Sociale media

De druiven zijn zuur

Hoe je een rechterlijke begrenzing verkoopt als heldenepos

Ik zit me al dagen te verbazen over de eindeloze stroom berichten over een vonnis. Welles, nietes, haters, Fleur, nog meer Fleur, en telkens weer het uitgekauwde “ik zeg er nog één keer iets over”, dat inmiddels het karakter heeft van een abonnement. Het is alsof herhaling vanzelf de smaak verandert.

Als je Klomp moet geloven, is hier een klinkende overwinning geboekt: een journalist die juridisch volledig zijn handen in onschuld mag wassen tegenover een complotdenkster die eindelijk op haar plaats is gezet. Al drie rechtszaken gewonnen, zo wordt gesuggereerd, deze eveneens. Wie dat betwist, is een hater met een vertroebelde blik. Behalve hijzelf uiteraard.

Wie het vonnis leest en de tijdlijn ernaast legt, ziet iets anders.

Een rechter heeft een grens getrokken in een uit de hand gelopen online conflict. Gewoon een civiel kort geding waarin werd gekeken naar concrete uitlatingen en hun juridische houdbaarheid. Verboden zijn specifieke beschuldigingen van strafbare feiten zonder feitelijke basis en dreigende uitlatingen.

Er werd geen rectificatie opgelegd, geen dwangsom en niemand kreeg het grote gelijk uitgereikt. Wat er ligt is geen heldenepos, maar een streep in de zandbak. Tot hier en niet verder.

De rechter houdt het opvallend eenvoudig. Veel van wat over en weer is gezegd kwalificeert zij als scheldpartijen waarin partijen elkaar blijven opjutten. Onsmakelijk, zeker, maar daarmee nog niet automatisch onrechtmatig. Zelfs beledigende kwalificaties kunnen binnen de vrijheid van meningsuiting vallen wanneer ze deel uitmaken van een uit de hand gelopen ruzie op X. Ze spreekt expliciet over wederzijdse escalatie. Niet over één dader en één slachtoffer, maar over een conflict waarin twee partijen elkaar bezig houden.

De grens trekt ze bij beschuldigingen van zware strafbare feiten zonder feitelijke basis en bij dreigementen met geweld. Niet bij scherpe woorden of gekrenkte ijdelheid, maar daar waar het recht daadwerkelijk ingrijpt. Wie daar een heldenverhaal van maakt, beschikt over een levendige verbeelding.

De gevorderde rectificatie wordt afgewezen als disproportioneel, mede gezien de online strijd en het aandeel van beide partijen. Geen dwangsom, gecompenseerde proceskosten, een wederzijds vijfmeterverbod en een tagverbod voor meneer Klomp. Dat is de balans die de rechter opmaakt. Niet meer en niet minder en geen eenrichtingsverkeer.

Wat er online van wordt gemaakt, is een ander verhaal.

Het accent verschuift van juridische begrenzing naar overwinning, van wederkerigheid naar slachtofferschap, van concrete onrechtmatigheid naar breed moreel gelijk. Wie nog over “both sides” spreekt, zou het niet begrijpen. Wie een feitelijke samenvatting van het vonnis deelt, zoals keurig werd gedaan door Hendrina de Graaf, krijgt te horen dat zij er niet bij was, het vonnis niet heeft gelezen – maar blijkbaar wel kan samenvatten – en evidente fouten maakt, zonder dat wordt uitgelegd welke fouten dat dan zouden zijn. Het gesprek gaat dan niet meer over de tekst, maar over wie het recht zou hebben om die te duiden.

De eigen mening wordt gepresenteerd als journalistieke duiding. Aanwezigheid bij de zitting is opeens nodig om iets te delen, alsof een openbaar vonnis niet door iedereen kan worden gelezen die de moeite neemt het op te zoeken online. Dat is framing. En het werkt.

Daaronder ligt een vorm van dedain die voortdurend opduikt. Ik was erbij, jij niet. Ik zie het scherp, jij snapt het niet. Geen uitglijder, maar een patroon. Telkens weer.

In de dagen na het vonnis worden critici weggezet als complotdenker, gefrustreerd of anti-ons. Er wordt gesproken over haters en over hoe haat de blik vertroebelt. De inhoud verdwijnt, de persoon wordt eerst in een morele categorie geplaatst en pas daarna, als het nog nodig is, het argument bekeken.

En dan wordt het kleinzieliger.

Maar Simone ziet nog steeds een arm verzopen katje dat ze moet redden. Niet te genezen dat mens.

Een vrouwelijke advocaat wordt gereduceerd tot “Boriaantje”. Een ander tot iemand die een “arm verzopen katje” wil redden. “Niet te genezen dat mens” is de afsluiting. Dat zijn geen juridische termen en geen analyse van een vonnis. Dat zijn verkleiningen. Professionele standpunten worden teruggebracht tot emotie, mensen tot gebreken, alles verpakt als reactie op “gevaarlijke haat”.

Daar schuurt het.

