Sociale media

Zou u haar doen?

Ik heb niets met de SP. Verre van zelfs. En nee, de toon van Bart Nijman is niet de mijne. Ik lees zijn nieuwsbrief soms, ben het er af en toe mee eens en klik net zo vaak weer weg. Dat is niet het punt. Het punt is wat er gebeurt zodra iemand het waagt om buiten de eigen kring te schrijven.

De aankondiging was onschuldig. Renske Leijten gaat columns schrijven voor de nieuwsbrief van Bart Nijman. Haar eerste bijdrage was geen pamflet of provocatie, maar een eenvoudige introductietekst. Persoonlijk van toon, zoekend en reflecterend. Over identiteit na de politiek, over tijd nemen, over het gevaar van hokjesdenken en tribalisme.

En toen ging de bubbelbühne los.

Niet omdat men haar tekst aandachtig had gelezen. Dat bleek al snel. De reacties gingen niet over wat ze schreef, maar over waar ze het schreef. Over met wie ze in één adem genoemd kon worden. Schuld door associatie, zonder omwegen en zonder rem.

De labels vlogen in het rond. Racisten. Genocideverheerlijkers. Waardeloze stukjesschrijvers. Wandelend hakenkruis. Racistisch schuim der natie. Er werd niet geciteerd, niet geanalyseerd en niet weerlegd. Het oordeel was er al. De inhoud was overbodig.

De hypocrisie zit niet alleen in wat er werd gezegd, maar in wie het zei en hoe het werd gepresenteerd. Met de zin “Zou u haar doen?” suggereerde Lotfi El Hamidi dat dit de vraag was die Bart Nijman zijn abonnees had moeten stellen voordat Renske Leijten mocht schrijven. Een walgelijke uitspraak, de eerste keer ook al. In 2010. Seksistisch, reducerend en onthullend. Alsof seksuele beoordeling de juiste maatstaf is voor toegang tot het debat. Alsof dát de norm is waar men zich druk over zou moeten maken. Het archief fungeert hier als hulpje voor verontwaardiging die inhoudelijk nog niet op eigen benen kan staan.

Wat het extra wrang maakt, is dat dezelfde auteur zich ook graag presenteert als iemand die waarschuwt voor ontmenselijking en het vastpinnen van mensen op labels. In een interview met De Groene Amsterdammer noemt hij de Koran zijn favoriete boek, geroemd om de mystiek en de subtiliteit van taal. Dat staat er allemaal keurig. Wie zich graag beroept op subtiliteit en mystiek, maar uitkomt bij “Zou u haar doen”, laat zien hoe dun dat laagje beschaving soms is.

Wat hier zichtbaar wordt, is de bubbelbühne in volle glorie. Een morele kring waarin instemming wordt beloond en twijfel wordt afgestraft. Het beeld van de deugdende veren die in elkaars derrière verdwijnen is misschien vilein, maar treffend. Zo werkt deze kring. Wie applaudisseert, hoort erbij. Wie om onderbouwing vraagt, wordt verdacht.

Dat beroep op argumenten is ondertussen puur decoratief. Er wordt gezegd dat het om argumenten zou moeten gaan en niet om clicks, terwijl er geen enkel argument volgt. Wie wél vraagt waar beschuldigingen op gebaseerd zijn, krijgt geen antwoord maar een sneer. Of een blokkade. Of allebei.

Opvallend is wie dat doen. Niet alleen anonieme roeptoeters, maar ook mensen zoals Nadia Bouras, universitair docent, die anderen de maat nemen over debatcultuur terwijl zij zelf elke inhoudelijke vraag ontwijken. Het woord argument wordt ingezet als moreel accessoire, terwijl kritiek wordt afgedaan met “zout toch op” of “je gaat je goddelijke gang maar”. En als iemand het niet eens is met die kwalificaties en durft te vragen waar Bouras zich op baseert, volgt een antwoord als: “Steek die vinger maar ergens waar het licht niet schijnt. En ga wat nuttigs doen.” Einde discussie.

Het is een gesloten systeem. Binnen de bubbel wordt het eigen gelijk bevestigd. Daarbuiten volgt geen gesprek, maar een vonnis. Niet lezen, maar labelen. Niet weerleggen, maar uitsluiten. Vrijheid van meningsuiting, zolang het de juiste is.

