Media

Billen met bereik

Jutta Leerdam is niet mijn cup of tea. Ik volg haar niet, ik kijk haar stories niet terug en ik heb ook geen enkel probleem met strakke pakken op mijn tijdlijn. Mannelijke schaatslijven worden hier net zo gewaardeerd als vrouwelijke – lang leve het feminisme. Het ijs maakt geen onderscheid en wij ook niet. Maar 6 miljoen volgers alleen al op Insta maken van Leerdam geen eendagsvlieg. Dat is geen misverstand van het algoritme. Dat is een publiek dat waardering heeft voor een sportvrouw van absolute topklasse. Dat is het publiek van iemand die echt iets kan en bereid is daar veel voor te laten.

En een publiek laat zich niet reduceren tot een paar billen, alsof zes miljoen mensen uitsluitend op rondingen reageren.

De discussie die, uiteraard op ‘sociale’ media, volgde op haar weigering om de pers te woord te staan, begon keurig. Bereik is geen argument om de journalistiek te negeren. Wie zichtbaar is, hoort aanspreekbaar te zijn. Ze heeft van alles en niets aan ‘de pers’ te danken, klonk het, alsof miljoenen volgers spontaan uit de lucht vallen dankzij de tussenkomst van een verslaggever.

En toen verschenen de billen. Niet op het ijs, maar in de ‘analyse’ op de website van Chris Klomp, waar rondingen plots een journalistiek argument bleken.

Miljoenen volgers bleken plots te danken aan hoe Jutta Leerdam haar kont in strakke kleding steekt en haar lippen bevallig tuit. Dat was kennelijk relevant voor de vraag of zij journalisten iets verschuldigd is. Alsof zes miljoen mensen collectief hun beoordelingsvermogen verliezen zodra er lycra in beeld verschijnt.

Het is een fascinerende redenering. Een vrouw met bereik is al ongemakkelijk. Een vrouw met bereik én rondingen wordt prompt herleid tot schoonheid zonder inhoud. Een lijf én talent tegelijk blijken voor sommige mannen een te ingewikkelde combinatie.

Het aardige is dat dit debat niet alleen over smaak ging, maar over regels. Of beter gezegd: over het ontbreken ervan.

De regels zijn helder. Topsporters moeten tijdens de Olympische Spelen de mixed zone betreden. Zij zijn niet verplicht interviews te geven. De keuze om zich wel of niet te laten interviewen ligt geheel bij de sporter.

Chris Klomp schreef er een stuk over. Het werd gebracht als een principieel pleidooi voor wederkerigheid, bereik ontslaat niemand van verantwoordelijkheid, blablabla.

Er waren mensen die erop wezen dat er geen enkele verplichting bestaat om de pers te woord te staan. Dat het recht bij de sporter ligt en dat een mixed zone niet hetzelfde is als spreekplicht. Deze mensen hadden gelijk.

En toen kwam er één woord.

“Nope.”

Dat was het antwoord.

Geen inhoudelijk weerwoord. Geen verwijzing naar een gedragscode, geen erkenning dat de regel misschien toch minder rekbaar was dan gehoopt.

Alleen nope.

Er schuilt iets bijna ontroerends in dat woord. Het klinkt stoer, maar verraadt vooral ongeduld, alsof de werkelijkheid zich moet voegen naar zijn ergernis. De mixed zone werd alsnog opgevoerd als bewijs van een plicht die er niet is. Het verschil tussen verschijnen en antwoorden werd achteloos omgebogen tot een morele eis.

Zodra regels geen houvast meer bieden, gaat het ineens over respect en fatsoen. Van anderen, welteverstaan.

En tussendoor, steeds weer, de billen van Jutta.

Het contrast met LinkedIn was bijna aandoenlijk. Daar werd het fenomeen anders geduid. Jaap Stalenburg sprak niet over getuite lippen, maar over logica. Niet over het plaatje, maar over bereik als structurele verschuiving. Hij wees erop dat traditionele media zelf allang datagedreven opereren en dat dit geen botsing is tussen ego en journalistiek, maar tussen twee systemen die allebei leven van aandacht.

Dat is een analyse.

Ze is een ware heldin. De diva die van haar troontje stapt om het gepeupel te woord te staan. Chapeau heur.

