Vergeten vrouwen

Stem verboden

Tien jaar vrouwenonderdrukking in Afghanistan – en de vlaggen blijven opgevouwen in de kast

Tussen 2015 en 2021 boekten Afghaanse vrouwen voorzichtige vooruitgang. Ze kregen steeds vaker toegang tot onderwijs, werk en publieke functies. Maar sinds de Taliban in augustus 2021 opnieuw de macht grepen, is die ontwikkeling abrupt teruggedraaid. Wat begon met beperkingen op scholing en werk, groeide uit in een vrijwel totale uitsluiting uit het openbare leven. Zelfs hun stem mogen vrouwen niet meer laten horen.

Genderapartheid in uitvoering

Toen de Taliban in 2021 terugkeerden, beloofden ze gematigdheid. Die belofte bleek niets waard. Meisjes mochten niet meer naar school. Vrouwen werden ontslagen, mochten zich niet zonder mannelijke begeleider verplaatsen en moesten zich volledig bedekken. De regels werden niet alleen strenger, maar ook steeds symbolischer.

In augustus 2024 volgde een decreet dat vrouwen verbood om hun stem in het openbaar te laten horen. Zingen, praten, lachen, zelfs bidden – het werd allemaal verboden. De stem van een vrouw zou ’tot haar schaamte behoren’. Zelfs binnenshuis mochten vrouwen niet hoorbaar zijn voor de buitenwereld. Volgens de VN en mensenrechtenorganisaties is dit genderapartheid in zijn puurste vorm: structurele uitsluiting vanwege je geslacht.

Zwijgen als wet

De Taliban rechtvaardigen hun beleid met religieuze en culturele argumenten. De stem van een vrouw zou ‘awrah’ zijn – het deel van het lichaam dat bedekt moet blijven, en dat volgens de Taliban in feite toebehoort aan haar man. Geen optredens, geen interviews, geen radio of televisie. Zelfs een hardop uitgesproken gebed in de moskee is verboden. Volgens meerdere bronnen wordt zelfs lachen in het openbaar gezien als provocatie.

In een samenleving waar verhalen, liederen en mondelinge tradities een grote rol spelen, is het verbod op de vrouwenstem niet alleen onderdrukking, maar ook een aanval op identiteit.

Afzondering als norm

De gevolgen van deze stilte zijn desastreus. Vrouwen zijn verdwenen uit de publieke ruimte. Ze mogen niet werken in NGO’s, geen hoger onderwijs volgen, geen koffiezaak runnen, geen dokter of lerares zijn. Zelfs parken, badhuizen en bibliotheken zijn nu verboden terrein.

Vrouwen die zich verzetten worden opgepakt, mishandeld of verdwijnen. Amnesty International en Human Rights Watch rapporteren over willekeurige arrestaties, marteling en intimidatie. Sommige vrouwen filmen hun protest of schrijven anoniem blogs, maar de risico’s zijn enorm. Verschillende vrouwelijke activisten zijn spoorloos verdwenen sinds 2022.

Executies en doodstraffen

Sinds 2015 zijn meerdere vrouwen in Afghanistan geëxecuteerd op basis van vermeende morele of religieuze overtredingen. In sommige gevallen ging het om buitengerechtelijke executies, zoals stenigingen wegens overspel. In 2015 werd de jonge vrouw Rukhshana gestenigd door lokale Talibanstrijders, een gebeurtenis die wereldwijd verontwaardiging opriep, maar zonder structurele gevolgen.

Sinds de terugkeer van de Taliban in 2021 zijn er opnieuw meldingen van vrouwen die zonder eerlijk proces werden geëxecuteerd. Volgens The Advocates for Human Rights documenteerden mensenrechtenorganisaties tussen augustus 2021 en juni 2022 zeker vijf gevallen van vrouwen die vanwege vermeend overspel of het ontvluchten van huiselijk geweld ter dood werden gebracht. De processen waren geheim of afwezig, familieleden werden niet op de hoogte gesteld, en lichamen werden vaak begraven zonder identificatie of teruggave aan nabestaanden.

