Sociale media

De druiven zijn zuur

Hoe je een rechterlijke begrenzing verkoopt als heldenepos

Ik zit me al dagen te verbazen over de eindeloze stroom berichten over een vonnis. Welles, nietes, haters, Fleur, nog meer Fleur, en telkens weer het uitgekauwde “ik zeg er nog één keer iets over”, dat inmiddels het karakter heeft van een abonnement. Het is alsof herhaling vanzelf de smaak verandert.

Als je Klomp moet geloven, is hier een klinkende overwinning geboekt: een journalist die juridisch volledig zijn handen in onschuld mag wassen tegenover een complotdenkster die eindelijk op haar plaats is gezet. Al drie rechtszaken gewonnen, zo wordt gesuggereerd, deze eveneens. Wie dat betwist, is een hater met een vertroebelde blik. Behalve hijzelf uiteraard.

Wie het vonnis leest en de tijdlijn ernaast legt, ziet iets anders.

Een rechter heeft een grens getrokken in een uit de hand gelopen online conflict. Gewoon een civiel kort geding waarin werd gekeken naar concrete uitlatingen en hun juridische houdbaarheid. Verboden zijn specifieke beschuldigingen van strafbare feiten zonder feitelijke basis en dreigende uitlatingen.

Er werd geen rectificatie opgelegd, geen dwangsom en niemand kreeg het grote gelijk uitgereikt. Wat er ligt is geen heldenepos, maar een streep in de zandbak. Tot hier en niet verder.

De rechter houdt het opvallend eenvoudig. Veel van wat over en weer is gezegd kwalificeert zij als scheldpartijen waarin partijen elkaar blijven opjutten. Onsmakelijk, zeker, maar daarmee nog niet automatisch onrechtmatig. Zelfs beledigende kwalificaties kunnen binnen de vrijheid van meningsuiting vallen wanneer ze deel uitmaken van een uit de hand gelopen ruzie op X. Ze spreekt expliciet over wederzijdse escalatie. Niet over één dader en één slachtoffer, maar over een conflict waarin twee partijen elkaar bezig houden.

De grens trekt ze bij beschuldigingen van zware strafbare feiten zonder feitelijke basis en bij dreigementen met geweld. Niet bij scherpe woorden of gekrenkte ijdelheid, maar daar waar het recht daadwerkelijk ingrijpt. Wie daar een heldenverhaal van maakt, beschikt over een levendige verbeelding.

De gevorderde rectificatie wordt afgewezen als disproportioneel, mede gezien de online strijd en het aandeel van beide partijen. Geen dwangsom, gecompenseerde proceskosten, een wederzijds vijfmeterverbod en een tagverbod voor meneer Klomp. Dat is de balans die de rechter opmaakt. Niet meer en niet minder en geen eenrichtingsverkeer.

Wat er online van wordt gemaakt, is een ander verhaal.

Het accent verschuift van juridische begrenzing naar overwinning, van wederkerigheid naar slachtofferschap, van concrete onrechtmatigheid naar breed moreel gelijk. Wie nog over “both sides” spreekt, zou het niet begrijpen. Wie een feitelijke samenvatting van het vonnis deelt, zoals keurig werd gedaan door Hendrina de Graaf, krijgt te horen dat zij er niet bij was, het vonnis niet heeft gelezen – maar blijkbaar wel kan samenvatten – en evidente fouten maakt, zonder dat wordt uitgelegd welke fouten dat dan zouden zijn. Het gesprek gaat dan niet meer over de tekst, maar over wie het recht zou hebben om die te duiden.

De eigen mening wordt gepresenteerd als journalistieke duiding. Aanwezigheid bij de zitting is opeens nodig om iets te delen, alsof een openbaar vonnis niet door iedereen kan worden gelezen die de moeite neemt het op te zoeken online. Dat is framing. En het werkt.

Daaronder ligt een vorm van dedain die voortdurend opduikt. Ik was erbij, jij niet. Ik zie het scherp, jij snapt het niet. Geen uitglijder, maar een patroon. Telkens weer.

In de dagen na het vonnis worden critici weggezet als complotdenker, gefrustreerd of anti-ons. Er wordt gesproken over haters en over hoe haat de blik vertroebelt. De inhoud verdwijnt, de persoon wordt eerst in een morele categorie geplaatst en pas daarna, als het nog nodig is, het argument bekeken.

En dan wordt het kleinzieliger.

Maar Simone ziet nog steeds een arm verzopen katje dat ze moet redden. Niet te genezen dat mens.

Een vrouwelijke advocaat wordt gereduceerd tot “Boriaantje”. Een ander tot iemand die een “arm verzopen katje” wil redden. “Niet te genezen dat mens” is de afsluiting. Dat zijn geen juridische termen en geen analyse van een vonnis. Dat zijn verkleiningen. Professionele standpunten worden teruggebracht tot emotie, mensen tot gebreken, alles verpakt als reactie op “gevaarlijke haat”.