Op X ging het over karakter en toon, over diva’s en fatsoen. Op LinkedIn ging het over structuur, over veranderende verhoudingen. Waar het ene platform bereik reduceerde tot lichaam, erkende het andere dat bereik inmiddels een machtsfactor is.

Opvallend genoeg bleef die analyse op X vrijwel onbesproken. Zeker door Chris Klomp, die bleef hameren op norm en houding, terwijl het fundament onder zijn verontwaardiging al was verdwenen.

Het is verleidelijk om dat jaloezie te noemen. Dat is het misschien niet eens. Wat het eerder verraadt, is beroepsfrustratie.

Een sporter met zes miljoen volgers is niet langer afhankelijk van de microfoon in de mixed zone. Zij kan zelf kiezen wanneer zij spreekt, wat zij zegt en tegen wie. Dat is even slikken voor een beroep dat gewend was te bepalen wie zichtbaar werd en wanneer.

Zichtbaarheid is niet meer schaars en bereik evenmin. Wat verandert, is wie bepaalt wat er in beeld komt en wie er nog iets over te zeggen heeft.

En precies daar ging iemand met de billen bloot en het was niet Jutta Leerdam.

Niet omdat hij het woord kont gebruikte of omdat hij ironisch wilde zijn. Maar omdat hij liet zien hoe moeilijk het is om te erkennen dat macht verschuift.

Wie vrouwelijke populariteit terugbrengt tot een Instagramaccount met een kont, probeert haar kleiner te maken dan zij is. Wie dan toch blijft volhouden dat er een verplichting was, terwijl die er aantoonbaar niet is, laat vooral zien hoe graag hij gelijk wil hebben.

Dat is misschien goed voor de bubbelbühne, waar applaus belangrijker is dan feiten. Het is alleen geen sterke analyse.

Zes miljoen volgers zijn een feit en een bereik waar veel redacties alleen van kunnen dromen.

Je kunt die schaal wegwuiven als een derrière in lycra. Of je kunt erkennen dat mediamacht niet langer exclusief is.

De eerste reactie klinkt stoer en scoort snel, de tweede vraagt dat je jezelf even buiten beeld zet.Op LinkedIn werd die reflectie geboden. Op X werd zij overschreeuwd. En ergens tussen mixed zone en “nope” werd zichtbaar wie hier werkelijk met de billen bloot ging.

Wat de journalistiek hier laat liggen, is veel interessanter dan een genegeerde microfoon.
Niet de vraag óf zij had moeten spreken, maar waarover.

Wie zes miljoen volgers heeft en zich publiekelijk verbindt aan iemand als Jake Paul, begeeft zich in een wereld waar entertainment, politiek en ideologie moeiteloos door elkaar lopen. Dáár liggen vragen. Over invloed, verantwoordelijkheid en over de ideeën die je zichtbaar naast je laat bestaan.

Maar die vragen hoor je niet.

Kennelijk is het eenvoudiger om te schrijven over lycra dan om voor een draaiende camera te vragen wat zij vindt van de publieke standpunten van haar partner. Dat laatste vraagt lef. Het eerste vraagt alleen een mening.

Je laten interviewen is geen journalistieke opdracht. Doorvragen wanneer het gebeurt wel.

En juist daar blijft het opvallend stil.

Billen met bereik | bronnen

Opinie

Iran, maar dan graag via Israël

Over selectief activisme en het wegkijken terwijl Iraniërs vechten voor hun vrijheid

Vorig jaar schreef ik over Iran als een land waar vrouwen die uit de pas lopen worden bestraft met verkrachting, zweepslagen en de galg. Dat stuk ging niet over incidenten, maar over een systeem. Over een staat die geweld inzet als bestuursvorm en het lichaam van vrouwen gebruikt om gehoorzaamheid af te dwingen. Geen ontsporing, maar een meedogenloos beleid.

Wat we nu zien, is wat er gebeurt wanneer datzelfde systeem zich niet meer beperkt tot vrouwen, maar iedereen raakt die nog durft te spreken. Niet alleen volwassen mannen, maar ook schoolmeisjes, jongens, oude vrouwen. Iedereen die weigert te zwijgen.