Gevangen, gestraft, misbruikt

Vrouwen die protesteren tegen de Taliban of worden beschuldigd van morele misdrijven, belanden vaak in gevangenissen waar mishandeling de norm is. Getuigenissen van vrouwen in detentie beschrijven hoe ze geslagen, bedreigd en in isolatie gehouden worden. Sommigen worden onderworpen aan elektrische schokken of gedwongen tot valse bekentenissen. In 2022 meldde Human Rights Watch dat vrouwelijke demonstranten in het geheim werden vastgehouden zonder enig contact met de buitenwereld.

In 2024 doken beelden op van een vrouw die in een Taliban-gevangenis werd verkracht en mishandeld. De video werd haar later opnieuw toegestuurd als dreigement. Het was het eerste directe bewijs van seksueel geweld als strafmiddel.

Publieke lijfstraffen

Minstens 200 vrouwen zijn sinds 2021 publiekelijk gegeseld vanwege ‘morele misdrijven’. Zonder proces, zonder advocaat. Hun misdaden? In het openbaar verschijnen zonder man, praten met een niet-verwant familielid, of simpelweg muziek luisteren. Deze straffen vinden plaats in het openbaar, als collectieve vernedering. Ze zijn bedoeld om vrouwen bang te maken en stil te houden.

Sahar (22), was ziek. Haar vader werkte in Iran en haar moeder maakte tapijten in een dorp in het westen van Afghanistan. Er was niemand om haar naar de kliniek te brengen waar twee van haar ooms werkten. Haar moeder belde haar neef om haar te rijden.

De Taliban stopten hun voertuig net voordat ze de kliniek bereikten en vroegen naar hun relatie. “Toen we zeiden dat we neef en nicht waren, maar niet getrouwd, werden ze agressief. Ze sloegen mijn neef, sloegen onze telefoons kapot en dwongen me om me te verstoppen op de vloer van de Taliban-truck terwijl ze me naar hun bureau reden”, zegt Sahar.

Ze zegt dat ze vervolgens naar een detentiecentrum is gebracht. “Ik was doodsbang, huilde en ik kon niet ademen. “Ik vertelde ze dat ik ziek was en vroeg om wat medicijnen. Toen sloegen en schopten ze me meerdere keren. Een van hen zei: ‘Als je je stem weer verheft, vermoorden we jou en je neef.’”

Sahar werd ondervraagd door een gesluierde vrouw.

“Ze vroeg wie mijn neef was; of ik maagd was; of we een relatie hadden. Ik zei nee. Ze waarschuwde me dat ik moest biechten en als ik niet gehoorzaamde, zou ik gemarteld worden.”

De volgende dag werden Sahar en haar neef voor een Taliban-rechtbank gebracht, waar ten onrechte moest beweren dat ze een relatie had met haar neef. Ondanks de aanwezigheid van familieleden die getuigden dat ze familie waren, weigerden de Taliban hun relatie als mahram en toegestaan te erkennen.

“Ze lieten me bekennen, in het bijzijn van mijn moeder, mijn ooms, dat ik iets verkeerd had gedaan. Ik wilde het niet zeggen. Maar ze sloegen me, bedreigden mijn neef. Ik was doodsbang”, zegt ze.

Sahar werd veroordeeld tot 30 zweepslagen en haar neef tot 70. “Ze gebruikten luidsprekers om onze straf aan te kondigen. Mijn kleine zusje was daar. Ze zei altijd dat ik haar rolmodel was. Ik zag haar huilen in de menigte. Dat brak me.”

Na thuiskomst werd Sahar gedwongen haar dorp te verlaten. “Nadat dit gebeurde, veranderde de kijk van mensen op ons volledig. Zelfs als 50 mensen de beschuldiging niet geloofden, deden 100 anderen dat wel. Dat dwong ons om ons huis te verlaten en naar de stad te verhuizen.”