Ironisch genoeg sluit dit naadloos aan bij wat onderzoek al jaren laat zien. In Why Groups Go to Extremes en later in #Republic beschrijft Cass Sunstein hoe gelijkgestemde groepen, zeker online, niet gematigder maar radicaler worden. Wie vooral mensen hoort die hetzelfde denken, wordt niet kritischer, maar zekerder van het eigen gelijk. Afwijking verdwijnt, nuance verdampt en morele eensgezindheid wordt belangrijker dan denken.

Je ziet het hier gebeuren, in real time.

Oude citaten van meer dan tien jaar geleden worden erbij gehaald om het eigen gelijk te staven. Context doet er niet toe. Tijd niet. Ontwikkeling niet. Een uitspraak uit 2014 wordt een levenslange identiteit, omdat er van recentere datum blijkbaar niets te vinden is. Alsof mensen niet kunnen veranderen, reflecteren of bijstellen. Een merkwaardig mensbeeld voor wie zegt te geloven in groei en bewustwording.

Intussen blijft de oorspronkelijke tekst van Leijten irrelevant verklaard. Niemand citeert haar woorden. Niemand gaat in op haar waarschuwing voor hokjesdenken. Niemand lijkt de ironie te zien dat een tekst over tribalisme wordt beantwoord met tribalisme.

Dit gaat niet over links of rechts. Niet over SP of VVD. Niet over Nijman of Leijten. Dit gaat over uitsluiting. Over bepalen wie nog mag spreken en wie niet. Over morele verontwaardiging als excuus om niet meer te hoeven denken.

Ik hoef het met Nijman niet eens te zijn om te zien hoe dit ontspoort. Ik hoef Leijten niet te steunen om te herkennen wat hier gebeurt. Meningen worden hier niet betwist, maar vervangen door etiketten die de bubbelbühne klaarlegt voor wie zelf stopt met denken.

Vrijheid van meningsuiting is hier een decorstuk. Het mag bestaan zolang het niets verstoort. Wie buiten de lijn spreekt, wordt niet weerlegd maar gemarkeerd. En wie om argumenten vraagt, krijgt geen antwoord maar een sneer of een blokkade.

Dat is geen debat. Dat is een echoput. En hoe harder men erin roept, hoe gelijker het klinkt.

Naschrift

Na publicatie kwam de bubbelbühne in actie. Niet op de inhoud. Er werd gescholden, geprojecteerd en weggezet. Er werd vooral niet gelezen.

En als iets er niet staat, dan verzin je het gewoon. “En dan ook de islam er nog bijhalen”, bijvoorbeeld, om vervolgens “smerig” te kunnen roepen. Uiteraard gevolgd door een blokkade van de verheven meneer. Dat is geen misverstand, maar een oude techniek. Wie eerst iets roept wat er niet staat, hoeft inhoudelijk niet op de tekst te reageren.

Geen enkele reactie kwam met een argument. Wel met woede en moreel theater. Er werd gesteld dat woorden achter elkaar zetten nog geen column is, omdat de aanname was dat de auteur niet zou weten waar “Zou u haar doen” vandaan komt. Dat weet zij wel. Uit 2010.

En precies daar raakt dit stuk zijn kern. Dat El Hamidi in 2026 moet teruggrijpen op een quote uit 2010 om een punt te maken, is op zichzelf al veelzeggend. Niet over Renske Leijten, want inhoudelijk zegt hij niets. Die quote zegt alles over de armoede van zijn kritiek. Wie niets actueels kan aanwijzen, graaft in stoffige archieven en noemt dat duiding.

De ironie is compleet wanneer die morele verontwaardiging gepaard gaat met klachten over stijl. Witheet worden van “warrige stukjes en lelijke zinnen”, terwijl je zelf “ik wordT” schrijft en interpunctie laat verdwijnen, is ook een keuze. Net als woede verwarren met inhoud. Om het in haar eigen woorden te zeggen: woorden achter elkaar zetten is nog geen inhoudelijke reactie. Doe er je voordeel mee.

Wie morele woede nodig heeft om een punt te maken, heeft geen punt meer.

Zou u haar doen? | b r o n n e n