Dit gebeurt nu. In Iran wordt op dit moment geschoten op mensen die de straat op gaan omdat ze hun vrijheid opeisen. Het gaat allang niet meer alleen om de verplichte hijab of de positie van vrouwen. De munt is ingestort, prijzen rijzen de pan uit, lonen zijn niets meer waard. Winkels sluiten uit protest, universiteiten lopen leeg en demonstraties breken uit in tientallen steden.

De reactie van de staat is niet terughoudend en niet aarzelend. Veiligheidstroepen schieten met scherp. De Revolutionaire Garde wordt ingezet. Het internet wordt vrijwel volledig afgesloten. Alleen via Starlink bestaat nog een mogelijkheid om beelden en berichten naar buiten te krijgen. Ja, van Musk. Bespaar me de morele bijsluiters. Zonder die verbinding blijft alles onzichtbaar.

Dat is geen technisch probleem en geen poging tot rust. Het is een bewuste keuze om zicht weg te nemen terwijl het geweld doorgaat. Wie niets ziet, kan later zeggen dat hij het niet wist. Waar hebben we dat eerder gehoord?

De beelden zijn er. Lichamen liggen in lijkzakken in mortuaria en op binnenplaatsen. Families zoeken tussen de zakken naar hun kinderen, hun partners, hun broers. Mensenrechtenorganisaties spreken over honderden doden en meer dan tienduizend arrestaties. Die aantallen liggen waarschijnlijk hoger, juist omdat communicatie is afgesneden en onafhankelijke controle wordt tegengewerkt. Gewonden mijden ziekenhuizen uit angst om daar alsnog te worden opgepakt. Rouw mag alleen onder toezicht.

Dit is geen verlies van controle.
Dit is controle.

De stilte

Accounts, commentatoren en activisten die maandenlang onafgebroken spreken over Gaza, genocide, kolonialisme en historische schuld, laten Iran grotendeels liggen. Niet omdat zij het nieuws missen, maar omdat Iran geen vanzelfsprekende plek krijgt in hun morele reflex. Het past niet in het verhaal dat al klaar ligt. Het schuurt. Het vraagt om een positie die niet vooraf is uitgeschreven.

Er is geen “people of Iran”. Geen collectieve kreet die viraal gaat, geen morele paniek die zichzelf versterkt. Er wordt geen rode lijn getrokken, niemand plakt zich vast of gaat in een station zitten. Dat is gedoe en bovendien is het koud en oncomfortabel om nu op een stenen vloer of trap te zitten.

Er zijn ook geen vlaggen, geen activisten die met hun gezicht half verborgen achter een balaclava iets mompelen over mensenrechten. En laten we eerlijk zijn: de universiteitsgebouwen staan er nog. Niet gesloopt, niet bezet. Voor tentjes, spandoeken en kamperen geldt blijkbaar dat het weer moet meewerken. Verontwaardiging blijkt voorwaarden te hebben – en comfort staat hoog op het lijstje.

Wat er wél verschijnt, zijn andere gesprekken. Draadjes over alledaagse keuzes, persoonlijke ergernissen, het gemak of ongemak van consumptie, reizen en routines. Niets verkeerds op zichzelf, maar veelzeggend in dit moment. Waar dagenlang onvermoeibaar berichten konden worden gedeeld over Gaza, waar elke ontwikkeling werd geduid, versterkt en herhaald, valt het gesprek over Iran stil. Terwijl daar mensen worden neergeschoten, opgepakt en van het internet afgesneden, verschuift hier de aandacht naar het veilige en het herkenbare. Geen standpunt innemen blijkt ook een standpunt.

Dat is geen onschuldige afleiding. Het is een keuze.

Het moment waarop Iran wél verschijnt

Dat verandert pas wanneer het onderwerp Iran koppelingen aan Israël en de VS krijgt. Zodra het regime zelf begint te wijzen naar de Verenigde Staten en Israël als veroorzakers van het geweld, verschijnt Iran ineens wél in posts op sociale media. Als geopolitiek schaakstuk, welteverstaan. Niet als land waar burgers worden neergeschoten, maar als bewijsstuk in een bestaand debat dat al lang draait om iets anders.

Plots gaat het over CIA, Mossad, zionistische lobby’s en buitenlandse inmenging. Demonstranten worden herleid tot marionetten. De naam Pahlavi duikt op als afleiding, niet om Iraniërs te beschermen, maar om het gesprek te verplaatsen. Iran wordt niet verdedigd, maar gebruikt.