De straf voor vrijheid

Vrouwen die huiselijk geweld ontvluchten, worden vaak zélf gestraft. Volgens de BBC worden vrouwen die aangifte doen van mishandeling of proberen te ontsnappen aan hun echtgenoot, regelmatig aangeklaagd wegens ‘morele misdrijven’.

In gevangenissen delen ze overvolle cellen, vaak met hun kinderen. Ondervoeding, intimidatie en seksueel misbruik komen regelmatig voor. De omstandigheden zijn onmenselijk: gebrek aan medische zorg, vernedering door bewakers en langdurige detentie zonder proces zijn geen uitzondering.

Verschillende vrouwen getuigden anoniem over mishandeling en verkrachting binnen de gevangenismuren, waarbij sommige kinderen bij de mishandeling van hun moeder aanwezig moesten zijn.

In documentaires als No Burqas Behind Bars en Love Crimes of Kabul wordt pijnlijk duidelijk hoe vrouwen worden opgesloten omdat ze vrijheid zoeken, terwijl hun daders vrij rondlopen.

Een wereld die wegkijkt

De internationale gemeenschap spreekt haar zorgen uit, maar doet weinig. De EU noemt de situatie een “stille noodsituatie”, maar echte druk blijft uit. Diplomatieke belangen, oorlogsmoeheid en andere crises maken dat Afghanistan langzaam van de radar verdwijnt. Zelfs als lokale organisaties worden verboden of gemarginaliseerd, en de hoofdkantoren in Europa of Amerika staan erbij en kijken ernaar.

Ironisch genoeg komt de meeste steun voor deze vrouwen niet uit progressieve kringen, maar uit kleine diaspora-netwerken. Grote internationale bewegingen blijven opvallend afwezig.

De prijs van stilte

Tien jaar na de eerste hoopvolle stappen is de situatie voor Afghaanse vrouwen schrijnender dan ooit. Hun stem is verboden, een symbolische en fysieke uitwissing. Afghanistan is een gevangenis voor de helft van zijn bevolking.

Zwijgen mag dan wet zijn onder de Taliban, de wereld kan zich die luxe niet veroorloven. Zeker niet wie zich in andere contexten luid uitspreekt voor vrouwenrechten, gelijkheid en inclusie. Het gemak waarmee Afghanistan wordt genegeerd, zegt minstens zoveel over ons als over hen.

En terwijl vrouwen in Afghanistan móéten zwijgen, blijft de rest van de wereld stil uit gemak. In talkshows en opiniestukken is de stilte oorverdovend. Het past niet in de juiste morele mal du jour.

Dit artikel maakt deel uit van de serieVergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Bronnen

Vergeten vrouwen

Als niemand je ziet

In het door oorlog verscheurde Jemen verdwijnen vrouwenrechten in stilte. Geen onderwijs, geen zorg, geen bescherming. Wel kindhuwelijken, honger en seksueel geweld.

Sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 2015 is Jemen veranderd in een lappendeken van strijdende milities, territoriale belangen en internationale inmenging. De staat is ingestort. In het machtsvacuüm dat volgde verdwenen vrouwenrechten niet met veel lawaai, maar geruisloos en systematisch. Vrouwen zijn als eersten hun vrijheid kwijt, als laatsten aan de beurt bij hulp en bescherming, en vrijwel onzichtbaar in internationale berichtgeving. Er wordt zelden voor hen geprotesteerd op universiteiten, nauwelijks over hen geschreven in columns, en al helemaal geen sit-in voor georganiseerd op een stationsplein.

Een oorlog zonder getuigen

Volgens cijfers van de Verenigde Naties zijn sinds 2015 naar schatting meer dan 377.000 mensen omgekomen door het conflict. Opvallend is dat ongeveer zestig procent van deze doden niet viel door direct geweld, maar door honger, ziekte en het wegvallen van gezondheidszorg.