De rechter spreekt in nuchtere termen over belangenafweging, vrijheid van meningsuiting, reputatie en proportionaliteit. Ze benoemt wederzijdse escalatie en trekt een grens om rust terug te brengen. Online wordt datzelfde conflict herschreven als strijd tégen haters, worden critici psychologisch geduid en wordt alvast verwezen naar strafrechtelijke vervolgstappen, alsof het civiele oordeel slechts een tussenhalte is. De verschuiving is duidelijk: van concrete uitlatingen naar identiteit, van begrenzing naar voortdurende strijd.

Formeel wordt de uitspraak gerespecteerd. Er worden geen nieuwe beschuldigingen van strafbare feiten geuit en het tagverbod wordt nageleefd. Maar het doel van het vonnis, het terugbrengen van rust in een conflict waarin twee partijen zich hebben laten meeslepen, raakt uit zicht.

Wie de dagen na het vonnis de tijdlijn op X opent, ziet geen rust maar herhaling. Steeds weer dezelfde naam, hetzelfde conflict, dezelfde strijd. Je krijgt visioenen van Donald Duck op speed met een toetsenbord, gezien de eindeloze stroom posts.

Een rechter zegt niet wie de held is. Zij zegt: tot hier en niet verder. Wat daarna gebeurt, is geen juridische noodzaak maar een keuze.

Je kunt een vonnis gebruiken als trofee, als bewijs van gelijk en als brandstof voor een nieuw hoofdstuk. Je kunt het ook lezen als een signaal dat het genoeg is geweest.

Het eerste levert applaus op van de Klompettes.

Het tweede vraagt om volwassenheid.

En misschien zegt juist de onstilbare behoefte om het verhaal te blijven herhalen en te winnen meer dan het vonnis zelf ooit heeft gedaan.

De druiven zijn zuur | bronnen

Sociale media

Bluesky bubbelbühne

Bluesky presenteert zichzelf graag als het moreel superieure alternatief voor X. Zolang je maar in de pas loopt en je mening afstemt op wat binnen de bubbel netjes wordt gevonden.

Het begon met één korte post. Geen analyse, geen opiniestuk, geen oproep tot actie. Alleen een constatering:

“Meer dan 30.000 doden binnen twee dagen in Iran. En amper een piepje van mensen die drie jaar lang vol op het orgel gingen met ‘want Gaza’. Gelegenheidsactivisten.”

Geen vergelijking van leed, geen rangorde, geen bagatellisering. Alleen een observatie over zichtbaarheid en stilte. Over tijdlijnen die eerder opriepen tot sit-ins op stations, demonstraties en het vernielen van universiteiten vergoelijkten. Over mensen die Hamas neerzetten als vrijheidsstrijders en datzelfde Hamas bleven verdedigen toen het na het bestand met Israël Palestijnen begon dood te schieten. Op dat moment verdwenen Gazanen als slachtoffers uit beeld. Toen werden het collaborateurs, of mensen die het zogenaamd verdienden. Dáár gaat dit over. Niet over één conflict, maar over hoe solidariteit werkt zolang het verhaal uitkomt.

De reacties die volgden, gingen nauwelijks over Iran. Ze gingen over mij, mijn moraal, mijn intenties en mijn plek. Daarmee werd precies bevestigd wat de post benoemde.

“Mila zeurt selectief en heeft het niet over mensenrechten en solidariteit.”
@marjanke.bsky.social

Een voorbeeld geven of inhoudelijk reageren bleek te veel gevraagd. Analyse werd verwisseld met activisme op afroep, gevolgd door het afgezaagde: “Je kletst domrechtsvolgvolk na zonder onderbouwing.”

Niets op inhoud, geen feiten en geen weerlegging. Wel geestelijk armoede met een account op sociale media.

Elke terechte weerlegging van deze kwaadaardige whataboutism …
@LoftiElHamidi@bsky.social

El Hamidi reageerde niet op wat ik schreef, maar op wat hij ervan maakte. Mijn observatie werd meteen weggezet als “kwaadaardige whataboutism” en als bagatellisering van groot leed. Dat klinkt zwaar, maar zegt inhoudelijk niets.

Hij ging niet in op de feiten. Het dodental werd niet betwist. De stilte op sociale media werd niet ontkend. In plaats daarvan werd het recht om het patroon te benoemen aangevallen. Daarmee hoefde hij niet meer te reageren op de kern van mijn punt: dat verontwaardiging selectief wordt ingezet en dat stilte óók een keuze is.

Het woord whataboutism werkt hier niet als kritiek, maar als stopwoord. Door het moreel zwaar aan te zetten, wordt verdere analyse overbodig. Het gesprek is klaar nog voor het begint.

Juist daarom is deze reactie zo tekenend. Niet omdat El Hamidi iets toevoegt, maar omdat hij laat zien hoe de bubbelbühne zichzelf bewaakt: niet met argumenten, maar met framing.

Maar ja, je wordt ook niet zomaar auteur voor The Times of Israel zeker?
@LeonSlothsky.bsky.social

Slothsky verplaatste het gesprek van inhoud naar boodschapper. Niet wat ik schreef stond centraal, maar waar ik het schreef. Waar hebben we dat eerder gezien. Hint: Zou u haar doen?

