbool, als vrouw wier gezicht stond voor vrijheid en Franse trots. Haar woorden kregen daardoor een gewicht dat verder reikte dan de woorden zelf. Niet omdat ze overtuigender waren, maar omdat zij herkenbaar was.

Haar bekendheid maakte haar uitspraken niet minder schadelijk, maar juist effectiever. Ze normaliseerde racisme door die te verpakken in charisma en roem. Wat uit de mond van een onbekende extremist zou worden afgewezen, kreeg bij haar ruimte in het publieke domein. Dat is geen detail, maar precies de reden waarom haar woorden zo’n lange echo hadden.

Selectieve empathie

Misschien het meest confronterend is de rangorde die uit Bardots handelen spreekt. Dieren stonden bij haar onvoorwaardelijk centraal. Mensen veel minder.

Dat werd zichtbaar in situaties waarin zij het opnam voor dieren die betrokken waren bij ernstig geweld tegen kinderen. Haar aandacht ging steevast uit naar het dier, terwijl het slachtoffer naar de achtergrond verdween of werd gerelativeerd. Mededogen bleek geen universele waarde, maar een keuze.

Die rangorde liep door in haar persoonlijke leven. Bardot kreeg één zoon, maar beschreef het moederschap niet als verbondenheid of geluk. In haar memoires noemde zij haar zwangerschap een last en haar kind ongewenst. Ze gebruikte woorden die uitzonderlijk hard waren en schreef dat zij haar zoon als een tumor had ervaren en liever een hond had gekregen.

Die passages bleven niet zonder gevolgen. In 1997 stapte haar zoon naar de rechter en kreeg gelijk. De rechter oordeelde dat Bardot zijn persoonlijke levenssfeer ernstig had geschonden en veroordeelde haar tot schadevergoeding. Toch werd haar gedrag ook toen vaak verzacht, met verwijzingen naar trauma, complexiteit of haar moeilijke karakter.

De mythe van het moeilijke karakter

Er bestaat een hardnekkige neiging om problematisch gedrag van beroemde vrouwen te verzachten door het als karakter te framen. Ze zijn lastig, compromisloos, ongeschikt voor conventies. Ze koesteren hun onafhankelijkheid en worden bewonderd om hun schoonheid en talent.

Die woorden verschuiven de aandacht van handelen naar temperament. Ze verhullen meer dan ze verklaren. Het gaat hier niet om persoonlijkheid, maar om gevolgen. Om woorden die bijdroegen aan ontmenselijking, om een kind dat zijn moeder voor de rechter moest slepen en om een publieke figuur die bleef herhalen wat zij wist dat zou kwetsen.

Karakter is geen alibi. Soms is een sigaar gewoon een sigaar.

De bubbelbühne rond Bardot

In de media domineren positieve termen als legende, vrijheid, Marianne en dierenrechten. Bardot verschijnt als nationaal symbool, als belichaming van een mythisch Frankrijk dat zichzelf graag herkent in schoonheid en grandeur. Haar veroordelingen worden zelden weggelaten, maar consequent naar achteren geschoven, niet in koppen, niet in openingen en niet als kern van het verhaal.

Wanneer haar uitspraken worden genoemd, krijgen ze een vriendelijk randje. Ze was een provocateur, een vrije geest, ongetemd. Politieke lof, met name vanuit extreemrechts, wordt vaak zonder kritische duiding geciteerd, alsof het toeval is dat juist deze stroming haar omarmt. De ideologische logica daarachter blijft meestal onbesproken, net als het feit dat zij jarenlang getrouwd was met Bernard d’Ormale, een prominente figuur uit de kring rond Jean-Marie Le Pen.

Internationale media hanteren een andere volgorde. Buiten Frankrijk worden Bardots schoonheid en culturele invloed vrijwel altijd verbonden aan haar radicalisering en haar veroordelingen. Niet als bijzaak, maar als wezenlijk onderdeel van haar nalatenschap.

Wat hier zichtbaar wordt, is geen journalistieke slordigheid, maar nationale zelfbescherming. Bardot stond te dicht bij het Franse zelfbeeld. Ze wás Marianne, exportproduct en spiegel tegelijk. Wie haar volledig bespreekt, stelt daarmee ook het nationale verhaal ter discussie.

Dit is de bubbelbühne in werking. Iedereen kent de feiten, maar via framing en volgorde worden scherpe kanten afgerond. De lezer krijgt geen leugens, maar een zorgvuldig geselecteerd beeld waarin het ongemakkelijke naar de marge verdwijnt.

Schoonheid als excuus

Brigitte Bardot was een cultureel fenomeen. Haar invloed op film, mode en beeldvorming staat vast. Haar inzet voor dieren was langdurig en zichtbaar.

Maar haar woorden horen daar net zo goed bij. Haar veroordelingen ook. Ze richtte haar pijlen niet op één groep, maar op velen. Moslims, immigranten, homoseksuelen. Haar wereldbeeld kende een duidelijke rangorde, met dieren bovenaan en grote groepen mensen ver daaronder.

