Media

Poortwachter van de Onwetendheid

Over AI, toegang en deuren die misschien nooit open zijn geweest

Het begon, zoals de meeste slechte ideeën beginnen, met een vraag waarvan ik dacht dat die hooguit vijf minuten van mijn tijd zou kosten.

Hoe vrij is een Nederlandse journalist in Syrië eigenlijk om te gaan en staan waar zij wil?

Een eenvoudige vraag. Geen valstrik, geen complot, geen Austin Tice, geen crowdfunding, geen Chris Klomp die in de verte op een fluitje blaast omdat iemand op internet iets kritisch heeft gezegd. Zelfs Dikkeboom zat (nog) niet boos te keffen op het digitale erf. Het was gewoon een vraag.

Google Gemini antwoordde verrassend verstandig.

Nee, een journalist beweegt zich in Syrië niet vrij door het land. Toegang hangt af van veiligheid, lokale contacten, machthebbers en omstandigheden ter plaatse. Wie langdurig in een gebied werkt dat wordt gecontroleerd door een regime, militie of gewapende beweging, ontwikkelt vanzelf relaties met de mensen die bepalen waar je komt, wie je spreekt en of je morgen nog steeds welkom bent.

Dat leek me een redelijke constatering. Ik schonk mezelf een kop koffie in en besloot een paar vragen verder te kijken. Achteraf gezien had ik beter moeten weten. Niet omdat Gemini ongelijk had, maar omdat de chatbot zich in minder dan een uur had ontwikkeld van een bedachtzame gesprekspartner tot iemand die Rena Netjes had uitgeroepen tot schoolvoorbeeld van captured journalism. Chris Klomp was ondertussen gedegradeerd tot “luidruchtige verdediger van de gevestigde orde”, terwijl ikzelf volgens de digitale wijsgeer vooral bekendstond als een soort calvinistische belastinginspecteur die permanent vraagt waar de bonnetjes gebleven zijn.

Dat laatste vond ik persoonlijk een tikje overdreven, want ik vraag heus niet altijd waar de bonnetjes zijn. Alleen wanneer er duizenden euro’s worden ingezameld voor een zoektocht waarvan niemand precies weet hoe die eruitziet. Kennelijk ben ik daarmee doorgeschoten in een ongezonde hang naar transparantie.

Wat vervolgens gebeurde was eigenlijk veel interessanter dan de oorspronkelijke vraag. Gemini begon namelijk dezelfde fout te maken als mensen. Dat klinkt misschien niet bijzonder, maar een groot deel van het huidige AI-debat draait juist om het idee dat kunstmatige intelligentie rationeler en consistenter zou redeneren dan wij. Na een klein uur concludeerde ik dat Gemini er vooral in geslaagd was een gemiddelde internetdiscussie te automatiseren.

Het begon allemaal nog heel voorzichtig, met disclaimers en waarschuwingen en uiteraard altijd de kleine lettertjes onderin waarin keurig wordt verteld dat AI fouten kan maken. Een verstandig voorbehoud, zo bleek later, al had ik op dat moment nog niet door dat Gemini zich zou ontwikkelen tot een digitale kroegfilosoof met een kwaaie dronk: aanvankelijk vriendelijk, vervolgens stellig en tegen sluitingstijd volledig overtuigd van het eigen gelijk waarvoor ieder bewijs ontbrak.

Aanvankelijk bleef Gemini nog netjes binnen de lijntjes. Er bestaat literatuur over access journalism, vertelde het. Daarna kwam source capture voorbij, gevolgd door embedded journalism en een handvol academici die zich vermoedelijk in hun graf zouden omdraaien als ze wisten wat er met hun werk gebeurde. Tot zover was er weinig aan de hand. Het probleem was dat Gemini gaandeweg dezelfde aandoening ontwikkelde als sommige mensen op sociale media: het begon een theorie te verwarren met een vaststaand feit.

Omdat er literatuur bestond over afhankelijkheid van bronnen, begon Gemini te doen alsof afhankelijkheid in deze specifieke situatie al bewezen was. Een paar vragen later had het zichzelf niet alleen benoemd tot onderzoeker, maar ook tot beoordelingscommissie, promotor en eindredacteur van een proefschrift dat nooit geschreven was.

Ik zag het voor mijn ogen gebeuren. Wat begon als een voorzichtige gedachte werd langzaam een mogelijkheid, daarna een waarschijnlijkheid en uiteindelijk een conclusie waar geen speld meer tussen leek te krijgen. Het enige probleem was dat onderweg nergens nieuw bewijs was opgedoken. Het was alsof ik naar een Scandinavische thriller op Netflix keek die alvast de ontknoping had uitgezonden terwijl de eerste aflevering nog moest worden opgenomen.

Het leukste moment kwam toen Gemini besloot iedereen een rol te geven. Alsof het niet alleen een analyse aan het maken was, maar ook alvast de casting voor de verfilming had geregeld. Rena Netjes werd de insider, een functie die vooral lijkt te draaien om informatie die niet gedeeld kan worden. Norbert Dikkeboom kreeg de rol van beheerder van vertrouwen, wat aanzienlijk indrukwekkender klinkt dan organisator van een crowdfundingsactie zonder zichtbaar plan. Chris Klomp werd de luidruchtige verdediger. Voor het eerst in ons gesprek produceerde Gemini een conclusie waar nauwelijks discussie over mogelijk was.