Dit is schuld door associatie, klassiek en gemakzuchtig. Alsof schrijven bij een Israëlisch medium automatisch betekent dat je geweld verdedigt, Netanyahu steunt of Palestijns leed ontkent. De tekst zelf hoeft dan niet meer gelezen te worden. Ingaan op wat er daadwerkelijk staat, bleek te veel gevraagd.

Daar bleef het niet bij. Hij plukte selectief uit mijn Volkskrant-opinie over academische boycots. Context weg, kern weg. Dat stuk ging over medische innovatie, klimaatonderzoek en de gevolgen van symbolische politiek. Niet over het goedpraten van staatsgeweld en niet over het ontkennen van Palestijns leed.

Toen ik dat aanwees, volgde geen inhoudelijke reactie, maar het verwijt ad hominem. Het patroon herhaalt zich: wie het gedrag benoemt, krijgt een etiket. De inhoud moet verdwijnen, zodat het morele zelfbeeld intact blijft.

Ik walg van de daden van een volk dat een ander volk aandoet wat hen 80 jaar geleden is aangedaan …
@IngeStolkenburg.bsky.social

Met deze reactie verschuift het gesprek in één klap van inhoud naar persoon. Walging en verontwaardiging vervangen elk argument. Het sluit af met: “Deze boodschap zegt meer over jou dan over mij.” Daarmee is het gesprek klaar.

Toen ik aangaf dat het niet ging over haar moraal, maar over een patroon in publieke verontwaardiging, werd het expliciet persoonlijk gemaakt. “Ik heb het niet over mijn moraal. Wel over die van jou.”

Wat volgt, is geen gesprek maar decor. Er wordt niets weerlegd, niets onderzocht en niets bevraagd. De rollen liggen vast: Stolkenburg aan de goede kant, ik niet. Klaar. En armoedig.

Wat een rare opmerking, Waarom maak je überhaupt deze vergelijking?
@yolanthe1.bsky.social

In mijn post wijs ik op een patroon op sociale media. Yolanthe maakt daar een morele test van. Let op de framing. “Waarom maak je überhaupt deze vergelijking?” doet alsof vergelijken op zichzelf verdacht is. Terwijl vergelijken nu juist is wat analyse doet, zonder dat zie je niets.

De tweede reactie maakt dat nog duidelijker. “Maakt het je dan niet uit dat tienduizenden mensen vermoord worden?” Dat is geen vraag, maar een verwijt verpakt als zorg. Het doel is niet begrijpen, maar moreel hoger gaan staan.

Jaren van schrijven over mensenrechten, vrouwenrechten en apartheid worden daarmee in één beweging onzichtbaar. Niet omdat ze er niet zijn, maar omdat ze niet in haar beeld passen.

Drie jaar vol op het orgel?! Was dat maar waar.
@gretat.bsky.social

Greta haalt hier twee dingen door elkaar. Zichtbaarheid op sociale media wordt gelijkgesteld aan kabinetsbeleid. Alsof diplomatieke stappen en Kamerreacties hetzelfde zijn als luidruchtige online verontwaardiging.

Dat is geen slordigheid, maar een handige draai. Wie protesten koppelt aan wat de overheid zegt of doet, kan blijven ontkennen dat er online selectieve stilte bestaat. Als Den Haag iets roept, zal het op sociale media ook wel loslopen.

Het is de digitale versie van: ik hoor geen huilbaby, dus die van jou zal ook wel tevreden zijn.

Wat een raar mens bent u.
@whistler4u.bsky.social

Hier verdwijnt zelfs de poging tot debat. Alleen een oordeel, gebaseerd op “één blik op je tijdlijn”.

Dit is het eindstation van de bubbelbühne.

Drogredenen mevrouwtje, bullshit uit je mond.
@asimo12.bsky.social

Hier hoeft niets meer te worden uitgelegd. Geen redenering, geen weerlegging, alleen mevrouwtje en schelden. Het woord drogreden wordt gebruikt als sticker, niet als begrip.

Dit is geen tegenspraak; dit is leegte, hardop geroepen.

Wat ze zeggen en wat ze doen

Natuurlijk maken deze accounts zich druk om mensenrechten. Altijd. Overal. Zonder voorbehoud. Althans, als je hun toon en morele verontwaardiging moet geloven. Daarom heb ik niet gekeken naar wat ze tegen mij zeiden, maar naar wat ze zélf deden. Hun eigen tijdlijnen, de afgelopen week.

Lotfi El Hamidi
Deelde één artikel van De Groene en één van de Volkskrant. Daarnaast reposts van derden over de film The Voice of Hind Rajab. De enige eigen post was een kromme vergelijking tussen Minneapolis en Hebron. Verdere inhoud ontbrak volledig.

Leon Slothsky
Iran kwam één keer langs, via een een gedeeld stuk dat het dodental relativeerde. Verder bleef zijn tijdlijn gevuld met Israël, gedeelde stukken van derden.

Inge Stolkenburg
Structurele focus op Israël en Gaza, geen zichtbare aandacht voor Iran. Wel herhaald gebruik van extreme vergelijkingen en expliciet denigrerende opmerkingen, onder meer richting vrouwen. De vergelijking met gaskamers sluit elk gesprek af.