Dit is geen interpretatie. Het is timing.

Wat er gezegd wordt terwijl Iraniërs in opstand komen?

“In Nederland heeft de zionistische lobby een comité ‘voor Iran’ opgericht om sympathie te wekken voor de terugkeer van de sjah.”

“Wie nu over Iran praat zonder Israël te noemen, mist de kern.”

“Deze protestgolf gaat niet over mensenrechten, maar over geopolitieke belangen van de VS en Israël.”

“Het is cynisch dat mensen die eerder genocide in Gaza goedpraatten nu ineens huilen over Iran.”

“Demonstranten in Iran zijn marionetten van CIA en Mossad.”

“De media laten alleen gewelddadige beelden zien omdat dat past in hun anti-Iran agenda.”

“Veel Iraniërs steunen het regime, maar dat wordt bewust niet getoond.”

“Hoe een islamitisch land zichzelf bestuurt, is geen westerse zaak.”

Alle citaten zijn afkomstig uit openbare posts op sociale media (10–12 januari 2026). Volledige bronverwijzingen staan onder dit artikel.

Regimes en hun echo in het Westen

De ayatollahs geven hun regime graag een stem uit het Westen, om ook daar publiek te bedienen. Westerse woorden geven legitimiteit aan een verhaal dat intern met geweld wordt afgedwongen.

Een van die echo’s was in 2024 Jan Tervoort. Niet als journalist of deskundige, maar als sociale-mediafiguur die zijn zichtbaarheid vrijwel volledig ontleent aan X. Buiten dat platform heeft hij geen noemenswaardige stem en zelfs daar blijft zijn bereik beperkt. Hij liet zich inzetten om te spreken over Israël en vermeende zionistische netwerken. Niet over repressie in Iran, niet over executies of gevangenissen, maar over alles wat het regime goed uitkwam.

Over mensenrechten in Iran is hij elders helder: “Neuh, ik hou me niet echt bezig met mensenrechten in Iran. Het leven is keuzes maken.”

Dat hij daar toen sprak en nu zwijgt, is geen toeval. Het laat zien welk onderwerp zijn volle aandacht krijgt en welke mensenrechten er niet toe doen.

Iraanse stemmen

Terwijl dit alles gebeurt, spreken Iraniërs zelf. Journalisten en activisten laten zien hoe het internet wordt afgesloten, hoe mensen massaal worden opgepakt en hoe snelle executies dreigen. Ze waarschuwen dat het klakkeloos overnemen van het verhaal van het regime levens kost, omdat het geweld legitimeert en steun van buitenaf ondergraaft.

Die stemmen zijn er. Ze zijn duidelijk en volhardend. Ze vertellen over families die hun doden niet mogen begraven zonder toestemming, over gevangenen die verdwijnen, over jongeren die worden opgepakt omdat ze een video delen of iets roepen op straat. Ze blijven spreken, ook nu alles erop is gericht hen het zwijgen op te leggen.

Maar deze stemmen bereiken vooral mensen buiten de bubbel die zichzelf graag anti-imperialistisch noemt. Het probleem is geen gebrek aan informatie, maar een gebrek aan bereidheid om te luisteren zodra de boodschap niet past in een vertrouwd verhaal.

Wat dit doet

Dit alles is niet neutraal. Wegkijken is een keuze en die keuze heeft gevolgen. Selectief activisme ontneemt Iraniërs internationale steun op het moment dat die het hardst nodig is. Het versterkt het narratief van een regime dat zich als slachtoffer presenteert, terwijl het zijn eigen bevolking neerschiet. Het maakt geweld onzichtbaar door het te verklaren in plaats van het te benoemen.

Iraans verzet wordt zo twee keer uitgewist. Eerst door een staat die schiet, censureert en begraaft. Daarna door activisten die alleen spreken wanneer een crisis past binnen hun vaste morele kader en zwijgen zodra dat kader schuurt.

Iran is geen decor en geen verlengstuk van een ander conflict. Het is geen bijzaak en geen kapstok voor morele zelfprofilering. Het is een land waar nu burgers worden doodgeschoten omdat ze weigeren te verdwijnen.

Wie dat verkleint of verplaatst, maakt een keuze. Niet voor nuance, maar uit gemakzucht. En precies op dat gemak rekent dit regime.