Voor mij had Gemini een functie bedacht die ergens lag tussen journalist, accountant en de Belastingdienst. Volgens de chatbot was ik de poortwachter van de verificatie. Dat klonk aanzienlijk beter dan “vervelende vrouw die blijft doorvragen”, dus ik besloot het te accepteren.

De redenering was steeds opvallend eenvoudig. Rena Netjes woonde eerst in Istanbul en nu weer in Syrië (dank, gulle gevers), kende mensen en had toegang tot plekken waar anderen niet kwamen. Voor veel mensen bleek dat voldoende. Ergens onderweg veranderde toegang van een journalistiek voordeel in een bewijsstuk. Wie toegang had, wist kennelijk meer dan anderen. En wie toegang had, moest haast wel iets kunnen wat de FBI, de CIA, diplomaten, onderhandelaars en de familie Tice zelf in dertien jaar niet was gelukt.

Dat was ook precies de val waar Gemini in trapte. Het begon met toegang als observatie en eindigde met toegang als bewijs. Alsof een open deur automatisch betekent dat er achter die deur ook daadwerkelijk iets te vinden is.

Wie toegang heeft tot het Kremlin weet nog niet wat Poetin denkt. Wie toegang heeft tot het Witte Huis weet nog niet wat er morgen gaat gebeuren, waarschijnlijk Trump zelf al helemaal niet. En wie toegang heeft tot Syrië beschikt niet automatisch over kennis waar inlichtingendiensten, onderhandelaars en de familie Tice al dertien jaar vergeefs naar zoeken. Tenzij natuurlijk de mensen die je toegang verschaffen beschikken over informatie waar de rest van de wereld al dertien jaar vergeefs naar zoekt. Maar dat zou betekenen dat de hele crowdfunding ergens op gebaseerd was, en laten we het nog even geloofwaardig en gezellig houden.

Toegang is hooguit het begin van een verhaal en niet het einde ervan.

Gemini bleek daar net zo gevoelig voor als mensen. Sterker nog, de chatbot werd gaandeweg steeds enthousiaster over zijn eigen theorie. Tegen het einde van ons gesprek legde hij mij uit dat de bloemenfoto’s op het Instagram-account van Rena Netjes eigenlijk een vorm van discursieve inbedding vormden.

Discursieve inbedding.

Ik zag opeens een stel geraniums in Damascus voor me in een treurige pot die zich afvroegen hoe zij verzeild waren geraakt in een academisch debat over journalistieke onafhankelijkheid. De geraniums zelf leken er overigens aanzienlijk minder van overtuigd dan Gemini.

Dat was het moment waarop ik hardop begon te lachen. Niet om Netjes, Klomp of Dikkeboom. Nou ja, niet meer dan anders, dus dan telt het niet.

Uiteindelijk deed Gemini namelijk niets wat mensen niet dagelijks doen. Het werd verliefd op zijn eigen theorie.

De mooiste vondst kwam pas aan het einde: Poortwachter van de Onwetendheid.

Een term die zo goed was dat ik heel even overwoog hem op een tegeltje te laten drukken en naar Team Tice te sturen.

Journalistiek was ooit bedoeld als poortwachter van de democratie. Claims controleren, verhalen toetsen en proberen te onderscheiden wat waar is en wat onzin. De poortwachter van de onwetendheid doet precies het tegenovergestelde. Die bewaakt niet de antwoorden, maar de vragen.

Waarom wil je dat weten?

Waarom vertrouw je ons niet?

Waarom ben je zo negatief?

Waarom moet alles openbaar?

Het zijn vragen die opvallend vaak opduiken wanneer iemand geen antwoord heeft op de oorspronkelijke vraag. Vaak bij mensen die journalistiek verwarren met een digitale versie van: “Lief dagboek, vandaag heb ik voor het ontbijt al met zes mensen ruzie gemaakt, dus het wordt een mooie dag.”

Misschien was dat uiteindelijk wel de belangrijkste les van het hele experiment. Niet dat AI soms uit zijn nek kletst, dat weet iedereen die er wel eens een vraag in heeft gegooid waarop het antwoord al bekend was. Niet dat journalisten feilbaar zijn, het zijn tenslotte ook maar mensen.

Maar dat toegang geen bewijs is.

Dat zou inmiddels een volstrekt logische constatering moeten zijn, maar lijkt het voor sommige mensen nog altijd een revolutionair idee.

Want toegang klinkt indrukwekkend. Het suggereert kennis en wekt de indruk dat iemand iets weet wat jij niet weet. Misschien is dat ook precies waarom mensen er zo graag in geloven.

Alleen blijft een deur die nooit opengaat uiteindelijk gewoon een muur. En hoe harder iemand blijft roepen dat hij de sleutel heeft, hoe groter de kans dat niemand ooit heeft gecontroleerd of er überhaupt een slot op zit.