Yolanthe
Beperkte aandacht voor Iran via enkele reposts van @bijan63.bsky.social. Verder een repost waarin collectieve schuld wordt toegeschreven aan Joden en bestaansrecht wordt ontkend.

Greta (Auntie Fa)
Beperkt zich tot een emotionele repost over Gaza en een afbeelding die meer oproept dan uitlegt. Geen eigen duiding, geen aandacht voor Iran.

Daan, whistler4u en asimo12
Niks. Geen berichten over Iran. Geen zichtbare aandacht voor mensenrechten buiten dit conflict.

Dit zijn geen interpretaties of aannames. Dit is zichtbaar gedrag en wie hier nog steeds spreekt over universele verontwaardiging, kijkt niet goed. Of wil niet kijken.

Een beeld dat veel zegt

In dezelfde periode werd op Bluesky een tekening gedeeld, o.a. door Auntie Fa. Donald Trump en Benjamin Netanyahu houden samen een bord vast met de tekst “Trump Hotel Gaza”. Voor hen worden hongerige mensen uitgebeeld in de stijl die een link legt met concentratiekampen.

Laat één ding helder zijn. Dat Trump en Netanyahu beleid voeren dat misdadig is en tot massaal leed leidt, staat voor mij buiten kijf. Dat benoemen is geen probleem. Juist omdat kritiek op beleid noodzakelijk is, is versimpeling gevaarlijk.

Maar dit beeld legt geen beleid bloot. Het legt niets uit. Het laat geen keuzes zien, geen structuren, geen keten van oorzaken. Het werkt met één truc: schuld krijgt een gezicht en daarmee is het denken klaar. De doden worden decor.

Het schuurt niet omdat het openlijk antisemitisch is, maar omdat het gevaarlijk dicht langs oude beelden over Joden schuurt. De koele machthebber, de hand achter het kwaad. Beelden hebben een geschiedenis en die geschiedenis verdwijnt niet opeens.

Wat ook opvalt, is wat ontbreekt. Geen Hamas. Geen Iran. Geen regionale machtsstrijd. Geen context. Het kwaad krijgt één gezicht, steeds hetzelfde. Dat is geen uitleg, dat is versimpeling.

Wat hier zichtbaar wordt, is een patroon

Wat hier zichtbaar wordt, is geen incident en geen misverstand, maar een patroon. Mensenrechten werken in deze kring niet als principe, maar als badge. Ze worden opgepoetst zolang ze passen bij het juiste verhaal en geruisloos ingeruild zodra dat verhaal schuurt.

Wie dat benoemt, krijgt geen weerwoord, maar een digitale tik op de vingers. Niet omdat de feiten ontbreken, maar omdat ze ongelegen komen. Stilte is hier geen blinde vlek, maar een keuze.

Zolang solidariteit vooral dient als podium en niet als maatstaf, blijft empathie selectief en verontwaardiging keurig gedoseerd. Dat is geen activisme. Dat is zelfbevestiging.

En de bubbelbühne? Die applaudisseert. Steeds opnieuw.

Meer lezen? Klik hier voor het overzicht met de links naar de gebruikte bronnen.

N a s c h r i f t

Zowel mijn Volkskrant-opiniestuk over academische boycots als Free Palestine, alleen nu even niet worden in dit debat aangehaald als bewijsstuk, maar nauwelijks als tekst gelezen.

Het eerste ging over kennis, zorg en klimaat. Het tweede over zichtbaarheid en stilte. Geen van beide verdedigde staatsgeweld of ontkende Palestijns leed.

Wie dat er toch in leest, leest niet om te begrijpen, maar om te bevestigen.

Voor de preciezen onder ons: ik schreef “drie jaar”. Correct is: twee jaar en bijna vier maanden. De stilte blijft hetzelfde.

Sociale media

Zou u haar doen?

Ik heb niets met de SP. Verre van zelfs. En nee, de toon van Bart Nijman is niet de mijne. Ik lees zijn nieuwsbrief soms, ben het er af en toe mee eens en klik net zo vaak weer weg. Dat is niet het punt. Het punt is wat er gebeurt zodra iemand het waagt om buiten de eigen kring te schrijven.

De aankondiging was onschuldig. Renske Leijten gaat columns schrijven voor de nieuwsbrief van Bart Nijman. Haar eerste bijdrage was geen pamflet of provocatie, maar een eenvoudige introductietekst. Persoonlijk van toon, zoekend en reflecterend. Over identiteit na de politiek, over tijd nemen, over het gevaar van hokjesdenken en tribalisme.

En toen ging de bubbelbühne los.

Niet omdat men haar tekst aandachtig had gelezen. Dat bleek al snel. De reacties gingen niet over wat ze schreef, maar over waar ze het schreef. Over met wie ze in één adem genoemd kon worden. Schuld door associatie, zonder omwegen en zonder rem.

De labels vlogen in het rond. Racisten. Genocideverheerlijkers. Waardeloze stukjesschrijvers. Wandelend hakenkruis. Racistisch schuim der natie. Er werd niet geciteerd, niet geanalyseerd en niet weerlegd. Het oordeel was er al. De inhoud was overbodig.