Kinderen dragen de zwaarste last van deze vergeten oorlog. UNICEF rapporteerde meer dan 11.000 dode of verminkte kinderen sinds het begin van het conflict. Tegelijkertijd zijn ruim achttien miljoen mensen afhankelijk van humanitaire hulp, terwijl miljoenen anderen leven op de vlucht of in ontheemding. De omvang van het leed is immens en blijft grotendeels buiten beeld voor wie niet actief zoekt.

Reizen met toestemming, zwijgen over geweld

In door Houthi’s gecontroleerde gebieden mogen vrouwen niet reizen zonder toestemming van een mannelijke voogd. Zelfs voor medische zorg of onderwijs is goedkeuring van een vader, broer of echtgenoot vereist. In het zuiden, waar de Southern Transitional Council de macht uitoefent, worden vrouwen bij controleposten willekeurig tegengehouden en soms urenlang vastgehouden om vervolgens te worden teruggestuurd. Bewegingsvrijheid is ingeruild voor angst en willekeur.

In mei 2025 namen STC-troepen het opvanghuis van de Yemen Women’s Union in Aden in beslag, een van de laatste plekken waar vrouwen na huiselijk of seksueel geweld terechtkonden. Met de sluiting van dit soort voorzieningen verdwijnt niet alleen opvang, maar ook elke vorm van verantwoording. Daders blijven buiten schot. Wie zwijgt, overleeft, soms letterlijk.

Honger heeft een vrouwengezicht

Meer dan 83 procent van de bevolking leeft in armoede. Vrouwen en meisjes worden daarbij het hardst getroffen. Zij krijgen als laatsten toegang tot voedsel, medische hulp of opvang. In kustgebieden zoals Hodeidah lijdt een derde van de bevolking aan ernstige ondervoeding. Vooral zwangere vrouwen en jonge moeders zijn kwetsbaar. Naar schatting 1,4 miljoen van hen is ondervoed.

Vrouwen offeren zichzelf op. Bij schaarste eten zij het laatst of helemaal niet. In veel gezinnen krijgen mannen en jongens voorrang, terwijl vrouwen afwachten wat er overblijft. Vaak blijft er niets over. Ondervoeding tijdens de zwangerschap leidt tot een vicieuze cirkel. Baby’s worden te klein geboren, met een verhoogd risico op complicaties en sterfte, terwijl moeders chronisch verzwakt raken.

Kindhuwelijken en seksuele uitbuiting

In een wetteloos en verarmd land worden meisjes handelswaar. Families zien zich soms gedwongen hun dochters uit te huwelijken in ruil voor voedsel of geld. Ongeveer dertig procent van de meisjes trouwt voor haar achttiende, zeven procent zelfs vóór haar vijftiende.

Deze huwelijken worden vaak voorgesteld als bescherming, maar zijn in werkelijkheid overlevingsstrategieën die meisjes hun toekomst ontnemen. Seksueel geweld is wijdverbreid en blijft meestal onbesproken. Buitenlandse strijders en lokale milities maken zich schuldig aan verkrachting en mishandeling, terwijl slachtoffers nergens terechtkunnen. Meisjes worden niet alleen uitgehuwelijkt, maar soms ook letterlijk verkocht als bruid, als huishoudelijke hulp of als seksslaaf. Wie zich verzet, riskeert verstoting of geweld. Bescherming ontbreekt volledig.

Geen recht, geen bescherming

Een functionerend rechtssysteem bestaat nauwelijks. Vrouwen die aangifte willen doen van verkrachting of mishandeling worden vaak niet geloofd, of juist zelf beschuldigd van zedenschennis. Fysiek bewijs geldt vaak als enige erkenning van een misdrijf, en zelfs dan blijft vervolging meestal uit.

De schaamte en angst rond seksueel geweld zijn groot. Veel vrouwen zoeken geen hulp. Dat betekent geen voorlichting, geen anticonceptie, geen veilige bevalling en geen medische nazorg. Vrouwen sterven tijdens hun bevalling, krijgen geen hulp bij complicaties of abortussen en zijn afhankelijk van informele netwerken die zelf instabiel of conservatief zijn. In sommige regio’s wordt zelfs basiszorg geweigerd aan vrouwen zonder mannelijke begeleider.

