Sociale media

Bluesky bubbelbühne

Bluesky presenteert zichzelf graag als het moreel superieure alternatief voor X. Zolang je maar in de pas loopt en je mening afstemt op wat binnen de bubbel netjes wordt gevonden.

Het begon met één korte post. Geen analyse, geen opiniestuk, geen oproep tot actie. Alleen een constatering:

“Meer dan 30.000 doden binnen twee dagen in Iran. En amper een piepje van mensen die drie jaar lang vol op het orgel gingen met ‘want Gaza’. Gelegenheidsactivisten.”

Geen vergelijking van leed, geen rangorde, geen bagatellisering. Alleen een observatie over zichtbaarheid en stilte. Over tijdlijnen die eerder opriepen tot sit-ins op stations, demonstraties en het vernielen van universiteiten vergoelijkten. Over mensen die Hamas neerzetten als vrijheidsstrijders en datzelfde Hamas bleven verdedigen toen het na het bestand met Israël Palestijnen begon dood te schieten. Op dat moment verdwenen Gazanen als slachtoffers uit beeld. Toen werden het collaborateurs, of mensen die het zogenaamd verdienden. Dáár gaat dit over. Niet over één conflict, maar over hoe solidariteit werkt zolang het verhaal uitkomt.

De reacties die volgden, gingen nauwelijks over Iran. Ze gingen over mij, mijn moraal, mijn intenties en mijn plek. Daarmee werd precies bevestigd wat de post benoemde.

“Mila zeurt selectief en heeft het niet over mensenrechten en solidariteit.”
@marjanke.bsky.social

Een voorbeeld geven of inhoudelijk reageren bleek te veel gevraagd. Analyse werd verwisseld met activisme op afroep, gevolgd door het afgezaagde: “Je kletst domrechtsvolgvolk na zonder onderbouwing.”

Niets op inhoud, geen feiten en geen weerlegging. Wel geestelijk armoede met een account op sociale media.

Elke terechte weerlegging van deze kwaadaardige whataboutism …
@LoftiElHamidi@bsky.social

El Hamidi reageerde niet op wat ik schreef, maar op wat hij ervan maakte. Mijn observatie werd meteen weggezet als “kwaadaardige whataboutism” en als bagatellisering van groot leed. Dat klinkt zwaar, maar zegt inhoudelijk niets.

Hij ging niet in op de feiten. Het dodental werd niet betwist. De stilte op sociale media werd niet ontkend. In plaats daarvan werd het recht om het patroon te benoemen aangevallen. Daarmee hoefde hij niet meer te reageren op de kern van mijn punt: dat verontwaardiging selectief wordt ingezet en dat stilte óók een keuze is.

Het woord whataboutism werkt hier niet als kritiek, maar als stopwoord. Door het moreel zwaar aan te zetten, wordt verdere analyse overbodig. Het gesprek is klaar nog voor het begint.

Juist daarom is deze reactie zo tekenend. Niet omdat El Hamidi iets toevoegt, maar omdat hij laat zien hoe de bubbelbühne zichzelf bewaakt: niet met argumenten, maar met framing.

Maar ja, je wordt ook niet zomaar auteur voor The Times of Israel zeker?
@LeonSlothsky.bsky.social

Slothsky verplaatste het gesprek van inhoud naar boodschapper. Niet wat ik schreef stond centraal, maar waar ik het schreef. Waar hebben we dat eerder gezien. Hint: Zou u haar doen?

Dit is schuld door associatie, klassiek en gemakzuchtig. Alsof schrijven bij een Israëlisch medium automatisch betekent dat je geweld verdedigt, Netanyahu steunt of Palestijns leed ontkent. De tekst zelf hoeft dan niet meer gelezen te worden. Ingaan op wat er daadwerkelijk staat, bleek te veel gevraagd.

Daar bleef het niet bij. Hij plukte selectief uit mijn Volkskrant-opinie over academische boycots. Context weg, kern weg. Dat stuk ging over medische innovatie, klimaatonderzoek en de gevolgen van symbolische politiek. Niet over het goedpraten van staatsgeweld en niet over het ontkennen van Palestijns leed.