De hypocrisie zit niet alleen in wat er werd gezegd, maar in wie het zei en hoe het werd gepresenteerd. Met de zin “Zou u haar doen?” suggereerde Lotfi El Hamidi dat dit de vraag was die Bart Nijman zijn abonnees had moeten stellen voordat Renske Leijten mocht schrijven. Een walgelijke uitspraak, de eerste keer ook al. In 2010. Seksistisch, reducerend en onthullend. Alsof seksuele beoordeling de juiste maatstaf is voor toegang tot het debat. Alsof dát de norm is waar men zich druk over zou moeten maken. Het archief fungeert hier als hulpje voor verontwaardiging die inhoudelijk nog niet op eigen benen kan staan.

Wat het extra wrang maakt, is dat dezelfde auteur zich ook graag presenteert als iemand die waarschuwt voor ontmenselijking en het vastpinnen van mensen op labels. In een interview met De Groene Amsterdammer noemt hij de Koran zijn favoriete boek, geroemd om de mystiek en de subtiliteit van taal. Dat staat er allemaal keurig. Wie zich graag beroept op subtiliteit en mystiek, maar uitkomt bij “Zou u haar doen”, laat zien hoe dun dat laagje beschaving soms is.

Wat hier zichtbaar wordt, is de bubbelbühne in volle glorie. Een morele kring waarin instemming wordt beloond en twijfel wordt afgestraft. Het beeld van de deugdende veren die in elkaars derrière verdwijnen is misschien vilein, maar treffend. Zo werkt deze kring. Wie applaudisseert, hoort erbij. Wie om onderbouwing vraagt, wordt verdacht.

Dat beroep op argumenten is ondertussen puur decoratief. Er wordt gezegd dat het om argumenten zou moeten gaan en niet om clicks, terwijl er geen enkel argument volgt. Wie wél vraagt waar beschuldigingen op gebaseerd zijn, krijgt geen antwoord maar een sneer. Of een blokkade. Of allebei.

Opvallend is wie dat doen. Niet alleen anonieme roeptoeters, maar ook mensen zoals Nadia Bouras, universitair docent, die anderen de maat nemen over debatcultuur terwijl zij zelf elke inhoudelijke vraag ontwijken. Het woord argument wordt ingezet als moreel accessoire, terwijl kritiek wordt afgedaan met “zout toch op” of “je gaat je goddelijke gang maar”. En als iemand het niet eens is met die kwalificaties en durft te vragen waar Bouras zich op baseert, volgt een antwoord als: “Steek die vinger maar ergens waar het licht niet schijnt. En ga wat nuttigs doen.” Einde discussie.

Het is een gesloten systeem. Binnen de bubbel wordt het eigen gelijk bevestigd. Daarbuiten volgt geen gesprek, maar een vonnis. Niet lezen, maar labelen. Niet weerleggen, maar uitsluiten. Vrijheid van meningsuiting, zolang het de juiste is.

Ironisch genoeg sluit dit naadloos aan bij wat onderzoek al jaren laat zien. In Why Groups Go to Extremes en later in #Republic beschrijft Cass Sunstein hoe gelijkgestemde groepen, zeker online, niet gematigder maar radicaler worden. Wie vooral mensen hoort die hetzelfde denken, wordt niet kritischer, maar zekerder van het eigen gelijk. Afwijking verdwijnt, nuance verdampt en morele eensgezindheid wordt belangrijker dan denken.

Je ziet het hier gebeuren, in real time.

Oude citaten van meer dan tien jaar geleden worden erbij gehaald om het eigen gelijk te staven. Context doet er niet toe. Tijd niet. Ontwikkeling niet. Een uitspraak uit 2014 wordt een levenslange identiteit, omdat er van recentere datum blijkbaar niets te vinden is. Alsof mensen niet kunnen veranderen, reflecteren of bijstellen. Een merkwaardig mensbeeld voor wie zegt te geloven in groei en bewustwording.

Intussen blijft de oorspronkelijke tekst van Leijten irrelevant verklaard. Niemand citeert haar woorden. Niemand gaat in op haar waarschuwing voor hokjesdenken. Niemand lijkt de ironie te zien dat een tekst over tribalisme wordt beantwoord met tribalisme.

Dit gaat niet over links of rechts. Niet over SP of VVD. Niet over Nijman of Leijten. Dit gaat over uitsluiting. Over bepalen wie nog mag spreken en wie niet. Over morele verontwaardiging als excuus om niet meer te hoeven denken.

Ik hoef het met Nijman niet eens te zijn om te zien hoe dit ontspoort. Ik hoef Leijten niet te steunen om te herkennen wat hier gebeurt. Meningen worden hier niet betwist, maar vervangen door etiketten die de bubbelbühne klaarlegt voor wie zelf stopt met denken.

Vrijheid van meningsuiting is hier een decorstuk. Het mag bestaan zolang het niets verstoort. Wie buiten de lijn spreekt, wordt niet weerlegd maar gemarkeerd. En wie om argumenten vraagt, krijgt geen antwoord maar een sneer of een blokkade.

Dat is geen debat. Dat is een echoput. En hoe harder men erin roept, hoe gelijker het klinkt.

Naschrift

Na publicatie kwam de bubbelbühne in actie. Niet op de inhoud. Er werd gescholden, geprojecteerd en weggezet. Er werd vooral niet gelezen.