Actief genegeerd

In Jemen worden vrouwen niet alleen vergeten, ze worden actief genegeerd. Terwijl strijdende partijen onderhandelen over wapens, havens en grondgebied, verliest een hele generatie vrouwen haar toekomst. Internationale hulporganisaties slaan alarm, maar de wereld kijkt weg. Hun verhalen halen het nieuws niet. Hun rechten zijn bijzaak.

Geen stem, geen gezicht, geen plaats aan tafel. Dat is de realiteit voor miljoenen vrouwen in Jemen. En als niemand hen ziet, wie zal er dan voor hen spreken?

Dit artikel maakt deel uit van de serieVergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Als niemand je ziet | b r o n n e n

Vergeten vrouwen

Zweepslagen en de galg

Mensenrechten blijken in de praktijk vaak afhankelijk van politieke agenda’s.

Terwijl de internationale gemeenschap zich regelmatig uitspreekt over vrouwenrechten, blijft het opvallend stil zodra het over Iran gaat. Rapporten van Amnesty International, Human Rights Watch en de VN-Mensenrechtenraad documenteren al jaren systematisch seksueel geweld, institutionele onderdrukking en straffeloosheid. De feiten liggen op tafel. Toch blijft brede, consequente internationale verontwaardiging uit. Mensenrechten blijken zelden universeel, maar vooral onderhandelbaar.

Wat vrouwenrechten in Iran betekenen

Vrouwen in Iran leven onder wetten en normen die hen structureel achterstellen. Zonder toestemming van een mannelijke voogd mogen zij vaak niet reizen of studeren. Hun getuigenis in de rechtbank weegt minder zwaar dan die van een man en volledige voogdij over kinderen is zelden mogelijk.

De verplichte hijab is slechts het meest zichtbare symbool van een veel bredere repressie. Wie zich verzet, riskeert intimidatie, arrestatie en mishandeling. Activisten worden veroordeeld tot lange gevangenisstraffen of onderworpen aan marteling. Nobelprijswinnares Narges Mohammadi zit vast in de Evin-gevangenis vanwege haar inzet tegen deze onderdrukking.

Seksueel geweld als wapen

Na de dood van Mahsa Amini in politiehechtenis in 2022 braken massale protesten uit onder de leus “Vrouw, Leven, Vrijheid”. De repressie die volgde was intens en systematisch. Volgens Amnesty International en de VN-Mensenrechtenraad werden honderden demonstranten slachtoffer van seksueel geweld, waaronder verkrachting, groepsverkrachting, verkrachting met objecten en gedwongen naaktheid.

Dit geweld werd niet alleen ingezet tegen vrouwen, maar ook tegen mannen en kinderen. Het doel was vernedering, straf en breken van verzet. Een VN-onderzoek uit maart 2024 concludeerde dat deze praktijken vallen onder misdaden tegen de menselijkheid. Toch bleef vervolging uit. De daders waren veelal leden van politie, Revolutionaire Garde en inlichtingendiensten. De slachtoffers zaten vast omdat zij vrijheid eisten.

De doodstraf als spiegel van ongelijkheid

Iran behoort tot de weinige landen waar vrouwen op grote schaal worden geëxecuteerd. In 2024 werden minstens 34 vrouwen ter dood gebracht, het hoogste aantal in zeventien jaar. Hoewel mannen numeriek vaker worden geëxecuteerd, neemt het aandeel vrouwen toe.

In veel gevallen gaat het om vrouwen die jarenlang slachtoffer waren van huiselijk of seksueel geweld. Velen werden veroordeeld voor de dood van een echtgenoot of familielid, vaak na jaren van mishandeling. De context van zelfverdediging of bescherming van kinderen weegt zelden mee. De rechtspositie van vrouwen is structureel ongelijk: hun getuigenis telt minder, hun leven heeft wettelijk een lagere waarde bij schadevergoeding en verzachtende omstandigheden worden nauwelijks erkend.