Dit is het moment waarop selectief activisme door de mand valt.

Iran, maar dan graag via Israël | b r o n n e n

Sociale media

Zou u haar doen?

Ik heb niets met de SP. Verre van zelfs. En nee, de toon van Bart Nijman is niet de mijne. Ik lees zijn nieuwsbrief soms, ben het er af en toe mee eens en klik net zo vaak weer weg. Dat is niet het punt. Het punt is wat er gebeurt zodra iemand het waagt om buiten de eigen kring te schrijven.

De aankondiging was onschuldig. Renske Leijten gaat columns schrijven voor de nieuwsbrief van Bart Nijman. Haar eerste bijdrage was geen pamflet of provocatie, maar een eenvoudige introductietekst. Persoonlijk van toon, zoekend en reflecterend. Over identiteit na de politiek, over tijd nemen, over het gevaar van hokjesdenken en tribalisme.

En toen ging de bubbelbühne los.

Niet omdat men haar tekst aandachtig had gelezen. Dat bleek al snel. De reacties gingen niet over wat ze schreef, maar over waar ze het schreef. Over met wie ze in één adem genoemd kon worden. Schuld door associatie, zonder omwegen en zonder rem.

De labels vlogen in het rond. Racisten. Genocideverheerlijkers. Waardeloze stukjesschrijvers. Wandelend hakenkruis. Racistisch schuim der natie. Er werd niet geciteerd, niet geanalyseerd en niet weerlegd. Het oordeel was er al. De inhoud was overbodig.

De hypocrisie zit niet alleen in wat er werd gezegd, maar in wie het zei en hoe het werd gepresenteerd. Met de zin “Zou u haar doen?” suggereerde Lotfi El Hamidi dat dit de vraag was die Bart Nijman zijn abonnees had moeten stellen voordat Renske Leijten mocht schrijven. Een walgelijke uitspraak, de eerste keer ook al. In 2010. Seksistisch, reducerend en onthullend. Alsof seksuele beoordeling de juiste maatstaf is voor toegang tot het debat. Alsof dát de norm is waar men zich druk over zou moeten maken. Het archief fungeert hier als hulpje voor verontwaardiging die inhoudelijk nog niet op eigen benen kan staan.

Wat het extra wrang maakt, is dat dezelfde auteur zich ook graag presenteert als iemand die waarschuwt voor ontmenselijking en het vastpinnen van mensen op labels. In een interview met De Groene Amsterdammer noemt hij de Koran zijn favoriete boek, geroemd om de mystiek en de subtiliteit van taal. Dat staat er allemaal keurig. Wie zich graag beroept op subtiliteit en mystiek, maar uitkomt bij “Zou u haar doen”, laat zien hoe dun dat laagje beschaving soms is.

Wat hier zichtbaar wordt, is de bubbelbühne in volle glorie. Een morele kring waarin instemming wordt beloond en twijfel wordt afgestraft. Het beeld van de deugdende veren die in elkaars derrière verdwijnen is misschien vilein, maar treffend. Zo werkt deze kring. Wie applaudisseert, hoort erbij. Wie om onderbouwing vraagt, wordt verdacht.

Dat beroep op argumenten is ondertussen puur decoratief. Er wordt gezegd dat het om argumenten zou moeten gaan en niet om clicks, terwijl er geen enkel argument volgt. Wie wél vraagt waar beschuldigingen op gebaseerd zijn, krijgt geen antwoord maar een sneer. Of een blokkade. Of allebei.

Opvallend is wie dat doen. Niet alleen anonieme roeptoeters, maar ook mensen zoals Nadia Bouras, universitair docent, die anderen de maat nemen over debatcultuur terwijl zij zelf elke inhoudelijke vraag ontwijken. Het woord argument wordt ingezet als moreel accessoire, terwijl kritiek wordt afgedaan met “zout toch op” of “je gaat je goddelijke gang maar”. En als iemand het niet eens is met die kwalificaties en durft te vragen waar Bouras zich op baseert, volgt een antwoord als: “Steek die vinger maar ergens waar het licht niet schijnt. En ga wat nuttigs doen.” Einde discussie.

Het is een gesloten systeem. Binnen de bubbel wordt het eigen gelijk bevestigd. Daarbuiten volgt geen gesprek, maar een vonnis. Niet lezen, maar labelen. Niet weerleggen, maar uitsluiten. Vrijheid van meningsuiting, zolang het de juiste is.