En als iets er niet staat, dan verzin je het gewoon. “En dan ook de islam er nog bijhalen”, bijvoorbeeld, om vervolgens “smerig” te kunnen roepen. Uiteraard gevolgd door een blokkade van de verheven meneer. Dat is geen misverstand, maar een oude techniek. Wie eerst iets roept wat er niet staat, hoeft inhoudelijk niet op de tekst te reageren.

Geen enkele reactie kwam met een argument. Wel met woede en moreel theater. Er werd gesteld dat woorden achter elkaar zetten nog geen column is, omdat de aanname was dat de auteur niet zou weten waar “Zou u haar doen” vandaan komt. Dat weet zij wel. Uit 2010.

En precies daar raakt dit stuk zijn kern. Dat El Hamidi in 2026 moet teruggrijpen op een quote uit 2010 om een punt te maken, is op zichzelf al veelzeggend. Niet over Renske Leijten, want inhoudelijk zegt hij niets. Die quote zegt alles over de armoede van zijn kritiek. Wie niets actueels kan aanwijzen, graaft in stoffige archieven en noemt dat duiding.

De ironie is compleet wanneer die morele verontwaardiging gepaard gaat met klachten over stijl. Witheet worden van “warrige stukjes en lelijke zinnen”, terwijl je zelf “ik wordT” schrijft en interpunctie laat verdwijnen, is ook een keuze, Sheila Sitalsing. Net als woede verwarren met inhoud. Om het in haar eigen woorden te zeggen: woorden achter elkaar zetten is nog geen inhoudelijke reactie. Doe er je voordeel mee.

Wie morele woede nodig heeft om een punt te maken, heeft geen punt meer.

Zou u haar doen? | b r o n n e n

Sociale media

De gebroken spiegel

Over framing, morele verontwaardiging en een onsmakelijke tweet

Als je framing en propaganda veroordeelt, maar zelf een deportatie voorstelt onder het mom van een “spiegel”, wat zegt dat dan over je geloofwaardigheid als journalist?

“Alle Joden deporteren naar de VS en van Israël een kuuroord maken.”
— Chris Klomp, 5 juni 2025

Waarom hij dat schreef? Omdat iemand op X vroeg“Als ik nu eens over die rode lijn heen kijk, zie ik dan een (suggestie voor) een definitieve oplossing?” Klomps antwoord: deportatie. Geen grap, geen uitleg. Gewoon een keiharde uitspraak.

Klomp noemt zichzelf onafhankelijk journalist. Iemand die “tijd neemt voor duiding” en niet meedoet aan snelle framing. Zijn website vraagt om donaties zodat hij kan blijven schrijven “… wat hij wil. Onafhankelijk.”

Maar hoe geloofwaardig is dat, als je zulke dingen zegt?

Maatstaven voor anderen, niet voor zichzelf

In een recent stuk haalt Klomp uit naar De Telegraaf, omdat die activisten op een Gaza-boot “Hamas-fans” noemde. Volgens hem is dat framing. Maar hij noemt diezelfde groep zelf “alleen mensenrechtenactivisten”. Zonder nuance.

Wie framing aanvalt, moet ook zijn eigen woorden wegen. Zijn deportatie-opmerking is niet alleen verwerpelijk, maar ondergraaft alles wat hij over journalistiek zegt te verdedigen.

Op zijn site schrijft Klomp:

“Wat als iemand wél tijd neemt voor duiding?”

Maar dat doet hij niet. Zijn uitspraak over deportatie had zo van een trollend account kunnen komen.

In een tijd waarin antisemitisme toeneemt en het publieke debat verhardt, is dit geen onschuldige uitglijder. Het is een signaal. En wie een spiegel ophoudt, moet er ook in durven kijken.

Analyse maakt plaats voor preek

Volgens Media Bias/Fact Check (2024) is De Telegraaf inderdaad “right biased”, maar ook “mostly factual”, met een schoon factcheck-record. De site wijst op sterke woordkeuze en gebrekkige bronvermelding, maar noemt de krant niet onbetrouwbaar. Klomps voorstelling van De Telegraaf als een zuivere propagandamachine houdt daarmee geen stand. Rechts zijn is niet hetzelfde als structureel onwaarachtig zijn.

In zijn stuk over De Telegraaf is er geen inhoudelijke analyse van het nieuwsbericht. Geen bronnen, geen wederhoor – alleen moreel dedain en oude vetes.

Hij verwijt framing, maar gebruikt zelf zinnen als “Palestijnse burgers levend verbrand” en “baby’s die sterven van de gecreëerde hongersnood”.

Hij hekelt activistische journalistiek, maar bedrijft het zelf. Hij presenteert zich als het laatste geweten in de media. Maar wie anderen de maat neemt, moet ook zijn eigen woorden toetsen. Zeker als die gaan over het deporteren van een bevolkingsgroep.

Het stopt niet bij één uitspraak

“Ik geloof ook niet dat de Holocaust is gepleegd door de islam. Heb ook wat moeite met die enorme misdaad te koppelen aan superieur zijn.”
— 
Chris Klomp, 7 juni 2025

Dat is vreemd. Want de Holocaust was juist het gevolg van het idee dat het Arische ras superieur was. Als je dát niet ziet, mis je basiskennis.