Vooral vrouwen uit etnische minderheden, zoals Koerden en Baluchi’s, lopen extra risico. Ook vrouwelijke politieke activisten worden steeds vaker ter dood veroordeeld. In 2024 kregen meerdere vrouwen de doodstraf opgelegd wegens ‘vijandschap tegen God’, een vaag geformuleerde aanklacht die structureel wordt ingezet tegen dissidenten. Het laat zien hoe repressie, religieus fundamentalisme en seksisme in Iran samenvallen.

De open brief uit Evin

De Evin-gevangenis in Teheran geldt als de beruchtste detentieplaats van Iran voor politieke gevangenen, journalisten, dissidenten en vrouwenrechtenactivisten. In rapporten wordt Evin herhaaldelijk genoemd als plek van marteling, psychologische mishandeling, eenzame opsluiting en seksueel geweld. Vrouwelijke gevangenen zijn er bijzonder kwetsbaar. Seksuele intimidatie, dreiging met verkrachting en vernederende fouilleringen maken deel uit van de dagelijkse realiteit.

In oktober 2024 publiceerden 22 vrouwelijke politieke gevangenen een open brief waarin zij de gevangenisautoriteiten beschuldigden van seksuele intimidatie tijdens zogenoemde lichamelijke inspecties. Zij eisten dat deze praktijken zouden stoppen. Onder hen bevond zich Narges Mohammadi, die eerder al extra straf kreeg omdat zij over deze misstanden rapporteerde. De vrouwen kondigden protestacties aan bij uitblijven van reactie. Hun brief legt niet alleen de omstandigheden in Evin bloot, maar ook de passiviteit van de buitenwereld.

Internationale hypocrisie als fundament van vergetelheid

De stilte rond Iran is zelden het gevolg van onwetendheid. Zij is het resultaat van politieke afwegingen. Oliebelangen, nucleaire onderhandelingen en regionale stabiliteit wegen zwaarder dan vrouwenlevens. Verklaringen blijven vaag, concrete consequenties blijven uit.

Ook binnen activistische en academische kringen is het opvallend stil. Organisaties en universiteiten die luid spreken over solidariteit, boycots en veilige ruimtes, zwijgen grotendeels over vrouwen die in Teheran worden gegeseld omdat zij hun haar tonen. Campagnes voor Narges Mohammadi blijven schaars. Massale vrouwenmarsen voor geëxecuteerde meisjes blijven uit. De hashtags zijn leeg, de vlaggen blijven opgerold.

Dit is de kern van de serie Vergeten vrouwen. Niet alleen het leed van vrouwen in onderdrukte contexten verdient aandacht, maar ook het ongemakkelijke zwijgen van wie zegt voor vrouwenrechten te staan. Vergetelheid is geen toeval. Zij is het gevolg van keuzes.

De situatie van vrouwen in Iran is geen binnenlandse aangelegenheid. Het is een internationale mensenrechtencrisis. De feiten zijn bekend en de rapporten gepubliceerd. Dat het stil blijft, is geen neutraliteit. Het is medeplichtigheid.

Dit artikel maakt deel uit van de serieVergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Zweepslagen en de galg | b r o n n e n

Media

Apartheid en de media

“I swore never to be silent whenever and wherever human beings endure suffering and humiliation. We must take sides. Neutrality helps the oppressor, never the victim. Silence encourages the tormentor, never the tormented.”

Wie zwijgt, kiest de kant van de onderdrukker, zei Elie Wiesel. Toch blijft het in Nederlandse en Europese media opvallend stil over iets wat internationale mensenrechtenorganisaties steeds explicieter benoemen: de Israëlische apartheid.

In april 2021 publiceerde Human Rights Watch een uitgebreid rapport waarin Israël wordt aangeduid als een apartheidsstaat, met de expliciete oproep om die term ook zo te gebruiken. Enkele maanden eerder trok de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem dezelfde conclusie. Beide rapporten kwamen van internationaal gerespecteerde organisaties, maar kregen nauwelijks aandacht in de Nederlandse media. Het later verschenen rapport van Amnesty International onderging hetzelfde lot. In plaats van inhoudelijke journalistieke duiding verschoof het debat vooral naar sociale media, waar kritiek op de staat Israël routinematig werd weggezet als antisemitisme.