Wat haar nalatenschap zo ongemakkelijk maakt, is niet haar hardheid, maar hoe gemakkelijk die werd verzacht zodra schoonheid in het spel kwam. Roem werkte als excuus. Niet om te ontkennen wat zij zei, maar om het minder zwaar te laten wegen.

Brigitte Bardot was bloedmooi van buiten toen ze jong was. Dat bleek ook haar beste vermomming – die wegviel naarmate de jaren vorderden.

De lelijke erfenis van een Frans icoon | b r o n n e n

Opinie

Free Palestine, maar nu even niet

In de tweede week van oktober publiceerden internationale en Nederlandse media berichten over wat zich in Gaza afspeelde na het staakt-het-vuren met Israël. Niet over raketten of bombardementen, maar over Hamas dat opnieuw de straten opging om zijn gezag te herstellen.

Volgens Haaretz en Times of Israel werden tientallen Palestijnen opgepakt en geëxecuteerd wegens vermeende samenwerking met Israël. Video’s van openbare terechtstellingen werden door meerdere redacties geverifieerd. Ook The New York Times bevestigde de echtheid van beelden waarop acht mannen te zien zijn die op hun knieën worden doodgeschoten.

Het patroon was in alle berichtgeving hetzelfde: Hamas herstelt orde door middel van geweld. De groep richt zijn wapens niet langer op Israël, maar op eigen burgers en rivaliserende clans.

Hoe de media keken naar Gaza: van Jeruzalem tot New York

Internationale berichtgeving

Haaretz (Israël)
Hamas shoots opponents in Gaza unimpeded.
Feitelijke toon, gebaseerd op eigen bronnen in Gaza. Hamas verschijnt als regime dat angst gebruikt om gezag te herstellen.
Times of Israel (Israël)
Hamas said to kill over 30 Gazans, publicly execute 7.
Legt de nadruk op aantallen en politieke reacties. De Palestijnse Autoriteit noemt de executies “gruwelijke misdaden”, Trump doet ze af als “ordehandhaving”.
The Guardian (Verenigd Koninkrijk)
Hamas deploys armed fighters and police across parts of Gaza.
Neutrale verslaggeving met diplomatiek taalgebruik. Orde en stabiliteit staan centraal, niet vrijheid of verantwoordelijkheid.
The New York Times (Verenigde Staten)
With Truce in Place, Hamas Pursues Bloody Crackdown on Rivals in Gaza.
Eigen verificatie van videobeelden en interviews met getuigen. Hamas wordt beschreven als autoritaire macht die zijn legitimiteit probeert te herwinnen, met Trumps stilzwijgende toestemming.

Nederlandse berichtgeving

De Telegraaf
De rol van Hamas is wel uitgespeeld.
Politieke invalshoek. Hamas als verliezer, Trump als redder.
NRC
Hamas executeert in Gaza rivalen op straat.
Zakelijke, goed onderbouwde berichtgeving. De nadruk ligt op angst en machtsbehoud.
Volkskrant
Hamas duikt weer op in Gaza en stelt orde op zaken, met het fiat van Trump.
Analyse van macht en diplomatie, minder aandacht voor burgers.
Trouw
Met het bestand probeert Hamas zijn machtspositie terug te pakken.
Beschouwende toon. Ordeherstel wordt erkend, maar niet verheerlijkt.
AD
Met openbare executies wil Hamas orde herstellen in Gaza: ‘Angstaanjagend’.
Visueel en emotioneel geschreven, met nadruk op schrik en chaos.

Wat dit laat zien

De verschillen in stijl zijn groot, maar de kern is overal gelijk: Hamas gebruikt geweld om de macht te behouden. Israëlische en Amerikaanse media legden de nadruk op repressie en angst, Britse en Nederlandse redacties op orde en machtspolitiek. In geen enkel medium werd Hamas voorgesteld als bevrijdingsbeweging.

De vergoelijking

Tegelijk verschenen berichten waarin het geweld niet werd ontkend maar gerechtvaardigd.

De Britse academicus Harry Pettit, verbonden aan de Radboud Universiteit, schreef op X  met zijn account @harrygpettit, dat de geëxecuteerde mannen “collaborateurs [waren] die met de IOF werkten om genocide uit te voeren tegen hun eigen volk”.
Hij voegde eraan toe: “They didn’t survive it – as they shouldn’t.”

Een dag later publiceerde hij een afbeelding van Hamasleider Yahya Sinwar met de tekst: “He will be glorified for generations as a hero who taught us to stand tall against imperial power.”
Ook schreef hij: “Being associated with Hamas should be a badge of honour.”

Het account @OuweDibbes vergeleek de executies met het Nederlandse verzet in 1945: “Waarom zijn de ZIONAZI’s nu zo verontwaardigd als het Palestijnse verzet (Hamas) hetzelfde doet?”