De paradox: Klomp waarschuwt voor superioriteitsdenken, maar pleitte eerder zélf voor deportatie. Hij beschuldigt anderen van morele ontsporing, maar sleept de Holocaust in een discussie waar hij geen grip op heeft.

De spiegel als schild

“Maar goed, we kunnen we constateren dat de spiegel geslaagd is. Ophef en gedoetjes als je dit zegt over de Joden, totale stilte als dit een letterlijk plan is met Palestijnen als slachtoffers. We see you.”
— Chris Klomp, 7 juni 2025

Volgens Klomp is zijn uitspraak dus “een spiegel” en wie daar boos op wordt, bevestigt volgens hem alleen maar zijn gelijk. Een klassiek rookgordijn: hij trekt de morele jas nog strakker aan, zonder iets terug te nemen. Wie kritiek heeft, is ineens schuldig aan stilzwijgen over ander onrecht.

Maar laten we helder zijn: wat Klomp schreef, is walgelijk. Niet omdat het over Joden ging. Niet omdat het over Palestijnen zou kunnen gaan. Maar omdat het over mensen gaat. Het deporteren van een bevolkingsgroep suggereren is geen spiegel. Het is moreel failliet, ongeacht het doelwit.

Of het nu gaat over Joden. Over Palestijnen. Over christenen. Of over aanhangers van het drieogige spaghettimonster …

… dit zeg je niet.

Geen uitschieter, maar een patroon

Wie denkt dat Klomps uitspraak over deportatie een eenmalige uitschieter was, komt bedrogen uit. Een reeks eerdere tweets laat zien dat het geen incident is, maar een terugkerende stijlfiguur, waarin Joden worden gegeneraliseerd, belachelijk gemaakt of moreel afgewezen.

In reacties op het Israëlisch-Palestijns conflict vergelijkt Klomp Joden met nazi’s, zegt hij dat “ze hetzelfde doen”, stelt hij dat “Marokkanen, Joden, allemaal één pot nat zijn” en suggereert hij dat ze “beter naar Trumpland kunnen” omdat ze daar “altijd gehaat zullen worden – deels terecht”.

De spiegel is geen reflectie maar een rookgordijn. Wie dit soort dingen structureel zegt, over langere tijd, in volle ernst en zonder correctie, hoeft geen spiegel aan te reiken, maar een verklaring.

Of beter nog: zet gewoon ‘antisemiet’ in je bio. Scheelt een hoop uitleg.

_______________________

Naschrift | Over wederhoor, journalistieke normen en een gemiste kans

Na publicatie van dit blog ontving ik een reactie van Chris Klomp. Hij schreef dat het stuk “de plank volledig misslaat” en beklaagde zich over het ontbreken van wederhoor, met daarbij de opmerking dat “niemand reageert” op dit “verhaaltje”.

Behalve hijzelf dus. Per e-mail, vol dedain.

Uiteraard heb ik hem daarop alsnog de gelegenheid geboden om inhoudelijk te reageren. Hij kon daarvoor per e-mail een (inhoudelijk) weerwoord insturen, dat ik met plezier als naschrift aan het blog zou hebben toegevoegd. Klomp wees dit aanbod af. Volgens hem hoort wederhoor uitsluitend vóór publicatie plaats te vinden. Het blog noemt hij “geen journalistiek, maar framing”.

Voor de duidelijkheid: dit blog is gebaseerd op uitspraken die Klomp zelf publiekelijk heeft gedaan via sociale media, met name op X. Hij wordt letterlijk geciteerd, voorzien van directe bronverwijzingen. Op dat platform is zijn toon vaak uitgesprokener dan elders, wat de context van zijn woorden des te relevanter maakt.

Volgens de Code van Bordeaux, de internationale gedragscode voor journalisten én de Nederlandse Raad voor de Journalistiek, is wederhoor bij journalistieke publicaties een belangrijk principe, maar géén absolute verplichting vóór publicatie. Zeker bij opiniestukken over publieke uitlatingen volstaat het om achteraf ruimte tot reactie te bieden, een gangbare en integere praktijk binnen de journalistiek.

Het is jammer dat het kennelijk makkelijker is om op alles te reageren met het woord “spiegel”, dan om inhoudelijk in te gaan op je antisemitische posts.

Voor wie zich beroept op journalistieke ethiek, is het misschien raadzaam om punt 9 en 10 van de Global Charter of Ethics for Journalists (Code van Bordeaux) nog eens rustig door te nemen.

_______________________

Overzicht met de screenhots van X

Dit stuk is ook verschenen in The Times Of Israel op 8 juni 2025

Sociale media

“Jij hebt het hoofd van een breijuffrouw uit Urk”

Over hoe vrouwen met een mening nog steeds op hun plek worden gezet – door mannen, vanzelfsprekend.

Toen ik mijn stuk schreef inde Volkskrant over de academische boycot van Israëlische universiteiten, wist ik dat het reacties zou oproepen. Dat hoort erbij. Maar wat ik níet verwachtte, was de aard van die reacties. De toon. De minachting. En vooral: het patroon.