Dat is opmerkelijk, omdat deze drie rapporten, verschenen binnen één jaar, fundamentele vragen oproepen over structurele mensenrechtenschendingen en de behandeling van de Palestijnse bevolking. Tegelijkertijd is zichtbaar dat de manier waarop over apartheid in relatie tot Israël wordt gesproken, de afgelopen jaren verschuift. Binnen de wetenschap, bij mensenrechtenorganisaties en in internationale media is die verandering duidelijk merkbaar. Alleen de Noordwest-Europese pers lijkt achter te blijven, met weinig diepgravende analyses of hoofdredactionele reflectie.

Ha’aretz en het woord apartheid

Voor dit artikel onderzocht ik hoe Israëlische media schrijven over apartheid, met een focus op dagblad Ha’aretz. Deze krant staat bekend als een onafhankelijke kwaliteitskrant, liberaal van toon en invloedrijk binnen het publieke debat. Via Factiva analyseerde ik het gebruik van het woord ‘apartheid’ in Ha’aretz tussen januari 2017 en januari 2022. Dat leverde 915 artikelen op.

Niet alleen de frequentie is relevant, maar ook de context. Verschijnt het woord in de kop of alleen in een citaat? Wordt het centraal gebruikt of terloops genoemd? En misschien nog belangrijker: staat het tussen aanhalingstekens, of niet? Aanhalingstekens fungeren vaak als een subtiel signaal dat een term als omstreden of niet-legitiem wordt gepresenteerd.

Wat opvalt, is dat de toon in recente artikelen duidelijk verschilt van eerdere jaren. Waar Ha’aretz lange tijd dicht bij het officiële narratief van de staat Israël bleef, sluit de berichtgeving steeds vaker aan bij een verschuivende publieke opinie. Het woord apartheid verschijnt vaker en steeds vaker zonder distantie, al zal het waarschijnlijk nog tijd kosten voordat het begrip volledig wordt geaccepteerd in het bredere debat.

Geloofwaardigheid en weerstand

De term apartheid blijft politiek beladen. In diplomatieke en publieke contexten wordt nog vaak gesproken over ‘tijdelijke bezetting’, een kwalificatie die na meer dan vijftig jaar vooral vragen oproept. De Israëlische politicoloog Oren Yiftachel wees er in 2021 op dat apartheid verschillende vormen kent en niet één op één hoeft overeen te komen met het Zuid-Afrikaanse model.

Intussen gelooft vrijwel niemand nog serieus in een levensvatbare tweestatenoplossing. Wel wint een alternatief denkmodel terrein, zoals A Land for All, een Israëlisch-Palestijnse beweging die pleit voor gedeelde soevereiniteit, gelijke rechten en vrijheid van beweging voor alle inwoners. Een van de initiatiefnemers is journalist Meron Rapoport, die al jaren pleit voor een radicaal ander perspectief op het conflict.

De geloofwaardigheid van Ha’aretz speelt hierin een rol. Al in 2007 concludeerden onderzoekers in het tijdschrift International Security dat analyses en opiniestukken in onder andere Ha’aretz zelden inhoudelijk ter discussie worden gesteld, vanwege hun feitelijke nauwkeurigheid en onderbouwing. Mede daarom kon Human Rights Watch uitgebreid naar de krant verwijzen zonder aan geloofwaardigheid in te boeten.

Afwijzing door identificatie

De afwijzing van het woord apartheid onder veel Israëli’s hangt nauw samen met de overtuiging dat de staat zich uitsluitend verdedigt tegen terrorisme. Illegale nederzettingen worden door grote delen van de bevolking geaccepteerd, net als de realiteit waarin miljoenen Palestijnen structureel minder rechten hebben. Daarmee staat Israël voor een keuze die vergelijkbaar is met die van Zuid-Afrika destijds: een beweging richting gelijkheid, of het bestendigen van een systeem van structurele ongelijkheid.