Daar schuurt het.

De rechter spreekt in nuchtere termen over belangenafweging, vrijheid van meningsuiting, reputatie en proportionaliteit. Ze benoemt wederzijdse escalatie en trekt een grens om rust terug te brengen. Online wordt datzelfde conflict herschreven als strijd tégen haters, worden critici psychologisch geduid en wordt alvast verwezen naar strafrechtelijke vervolgstappen, alsof het civiele oordeel slechts een tussenhalte is. De verschuiving is duidelijk: van concrete uitlatingen naar identiteit, van begrenzing naar voortdurende strijd.

Formeel wordt de uitspraak gerespecteerd. Er worden geen nieuwe beschuldigingen van strafbare feiten geuit en het tagverbod wordt nageleefd. Maar het doel van het vonnis, het terugbrengen van rust in een conflict waarin twee partijen zich hebben laten meeslepen, raakt uit zicht.

Wie de dagen na het vonnis de tijdlijn op X opent, ziet geen rust maar herhaling. Steeds weer dezelfde naam, hetzelfde conflict, dezelfde strijd. Je krijgt visioenen van Donald Duck op speed met een toetsenbord, gezien de eindeloze stroom posts.

Een rechter zegt niet wie de held is. Zij zegt: tot hier en niet verder. Wat daarna gebeurt, is geen juridische noodzaak maar een keuze.

Je kunt een vonnis gebruiken als trofee, als bewijs van gelijk en als brandstof voor een nieuw hoofdstuk. Je kunt het ook lezen als een signaal dat het genoeg is geweest.

Het eerste levert applaus op van de Klompettes.

Het tweede vraagt om volwassenheid.

En misschien zegt juist de onstilbare behoefte om het verhaal te blijven herhalen en te winnen meer dan het vonnis zelf ooit heeft gedaan.

De druiven zijn zuur | bronnen

Media

Billen met bereik

Jutta Leerdam is niet mijn cup of tea. Ik volg haar niet, ik kijk haar stories niet terug en ik heb ook geen enkel probleem met strakke pakken op mijn tijdlijn. Mannelijke schaatslijven worden hier net zo gewaardeerd als vrouwelijke – lang leve het feminisme. Het ijs maakt geen onderscheid en wij ook niet. Maar 6 miljoen volgers alleen al op Insta maken van Leerdam geen eendagsvlieg. Dat is geen misverstand van het algoritme. Dat is een publiek dat waardering heeft voor een sportvrouw van absolute topklasse. Dat is het publiek van iemand die echt iets kan en bereid is daar veel voor te laten.

En een publiek laat zich niet reduceren tot een paar billen, alsof zes miljoen mensen uitsluitend op rondingen reageren.

De discussie die, uiteraard op ‘sociale’ media, volgde op haar weigering om de pers te woord te staan, begon keurig. Bereik is geen argument om de journalistiek te negeren. Wie zichtbaar is, hoort aanspreekbaar te zijn. Ze heeft van alles en niets aan ‘de pers’ te danken, klonk het, alsof miljoenen volgers spontaan uit de lucht vallen dankzij de tussenkomst van een verslaggever.

En toen verschenen de billen. Niet op het ijs, maar in de ‘analyse’ op de website van Chris Klomp, waar rondingen plots een journalistiek argument bleken.

Miljoenen volgers bleken plots te danken aan hoe Jutta Leerdam haar kont in strakke kleding steekt en haar lippen bevallig tuit. Dat was kennelijk relevant voor de vraag of zij journalisten iets verschuldigd is. Alsof zes miljoen mensen collectief hun beoordelingsvermogen verliezen zodra er lycra in beeld verschijnt.

Het is een fascinerende redenering. Een vrouw met bereik is al ongemakkelijk. Een vrouw met bereik én rondingen wordt prompt herleid tot schoonheid zonder inhoud. Een lijf én talent tegelijk blijken voor sommige mannen een te ingewikkelde combinatie.

Het aardige is dat dit debat niet alleen over smaak ging, maar over regels. Of beter gezegd: over het ontbreken ervan.

De regels zijn helder. Topsporters moeten tijdens de Olympische Spelen de mixed zone betreden. Zij zijn niet verplicht interviews te geven. De keuze om zich wel of niet te laten interviewen ligt geheel bij de sporter.

Chris Klomp schreef er een stuk over. Het werd gebracht als een principieel pleidooi voor wederkerigheid, bereik ontslaat niemand van verantwoordelijkheid, blablabla.

Er waren mensen die erop wezen dat er geen enkele verplichting bestaat om de pers te woord te staan. Dat het recht bij de sporter ligt en dat een mixed zone niet hetzelfde is als spreekplicht. Deze mensen hadden gelijk.