Ironisch genoeg sluit dit naadloos aan bij wat onderzoek al jaren laat zien. In Why Groups Go to Extremes en later in #Republic beschrijft Cass Sunstein hoe gelijkgestemde groepen, zeker online, niet gematigder maar radicaler worden. Wie vooral mensen hoort die hetzelfde denken, wordt niet kritischer, maar zekerder van het eigen gelijk. Afwijking verdwijnt, nuance verdampt en morele eensgezindheid wordt belangrijker dan denken.

Je ziet het hier gebeuren, in real time.

Oude citaten van meer dan tien jaar geleden worden erbij gehaald om het eigen gelijk te staven. Context doet er niet toe. Tijd niet. Ontwikkeling niet. Een uitspraak uit 2014 wordt een levenslange identiteit, omdat er van recentere datum blijkbaar niets te vinden is. Alsof mensen niet kunnen veranderen, reflecteren of bijstellen. Een merkwaardig mensbeeld voor wie zegt te geloven in groei en bewustwording.

Intussen blijft de oorspronkelijke tekst van Leijten irrelevant verklaard. Niemand citeert haar woorden. Niemand gaat in op haar waarschuwing voor hokjesdenken. Niemand lijkt de ironie te zien dat een tekst over tribalisme wordt beantwoord met tribalisme.

Dit gaat niet over links of rechts. Niet over SP of VVD. Niet over Nijman of Leijten. Dit gaat over uitsluiting. Over bepalen wie nog mag spreken en wie niet. Over morele verontwaardiging als excuus om niet meer te hoeven denken.

Ik hoef het met Nijman niet eens te zijn om te zien hoe dit ontspoort. Ik hoef Leijten niet te steunen om te herkennen wat hier gebeurt. Meningen worden hier niet betwist, maar vervangen door etiketten die de bubbelbühne klaarlegt voor wie zelf stopt met denken.

Vrijheid van meningsuiting is hier een decorstuk. Het mag bestaan zolang het niets verstoort. Wie buiten de lijn spreekt, wordt niet weerlegd maar gemarkeerd. En wie om argumenten vraagt, krijgt geen antwoord maar een sneer of een blokkade.

Dat is geen debat. Dat is een echoput. En hoe harder men erin roept, hoe gelijker het klinkt.

Naschrift

Na publicatie kwam de bubbelbühne in actie. Niet op de inhoud. Er werd gescholden, geprojecteerd en weggezet. Er werd vooral niet gelezen.

En als iets er niet staat, dan verzin je het gewoon. “En dan ook de islam er nog bijhalen”, bijvoorbeeld, om vervolgens “smerig” te kunnen roepen. Uiteraard gevolgd door een blokkade van de verheven meneer. Dat is geen misverstand, maar een oude techniek. Wie eerst iets roept wat er niet staat, hoeft inhoudelijk niet op de tekst te reageren.

Geen enkele reactie kwam met een argument. Wel met woede en moreel theater. Er werd gesteld dat woorden achter elkaar zetten nog geen column is, omdat de aanname was dat de auteur niet zou weten waar “Zou u haar doen” vandaan komt. Dat weet zij wel. Uit 2010.

En precies daar raakt dit stuk zijn kern. Dat El Hamidi in 2026 moet teruggrijpen op een quote uit 2010 om een punt te maken, is op zichzelf al veelzeggend. Niet over Renske Leijten, want inhoudelijk zegt hij niets. Die quote zegt alles over de armoede van zijn kritiek. Wie niets actueels kan aanwijzen, graaft in stoffige archieven en noemt dat duiding.

De ironie is compleet wanneer die morele verontwaardiging gepaard gaat met klachten over stijl. Witheet worden van “warrige stukjes en lelijke zinnen”, terwijl je zelf “ik wordT” schrijft en interpunctie laat verdwijnen, is ook een keuze. Net als woede verwarren met inhoud. Om het in haar eigen woorden te zeggen: woorden achter elkaar zetten is nog geen inhoudelijke reactie. Doe er je voordeel mee.

Wie morele woede nodig heeft om een punt te maken, heeft geen punt meer.

Zou u haar doen? | b r o n n e n