Toen ik dat aanwees, volgde geen inhoudelijke reactie, maar het verwijt ad hominem. Het patroon herhaalt zich: wie het gedrag benoemt, krijgt een etiket. De inhoud moet verdwijnen, zodat het morele zelfbeeld intact blijft.

Ik walg van de daden van een volk dat een ander volk aandoet wat hen 80 jaar geleden is aangedaan …
@IngeStolkenburg.bsky.social

Met deze reactie verschuift het gesprek in één klap van inhoud naar persoon. Walging en verontwaardiging vervangen elk argument. Het sluit af met: “Deze boodschap zegt meer over jou dan over mij.” Daarmee is het gesprek klaar.

Toen ik aangaf dat het niet ging over haar moraal, maar over een patroon in publieke verontwaardiging, werd het expliciet persoonlijk gemaakt. “Ik heb het niet over mijn moraal. Wel over die van jou.”

Wat volgt, is geen gesprek maar decor. Er wordt niets weerlegd, niets onderzocht en niets bevraagd. De rollen liggen vast: Stolkenburg aan de goede kant, ik niet. Klaar. En armoedig.

Wat een rare opmerking, Waarom maak je überhaupt deze vergelijking?
@yolanthe1.bsky.social

In mijn post wijs ik op een patroon op sociale media. Yolanthe maakt daar een morele test van. Let op de framing. “Waarom maak je überhaupt deze vergelijking?” doet alsof vergelijken op zichzelf verdacht is. Terwijl vergelijken nu juist is wat analyse doet, zonder dat zie je niets.

De tweede reactie maakt dat nog duidelijker. “Maakt het je dan niet uit dat tienduizenden mensen vermoord worden?” Dat is geen vraag, maar een verwijt verpakt als zorg. Het doel is niet begrijpen, maar moreel hoger gaan staan.

Jaren van schrijven over mensenrechten, vrouwenrechten en apartheid worden daarmee in één beweging onzichtbaar. Niet omdat ze er niet zijn, maar omdat ze niet in haar beeld passen.

Drie jaar vol op het orgel?! Was dat maar waar.
@gretat.bsky.social

Greta haalt hier twee dingen door elkaar. Zichtbaarheid op sociale media wordt gelijkgesteld aan kabinetsbeleid. Alsof diplomatieke stappen en Kamerreacties hetzelfde zijn als luidruchtige online verontwaardiging.

Dat is geen slordigheid, maar een handige draai. Wie protesten koppelt aan wat de overheid zegt of doet, kan blijven ontkennen dat er online selectieve stilte bestaat. Als Den Haag iets roept, zal het op sociale media ook wel loslopen.

Het is de digitale versie van: ik hoor geen huilbaby, dus die van jou zal ook wel tevreden zijn.

Wat een raar mens bent u.
@whistler4u.bsky.social

Hier verdwijnt zelfs de poging tot debat. Alleen een oordeel, gebaseerd op “één blik op je tijdlijn”.

Dit is het eindstation van de bubbelbühne.

Drogredenen mevrouwtje, bullshit uit je mond.
@asimo12.bsky.social

Hier hoeft niets meer te worden uitgelegd. Geen redenering, geen weerlegging, alleen mevrouwtje en schelden. Het woord drogreden wordt gebruikt als sticker, niet als begrip.

Dit is geen tegenspraak; dit is leegte, hardop geroepen.

Wat ze zeggen en wat ze doen

Natuurlijk maken deze accounts zich druk om mensenrechten. Altijd. Overal. Zonder voorbehoud. Althans, als je hun toon en morele verontwaardiging moet geloven. Daarom heb ik niet gekeken naar wat ze tegen mij zeiden, maar naar wat ze zélf deden. Hun eigen tijdlijnen, de afgelopen week.

Lotfi El Hamidi
Deelde één artikel van De Groene en één van de Volkskrant. Daarnaast reposts van derden over de film The Voice of Hind Rajab. De enige eigen post was een kromme vergelijking tussen Minneapolis en Hebron. Verdere inhoud ontbrak volledig.

Leon Slothsky
Iran kwam één keer langs, via een een gedeeld stuk dat het dodental relativeerde. Verder bleef zijn tijdlijn gevuld met Israël, gedeelde stukken van derden.