En toen kwam er één woord.

“Nope.”

Dat was het antwoord.

Geen inhoudelijk weerwoord. Geen verwijzing naar een gedragscode, geen erkenning dat de regel misschien toch minder rekbaar was dan gehoopt.

Alleen nope.

Er schuilt iets bijna ontroerends in dat woord. Het klinkt stoer, maar verraadt vooral ongeduld, alsof de werkelijkheid zich moet voegen naar zijn ergernis. De mixed zone werd alsnog opgevoerd als bewijs van een plicht die er niet is. Het verschil tussen verschijnen en antwoorden werd achteloos omgebogen tot een morele eis.

Zodra regels geen houvast meer bieden, gaat het ineens over respect en fatsoen. Van anderen, welteverstaan.

En tussendoor, steeds weer, de billen van Jutta.

Het contrast met LinkedIn was bijna aandoenlijk. Daar werd het fenomeen anders geduid. Jaap Stalenburg sprak niet over getuite lippen, maar over logica. Niet over het plaatje, maar over bereik als structurele verschuiving. Hij wees erop dat traditionele media zelf allang datagedreven opereren en dat dit geen botsing is tussen ego en journalistiek, maar tussen twee systemen die allebei leven van aandacht.

Dat is een analyse.

Ze is een ware heldin. De diva die van haar troontje stapt om het gepeupel te woord te staan. Chapeau heur.

Op X ging het over karakter en toon, over diva’s en fatsoen. Op LinkedIn ging het over structuur, over veranderende verhoudingen. Waar het ene platform bereik reduceerde tot lichaam, erkende het andere dat bereik inmiddels een machtsfactor is.

Opvallend genoeg bleef die analyse op X vrijwel onbesproken. Zeker door Chris Klomp, die bleef hameren op norm en houding, terwijl het fundament onder zijn verontwaardiging al was verdwenen.

Het is verleidelijk om dat jaloezie te noemen. Dat is het misschien niet eens. Wat het eerder verraadt, is beroepsfrustratie.

Een sporter met zes miljoen volgers is niet langer afhankelijk van de microfoon in de mixed zone. Zij kan zelf kiezen wanneer zij spreekt, wat zij zegt en tegen wie. Dat is even slikken voor een beroep dat gewend was te bepalen wie zichtbaar werd en wanneer.

Zichtbaarheid is niet meer schaars en bereik evenmin. Wat verandert, is wie bepaalt wat er in beeld komt en wie er nog iets over te zeggen heeft.

En precies daar ging iemand met de billen bloot en het was niet Jutta Leerdam.

Niet omdat hij het woord kont gebruikte of omdat hij ironisch wilde zijn. Maar omdat hij liet zien hoe moeilijk het is om te erkennen dat macht verschuift.

Wie vrouwelijke populariteit terugbrengt tot een Instagramaccount met een kont, probeert haar kleiner te maken dan zij is. Wie dan toch blijft volhouden dat er een verplichting was, terwijl die er aantoonbaar niet is, laat vooral zien hoe graag hij gelijk wil hebben.

Dat is misschien goed voor de bubbelbühne, waar applaus belangrijker is dan feiten. Het is alleen geen sterke analyse.

Zes miljoen volgers zijn een feit en een bereik waar veel redacties alleen van kunnen dromen.

Je kunt die schaal wegwuiven als een derrière in lycra. Of je kunt erkennen dat mediamacht niet langer exclusief is.

De eerste reactie klinkt stoer en scoort snel, de tweede vraagt dat je jezelf even buiten beeld zet.Op LinkedIn werd die reflectie geboden. Op X werd zij overschreeuwd. En ergens tussen mixed zone en “nope” werd zichtbaar wie hier werkelijk met de billen bloot ging.

Wat de journalistiek hier laat liggen, is veel interessanter dan een genegeerde microfoon.
Niet de vraag óf zij had moeten spreken, maar waarover.

Wie zes miljoen volgers heeft en zich publiekelijk verbindt aan iemand als Jake Paul, begeeft zich in een wereld waar entertainment, politiek en ideologie moeiteloos door elkaar lopen. Dáár liggen vragen. Over invloed, verantwoordelijkheid en over de ideeën die je zichtbaar naast je laat bestaan.

Maar die vragen hoor je niet.

Kennelijk is het eenvoudiger om te schrijven over lycra dan om voor een draaiende camera te vragen wat zij vindt van de publieke standpunten van haar partner. Dat laatste vraagt lef. Het eerste vraagt alleen een mening.

Je laten interviewen is geen journalistieke opdracht. Doorvragen wanneer het gebeurt wel.

En juist daar blijft het opvallend stil.

Billen met bereik | bronnen