Dat het begrip apartheid polariseert, is duidelijk. Veel Israëlische wetenschappers en journalisten vermijden het bewust, uit angst voor reputatieschade voor de staat en voor de Joodse identiteit als geheel. Tegen die achtergrond is de ontwikkeling bij Ha’aretz opvallend. De krant gebruikt het woord steeds vaker zonder aanhalingstekens, zowel in koppen als in de lopende tekst. Dat wijst op een betekenisvolle verschuiving.

Opinie en taalgebruik

In oktober 2021 schreef voormalig plaatsvervangend procureur-generaal Yehudit Karp over de terughoudendheid rond het gebruik van het woord apartheid. Volgens haar haken veel lezers af zodra Israël met dat begrip in verband wordt gebracht. Apartheid hoort, in die beleving, bij Zuid-Afrika tussen 1948 en 1990, niet bij Israël. Wie het woord toch gebruikt, wordt al snel gezien als een radicaallinkse criticus of als iemand met antisemitische motieven.

Toch laat onderzoek zien dat Ha’aretz al jaren aandacht besteedt aan de humanitaire gevolgen van bezetting en nederzettingen, lang voordat Europese en Amerikaanse media dat structureel deden. Inmiddels gebruiken steeds meer Joodse en Israëlische critici de term openlijk, van journalisten en academici tot bloggers.

Een nieuwe toon

In recente artikelen schrijft Ha’aretz steeds kritischer over corruptie binnen de Israëlische regering, over morele twijfel na jarenlange militaire dienst en over het doden van Palestijnse kinderen bij vergeldingsaanvallen die nauwelijks nog nieuwswaarde lijken te hebben. De krant analyseert hoe radicale islam wordt ingezet als rechtvaardiging voor voortdurende bezetting, en bekritiseert de quasi-neutraliteit van de Israëlische regering ten aanzien van Rusland, terwijl de Holocaust wordt herdacht en tegelijk wordt gesproken over een nieuwe genocide in Europa.

Daarnaast beschrijft Ha’aretz structurele schendingen van Palestijnse basisrechten: huisvernietigingen, bewegingsbeperkingen en een dagelijkse realiteit van ongelijkheid. Zelfs wanneer het woord apartheid niet expliciet valt, zijn de gevolgen zichtbaar. Ook waarschuwt de krant voor de rol van desinformatie en geruchten, die via sociale media kunnen leiden tot geweld, vooral rond explosieve plekken als de Tempelberg.

Het besef groeit dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de internationale gemeenschap de kwalificatie ‘apartheid’ overneemt, met alle politieke gevolgen van dien.

Woorden doen ertoe

Woorden doen ertoe. Media kiezen ze zorgvuldig, niet alleen om te informeren, maar ook om het publieke debat vorm te geven. Taal beïnvloedt hoe standpunten ontstaan en verschuiven. In een geglobaliseerd medialandschap, waarin Ha’aretz via zijn Engelstalige editie een internationaal publiek bereikt, speelt die woordkeuze een steeds grotere rol.

Volgens jurist John Dugard is de belangrijkste reden dat Europese media het woord apartheid vermijden de angst om van antisemitisme te worden beschuldigd. Zolang het onderscheid tussen antisemitisme en kritiek op Israëlisch beleid vervaagd blijft, wordt fundamentele discussie uit de weg gegaan.

Maar zoals Elie Wiesel al zei: neutraliteit helpt de onderdrukker, nooit het slachtoffer. En zolang het woord apartheid uit angst wordt gemeden, blijft het onrecht ongemerkt voortbestaan.

Deze tekst is een samenvatting van een analyse die werd geschreven en gepubliceerd in januari 2022, ruim vóór 7 oktober 2023, als onderdeel van een internationaal project.

Het woord dat iedereen vermijdt | b r o n n e n