Inge Stolkenburg
Structurele focus op Israël en Gaza, geen zichtbare aandacht voor Iran. Wel herhaald gebruik van extreme vergelijkingen en expliciet denigrerende opmerkingen, onder meer richting vrouwen. De vergelijking met gaskamers sluit elk gesprek af.

Yolanthe
Beperkte aandacht voor Iran via enkele reposts van @bijan63.bsky.social. Verder een repost waarin collectieve schuld wordt toegeschreven aan Joden en bestaansrecht wordt ontkend.

Greta (Auntie Fa)
Beperkt zich tot een emotionele repost over Gaza en een afbeelding die meer oproept dan uitlegt. Geen eigen duiding, geen aandacht voor Iran.

Daan, whistler4u en asimo12
Niks. Geen berichten over Iran. Geen zichtbare aandacht voor mensenrechten buiten dit conflict.

Dit zijn geen interpretaties of aannames. Dit is zichtbaar gedrag en wie hier nog steeds spreekt over universele verontwaardiging, kijkt niet goed. Of wil niet kijken.

Een beeld dat veel zegt

In dezelfde periode werd op Bluesky een tekening gedeeld, o.a. door Auntie Fa. Donald Trump en Benjamin Netanyahu houden samen een bord vast met de tekst “Trump Hotel Gaza”. Voor hen worden hongerige mensen uitgebeeld in de stijl die een link legt met concentratiekampen.

Laat één ding helder zijn. Dat Trump en Netanyahu beleid voeren dat misdadig is en tot massaal leed leidt, staat voor mij buiten kijf. Dat benoemen is geen probleem. Juist omdat kritiek op beleid noodzakelijk is, is versimpeling gevaarlijk.

Maar dit beeld legt geen beleid bloot. Het legt niets uit. Het laat geen keuzes zien, geen structuren, geen keten van oorzaken. Het werkt met één truc: schuld krijgt een gezicht en daarmee is het denken klaar. De doden worden decor.

Het schuurt niet omdat het openlijk antisemitisch is, maar omdat het gevaarlijk dicht langs oude beelden over Joden schuurt. De koele machthebber, de hand achter het kwaad. Beelden hebben een geschiedenis en die geschiedenis verdwijnt niet opeens.

Wat ook opvalt, is wat ontbreekt. Geen Hamas. Geen Iran. Geen regionale machtsstrijd. Geen context. Het kwaad krijgt één gezicht, steeds hetzelfde. Dat is geen uitleg, dat is versimpeling.

Wat hier zichtbaar wordt, is een patroon

Wat hier zichtbaar wordt, is geen incident en geen misverstand, maar een patroon. Mensenrechten werken in deze kring niet als principe, maar als badge. Ze worden opgepoetst zolang ze passen bij het juiste verhaal en geruisloos ingeruild zodra dat verhaal schuurt.

Wie dat benoemt, krijgt geen weerwoord, maar een digitale tik op de vingers. Niet omdat de feiten ontbreken, maar omdat ze ongelegen komen. Stilte is hier geen blinde vlek, maar een keuze.

Zolang solidariteit vooral dient als podium en niet als maatstaf, blijft empathie selectief en verontwaardiging keurig gedoseerd. Dat is geen activisme. Dat is zelfbevestiging.

En de bubbelbühne? Die applaudisseert. Steeds opnieuw.

Meer lezen? Klik hier voor het overzicht met de links naar de gebruikte bronnen.

N a s c h r i f t

Zowel mijn Volkskrant-opiniestuk over academische boycots als Free Palestine, alleen nu even niet worden in dit debat aangehaald als bewijsstuk, maar nauwelijks als tekst gelezen.

Het eerste ging over kennis, zorg en klimaat. Het tweede over zichtbaarheid en stilte. Geen van beide verdedigde staatsgeweld of ontkende Palestijns leed.

Wie dat er toch in leest, leest niet om te begrijpen, maar om te bevestigen.

Voor de preciezen onder ons: ik schreef “drie jaar”. Correct is: twee jaar en bijna vier maanden. De stilte blijft hetzelfde.

Sociale media

Zou u haar doen?