De man achter het dit account, Huso A., staat erom bekend geregeld van identiteit te wisselen: de ene maand presenteert hij zich als Joods, de volgende als een geadopteerde Palestijnse wees of bekeerde moslim. Eerder vertelde hij dat zijn tante was omgekomen bij een aardbeving in Marokko, later dat zijn hele familie in Gaza zou zijn omgekomen tijdens Israëlische bombardementen. Voor de duidelijkheid: het is gewoon een geboren en getogen Fries – met een grote fantasie.

Zijn verhalen veranderen met de actualiteit, maar hebben één constante: ze zorgen voor aandacht, medeleven en soms donaties. Dat hij zich nu opwerpt als verdediger van Hamas past in dat patroon, en zijn berichten – ondanks zijn reputatie – worden regelmatig gedeeld.

Zelfs toen anderen erop wezen dat zijn verhalen aantoonbaar onjuist waren, vond men dat geen probleem.  “Het gaat mij om de argumenten die hij ventileert,” reageerde een van hen. Waarheid werd ondergeschikt aan bevestiging.Zolang iemand maar zei wat in het gewenste verhaal paste, maakte het niet meer uit of diegene loog, manipuleerde of profiteerde.

Het linkse account @Feestbrood schreef: “Omdat het verzet wat collaborateurs en verraders uit de weg ruimt. Geen schaamte, deze mensen.” Een ander, @werkschuwtuig2, beschuldigde RTL Nieuws ervan “consent te creëren voor genocide” door over de executies te berichten.

Voor de duidelijkheid: achter deze accounts zitten dezelfde activisten die eerder probeerden de 5-mei-herdenking op de Dam te verstoren.

Deze reacties vormden geen randverschijnsel. Ze werden gedeeld en herhaald binnen activistische netwerken van studenten en docenten die eerder campagne voerden onder #FreePalestine. Dezelfde kring die Israëlische bombardementen als oorlogsmisdaden bestempelde, verdedigde nu publiekelijke standrechtelijke executies van Palestijnen door Hamas.

De logica was omgekeerd maar consistent: als Israël de vijand is, moet Hamas het verzet zijn – ongeacht wat het doet.
Morele overtuiging verandert zo in loyaliteit.

De stilte van de solidariteit

Die stilte was niet neutraal. Ze werd gevuld met vergoelijking, misleiding en ideologische omkering.

In de dagen dat Haaretz en The New York Times de executies verifieerden, verspreidden activisten berichten waarin Hamas werd geprezen.

Pettit publiceerde een lofzang op Yahya Sinwar: “Today is the anniversary of Yahya Sinwar’s martyrdom. Despite billions of dollars being pumped into Zionist propaganda designed to dehumanize and vilify him, he will be glorified for generations as a hero who taught us all to stand up tall against imperial power and violence.”

De Palestijnen die door Hamas op straat werden geëxecuteerd, kregen van hem een ander label: “They were collaborators who worked with the IOF to carry out a genocide against their own people.”Alles is liefde, daar in Nijmegen.

De taal van bevrijding is taal van dwang geworden. Wie zich verzet tegen onderdrukking, gebruikt dezelfde argumenten om onderdrukking elders te rechtvaardigen.

De ironie is scherp: de beweging die zegt te spreken voor vrijheid, valt stil wanneer die vrijheid intern wordt onderdrukt. Wie ooit “Free Palestine” riep, zwijgt nu wanneer Palestijnen door Hamas worden neergeschoten, of zet de slachtoffers weg als ‘collaborateurs van Israël’.

Dan is blijkbaar alles geoorloofd.

Die stilte is geen onwetendheid, maar een keuze. Ze zegt niet we wisten het niet, maar we willen het niet weten.

Waar empathie ophoudt

De berichtgeving over Gaza laat zien hoe moeilijk het is om morele helderheid te bewaren in een conflict waarin iedereen partij kiest. Feiten worden niet meer getoetst op juistheid, maar op bruikbaarheid.

Wie zegt op te komen voor Palestijnen, zou ook oog moeten hebben voor de Palestijnen die onder Hamas lijden. Dat erkennen is geen verraad, het is een basisvoorwaarde.

De stilte van de afgelopen week legt iets pijnlijkers bloot dan onwetendheid: selectieve empathie. De solidariteit die ooit zo luid klonk, blijkt afhankelijk van wie het kwaad pleegt.

Als Israël bommen gooit, is het verzet moreel.
Als Hamas executeert, is het “complex”.

Het laat zien hoe verontwaardiging werkt als identiteit: niet om slachtoffers te helpen, maar om jezelf aan de goede kant van de geschiedenis te plaatsen. Het gaat niet om mensen, maar om symbolen die bevestigen wat je al dacht.

In die wereld bestaan hiërarchieën van leed. Sommige doden zijn waardevoller dan andere, sommige misdaden beter te verdragen zolang ze door de juiste handen worden gepleegd. Morele overtuiging is dan geen kompas meer, maar een spiegel.

Zolang solidariteit draait om standpunten in plaats van mensen, blijft ze hol.
Vrijheid verliest betekenis zodra ze alleen geldt voor de mensen die in je verhaal passen.

Verder lezen? Klik hier voor een overzicht naar een aantal bronnen.