Niet de inhoud van mijn argumenten stond centraal, maar mijn hoofd. Mijn bril. Mijn naam. Mijn vermeende motieven. “Mevrouwtje schrijft drie pro-Israëlische stukken in twee weken, zonder track record. Betaalde promotie?” Of: “Jij hebt het hoofd van een breijuffrouw uit Urk, niet van een Midden-Oostenexpert.”

Opmerkingen over mijn gezicht, mijn toon, mijn recht van spreken. Geen vragen over feiten. Geen alternatieve analyses. Wel heel veel mannen die me de maat nemen. Soms quasi-intellectueel vermomd, soms regelrecht ordinair.

Een van hen heeft zelfs een heel blog aan mij gewijd – niet voorzien van inhoud of een steekhoudende onderbouwing, maar dat terzijde. Hij zette mijn betoog weg alsof ik een eerstejaars was met een onvoldoende voor logica. Hij stelde me moreel verantwoordelijk voor alles wat er in Gaza gebeurt, vergeleek mijn redenering met die van koloniale slavenhouders en eindigde met een baby die onder een sumoworstelaar ligt. Koekoek.

En dat is dus precies het probleem. Vrouwen die publiek stelling nemen krijgen zelden inhoudelijke tegenwind. Ze krijgen correctie. En die correctie komt opvallend vaak van mannen die vinden dat ze het beter weten. Niet alleen over het onderwerp, maar over hoe jij je had moeten uitdrukken. Had moeten positioneren. Had moeten voelen.

Wat begon als losse baggerreacties is uitgegroeid tot een structureel fenomeen: de backlash tegen vrouwen in het publieke debat is inmiddels pijnlijk zichtbaar. De toon is kleinerend, de boodschap is corrigerend en het doel is helder: weet je plek.

Het is een subtiele vorm van disciplinering. Geen gesprek, maar een corrigerende tik. Geen uitwisseling, maar een poging je positie onderuit te halen. En het werkt. Want voor je het weet ga je je verdedigen. Uitleggen dat je echt wel tegen Netanyahu bent. Dat je geen lid bent van CIDI. Dat je óók kritisch bent op China, of Iran, of Saudi-Arabië. Terwijl dat allemaal afleidt van waar het over ging: het effect van een academische boycot.

Een kleine greep uit de reacties:

“Volgens mij heb jij zo’n hoofd waar ik niet mee in discussie ga.”

“Domicela Heijmeriks hanteert een maffiamentaliteit.”

“Volgens mevrouw Heijmeriks heeft Israël meerdere keren een geneesmiddel tegen kanker uitgevonden. Of loog u?”

“Streetart lover? Midden-Oostenexpert? Laat me niet lachen.”

“Je heb er geen verstand van,”

“😂 Mijn God wat zijn mensen toch onnozel.”

“Wat een kolderiek epistel.”

“Ik ken domelica (wat een naam) niet maar …”

“Gristenwaanzinnige voor ApartheidIsrael.”

“Haar ingezonden stukken horen thuis in Barneveld Vandaag.”

“Volgens LinkedIn geeft ze workshops over nepnieuws. 🥴”

En dit is nog maar een selectie, ik heb tientallen screenshots. Veel van deze helden opereren trouwens anoniem, zoals degene die op X achter een keffiyah verscholen mijn LinkedIn afstruinde, om vervolgens met een spottende emoji zijn digitale plasje te doen. Held op sokken, maar dan digitaal.

Anderen dalen juist neer uit hun ivoren toren om je als expert de maat te nemen: “Als arts ben ik totaal niet onder de indruk van de claims die hier worden gemaakt …” De vanzelfsprekendheid waarmee ze zichzelf tot moreel ijkpunt benoemen is bijna aandoenlijk. Maar iets inhoudelijks toevoegen, een discussie voeren of zélf met feiten op de proppen komen? Dat is te veel gevraagd.

Ik schreef over de prijs van activisme. Maar wat ik eigenlijk beschreef, was de prijs van een mening als je een vrouw bent. Geen debat of weerwoord, maar zijdelingse tikken, verdachtmakingen en morele afstraffing.

En je hoofd? Dat blijkt dan ineens óók onderwerp van discussie – samen met je toon, je naam, je intenties, je achtergrond en vooral je recht om überhaupt iets te zeggen. Alles wordt tegen je gebruikt, behalve je argumenten. Als vrouw met een mening ben je geen deelnemer aan het debat, je bént het doelwit.

Welkom in het Nederland van 2025. Waar we anderen de maat nemen over vrouwenrechten in Iran of Afghanistan, maar zwijgen als vrouwen hier worden neergesabeld zodra ze hun mond opendoen – denk aan Halsema, Kaag of Koopmans, vrouwen die structureel worden neergezet als onbetrouwbaar, gevaarlijk of simpelweg ‘te aanwezig’. Waar een vrouw met een afwijkende mening wordt bespot, verdacht gemaakt of monddood gewenst.

Vrijheid van meningsuiting? Alleen als je zegt wat men wil horen. En vooral níét als je dat als vrouw doet.

“Jij hebt het hoofd van een breijuffrouw uit Urk” | bronnen