Ik heb niets met de SP. Verre van zelfs. En nee, de toon van Bart Nijman is niet de mijne. Ik lees zijn nieuwsbrief soms, ben het er af en toe mee eens en klik net zo vaak weer weg. Dat is niet het punt. Het punt is wat er gebeurt zodra iemand het waagt om buiten de eigen kring te schrijven.

De aankondiging was onschuldig. Renske Leijten gaat columns schrijven voor de nieuwsbrief van Bart Nijman. Haar eerste bijdrage was geen pamflet of provocatie, maar een eenvoudige introductietekst. Persoonlijk van toon, zoekend en reflecterend. Over identiteit na de politiek, over tijd nemen, over het gevaar van hokjesdenken en tribalisme.

En toen ging de bubbelbühne los.

Niet omdat men haar tekst aandachtig had gelezen. Dat bleek al snel. De reacties gingen niet over wat ze schreef, maar over waar ze het schreef. Over met wie ze in één adem genoemd kon worden. Schuld door associatie, zonder omwegen en zonder rem.

De labels vlogen in het rond. Racisten. Genocideverheerlijkers. Waardeloze stukjesschrijvers. Wandelend hakenkruis. Racistisch schuim der natie. Er werd niet geciteerd, niet geanalyseerd en niet weerlegd. Het oordeel was er al. De inhoud was overbodig.

De hypocrisie zit niet alleen in wat er werd gezegd, maar in wie het zei en hoe het werd gepresenteerd. Met de zin “Zou u haar doen?” suggereerde Lotfi El Hamidi dat dit de vraag was die Bart Nijman zijn abonnees had moeten stellen voordat Renske Leijten mocht schrijven. Een walgelijke uitspraak, de eerste keer ook al. In 2010. Seksistisch, reducerend en onthullend. Alsof seksuele beoordeling de juiste maatstaf is voor toegang tot het debat. Alsof dát de norm is waar men zich druk over zou moeten maken. Het archief fungeert hier als hulpje voor verontwaardiging die inhoudelijk nog niet op eigen benen kan staan.

Wat het extra wrang maakt, is dat dezelfde auteur zich ook graag presenteert als iemand die waarschuwt voor ontmenselijking en het vastpinnen van mensen op labels. In een interview met De Groene Amsterdammer noemt hij de Koran zijn favoriete boek, geroemd om de mystiek en de subtiliteit van taal. Dat staat er allemaal keurig. Wie zich graag beroept op subtiliteit en mystiek, maar uitkomt bij “Zou u haar doen”, laat zien hoe dun dat laagje beschaving soms is.

Wat hier zichtbaar wordt, is de bubbelbühne in volle glorie. Een morele kring waarin instemming wordt beloond en twijfel wordt afgestraft. Het beeld van de deugdende veren die in elkaars derrière verdwijnen is misschien vilein, maar treffend. Zo werkt deze kring. Wie applaudisseert, hoort erbij. Wie om onderbouwing vraagt, wordt verdacht.

Dat beroep op argumenten is ondertussen puur decoratief. Er wordt gezegd dat het om argumenten zou moeten gaan en niet om clicks, terwijl er geen enkel argument volgt. Wie wél vraagt waar beschuldigingen op gebaseerd zijn, krijgt geen antwoord maar een sneer. Of een blokkade. Of allebei.

Opvallend is wie dat doen. Niet alleen anonieme roeptoeters, maar ook mensen zoals Nadia Bouras, universitair docent, die anderen de maat nemen over debatcultuur terwijl zij zelf elke inhoudelijke vraag ontwijken. Het woord argument wordt ingezet als moreel accessoire, terwijl kritiek wordt afgedaan met “zout toch op” of “je gaat je goddelijke gang maar”. En als iemand het niet eens is met die kwalificaties en durft te vragen waar Bouras zich op baseert, volgt een antwoord als: “Steek die vinger maar ergens waar het licht niet schijnt. En ga wat nuttigs doen.” Einde discussie.

Het is een gesloten systeem. Binnen de bubbel wordt het eigen gelijk bevestigd. Daarbuiten volgt geen gesprek, maar een vonnis. Niet lezen, maar labelen. Niet weerleggen, maar uitsluiten. Vrijheid van meningsuiting, zolang het de juiste is.

Ironisch genoeg sluit dit naadloos aan bij wat onderzoek al jaren laat zien. In Why Groups Go to Extremes en later in #Republic beschrijft Cass Sunstein hoe gelijkgestemde groepen, zeker online, niet gematigder maar radicaler worden. Wie vooral mensen hoort die hetzelfde denken, wordt niet kritischer, maar zekerder van het eigen gelijk. Afwijking verdwijnt, nuance verdampt en morele eensgezindheid wordt belangrijker dan denken.

Je ziet het hier gebeuren, in real time.

Oude citaten van meer dan tien jaar geleden worden erbij gehaald om het eigen gelijk te staven. Context doet er niet toe. Tijd niet. Ontwikkeling niet. Een uitspraak uit 2014 wordt een levenslange identiteit, omdat er van recentere datum blijkbaar niets te vinden is. Alsof mensen niet kunnen veranderen, reflecteren of bijstellen. Een merkwaardig mensbeeld voor wie zegt te geloven in groei en bewustwording.

Intussen blijft de oorspronkelijke tekst van Leijten irrelevant verklaard. Niemand citeert haar woorden. Niemand gaat in op haar waarschuwing voor hokjesdenken. Niemand lijkt de ironie te zien dat een tekst over tribalisme wordt beantwoord met tribalisme.

Dit gaat niet over links of rechts. Niet over SP of VVD. Niet over Nijman of Leijten. Dit gaat over uitsluiting. Over bepalen wie nog mag spreken en wie niet. Over morele verontwaardiging als excuus om niet meer te hoeven denken.

Ik hoef het met Nijman niet eens te zijn om te zien hoe dit ontspoort. Ik hoef Leijten niet te steunen om te herkennen wat hier gebeurt. Meningen worden hier niet betwist, maar vervangen door etiketten die de bubbelbühne klaarlegt voor wie zelf stopt met denken.

Vrijheid van meningsuiting is hier een decorstuk. Het mag bestaan zolang het niets verstoort. Wie buiten de lijn spreekt, wordt niet weerlegd maar gemarkeerd. En wie om argumenten vraagt, krijgt geen antwoord maar een sneer of een blokkade.

Dat is geen debat. Dat is een echoput. En hoe harder men erin roept, hoe gelijker het klinkt.

Naschrift

Na publicatie kwam de bubbelbühne in actie. Niet op de inhoud. Er werd gescholden, geprojecteerd en weggezet. Er werd vooral niet gelezen.

En als iets er niet staat, dan verzin je het gewoon. “En dan ook de islam er nog bijhalen”, bijvoorbeeld, om vervolgens “smerig” te kunnen roepen. Uiteraard gevolgd door een blokkade van de verheven meneer. Dat is geen misverstand, maar een oude techniek. Wie eerst iets roept wat er niet staat, hoeft inhoudelijk niet op de tekst te reageren.

Geen enkele reactie kwam met een argument. Wel met woede en moreel theater. Er werd gesteld dat woorden achter elkaar zetten nog geen column is, omdat de aanname was dat de auteur niet zou weten waar “Zou u haar doen” vandaan komt. Dat weet zij wel. Uit 2010.

En precies daar raakt dit stuk zijn kern. Dat El Hamidi in 2026 moet teruggrijpen op een quote uit 2010 om een punt te maken, is op zichzelf al veelzeggend. Niet over Renske Leijten, want inhoudelijk zegt hij niets. Die quote zegt alles over de armoede van zijn kritiek. Wie niets actueels kan aanwijzen, graaft in stoffige archieven en noemt dat duiding.

De ironie is compleet wanneer die morele verontwaardiging gepaard gaat met klachten over stijl. Witheet worden van “warrige stukjes en lelijke zinnen”, terwijl je zelf “ik wordT” schrijft en interpunctie laat verdwijnen, is ook een keuze. Net als woede verwarren met inhoud. Om het in haar eigen woorden te zeggen: woorden achter elkaar zetten is nog geen inhoudelijke reactie. Doe er je voordeel mee.

Wie morele woede nodig heeft om een punt te maken, heeft geen punt meer.

Zou u haar doen? | b r o n n e n