Sociale media

Bluesky bubbelbühne

Bluesky presenteert zichzelf graag als het moreel superieure alternatief voor X. Zolang je maar in de pas loopt en je mening afstemt op wat binnen de bubbel netjes wordt gevonden.

Het begon met één korte post. Geen analyse, geen opiniestuk, geen oproep tot actie. Alleen een constatering:

“Meer dan 30.000 doden binnen twee dagen in Iran. En amper een piepje van mensen die drie jaar lang vol op het orgel gingen met ‘want Gaza’. Gelegenheidsactivisten.”

Geen vergelijking van leed, geen rangorde, geen bagatellisering. Alleen een observatie over zichtbaarheid en stilte. Over tijdlijnen die eerder opriepen tot sit-ins op stations, demonstraties en het vernielen van universiteiten vergoelijkten. Over mensen die Hamas neerzetten als vrijheidsstrijders en datzelfde Hamas bleven verdedigen toen het na het bestand met Israël Palestijnen begon dood te schieten. Op dat moment verdwenen Gazanen als slachtoffers uit beeld. Toen werden het collaborateurs, of mensen die het zogenaamd verdienden. Dáár gaat dit over. Niet over één conflict, maar over hoe solidariteit werkt zolang het verhaal uitkomt.

De reacties die volgden, gingen nauwelijks over Iran. Ze gingen over mij, mijn moraal, mijn intenties en mijn plek. Daarmee werd precies bevestigd wat de post benoemde.

“Mila zeurt selectief en heeft het niet over mensenrechten en solidariteit.”
@marjanke.bsky.social

Een voorbeeld geven of inhoudelijk reageren bleek te veel gevraagd. Analyse werd verwisseld met activisme op afroep, gevolgd door het afgezaagde: “Je kletst domrechtsvolgvolk na zonder onderbouwing.”

Niets op inhoud, geen feiten en geen weerlegging. Wel geestelijk armoede met een account op sociale media.

Elke terechte weerlegging van deze kwaadaardige whataboutism …
@LoftiElHamidi@bsky.social

El Hamidi reageerde niet op wat ik schreef, maar op wat hij ervan maakte. Mijn observatie werd meteen weggezet als “kwaadaardige whataboutism” en als bagatellisering van groot leed. Dat klinkt zwaar, maar zegt inhoudelijk niets.

Hij ging niet in op de feiten. Het dodental werd niet betwist. De stilte op sociale media werd niet ontkend. In plaats daarvan werd het recht om het patroon te benoemen aangevallen. Daarmee hoefde hij niet meer te reageren op de kern van mijn punt: dat verontwaardiging selectief wordt ingezet en dat stilte óók een keuze is.

Het woord whataboutism werkt hier niet als kritiek, maar als stopwoord. Door het moreel zwaar aan te zetten, wordt verdere analyse overbodig. Het gesprek is klaar nog voor het begint.

Juist daarom is deze reactie zo tekenend. Niet omdat El Hamidi iets toevoegt, maar omdat hij laat zien hoe de bubbelbühne zichzelf bewaakt: niet met argumenten, maar met framing.

Maar ja, je wordt ook niet zomaar auteur voor The Times of Israel zeker?
@LeonSlothsky.bsky.social

Slothsky verplaatste het gesprek van inhoud naar boodschapper. Niet wat ik schreef stond centraal, maar waar ik het schreef. Waar hebben we dat eerder gezien. Hint: Zou u haar doen?

Dit is schuld door associatie, klassiek en gemakzuchtig. Alsof schrijven bij een Israëlisch medium automatisch betekent dat je geweld verdedigt, Netanyahu steunt of Palestijns leed ontkent. De tekst zelf hoeft dan niet meer gelezen te worden. Ingaan op wat er daadwerkelijk staat, bleek te veel gevraagd.

Daar bleef het niet bij. Hij plukte selectief uit mijn Volkskrant-opinie over academische boycots. Context weg, kern weg. Dat stuk ging over medische innovatie, klimaatonderzoek en de gevolgen van symbolische politiek. Niet over het goedpraten van staatsgeweld en niet over het ontkennen van Palestijns leed.

Toen ik dat aanwees, volgde geen inhoudelijke reactie, maar het verwijt ad hominem. Het patroon herhaalt zich: wie het gedrag benoemt, krijgt een etiket. De inhoud moet verdwijnen, zodat het morele zelfbeeld intact blijft.

Ik walg van de daden van een volk dat een ander volk aandoet wat hen 80 jaar geleden is aangedaan …
@IngeStolkenburg.bsky.social

Met deze reactie verschuift het gesprek in één klap van inhoud naar persoon. Walging en verontwaardiging vervangen elk argument. Het sluit af met: “Deze boodschap zegt meer over jou dan over mij.” Daarmee is het gesprek klaar.

Toen ik aangaf dat het niet ging over haar moraal, maar over een patroon in publieke verontwaardiging, werd het expliciet persoonlijk gemaakt. “Ik heb het niet over mijn moraal. Wel over die van jou.”

Wat volgt, is geen gesprek maar decor. Er wordt niets weerlegd, niets onderzocht en niets bevraagd. De rollen liggen vast: Stolkenburg aan de goede kant, ik niet. Klaar. En armoedig.

Wat een rare opmerking, Waarom maak je überhaupt deze vergelijking?
@yolanthe1.bsky.social

In mijn post wijs ik op een patroon op sociale media. Yolanthe maakt daar een morele test van. Let op de framing. “Waarom maak je überhaupt deze vergelijking?” doet alsof vergelijken op zichzelf verdacht is. Terwijl vergelijken nu juist is wat analyse doet, zonder dat zie je niets.

De tweede reactie maakt dat nog duidelijker. “Maakt het je dan niet uit dat tienduizenden mensen vermoord worden?” Dat is geen vraag, maar een verwijt verpakt als zorg. Het doel is niet begrijpen, maar moreel hoger gaan staan.

Jaren van schrijven over mensenrechten, vrouwenrechten en apartheid worden daarmee in één beweging onzichtbaar. Niet omdat ze er niet zijn, maar omdat ze niet in haar beeld passen.

Drie jaar vol op het orgel?! Was dat maar waar.
@gretat.bsky.social

Greta haalt hier twee dingen door elkaar. Zichtbaarheid op sociale media wordt gelijkgesteld aan kabinetsbeleid. Alsof diplomatieke stappen en Kamerreacties hetzelfde zijn als luidruchtige online verontwaardiging.

Dat is geen slordigheid, maar een handige draai. Wie protesten koppelt aan wat de overheid zegt of doet, kan blijven ontkennen dat er online selectieve stilte bestaat. Als Den Haag iets roept, zal het op sociale media ook wel loslopen.

Het is de digitale versie van: ik hoor geen huilbaby, dus die van jou zal ook wel tevreden zijn.

Wat een raar mens bent u.
@whistler4u.bsky.social

Hier verdwijnt zelfs de poging tot debat. Alleen een oordeel, gebaseerd op “één blik op je tijdlijn”.

Dit is het eindstation van de bubbelbühne.

Drogredenen mevrouwtje, bullshit uit je mond.
@asimo12.bsky.social

Hier hoeft niets meer te worden uitgelegd. Geen redenering, geen weerlegging, alleen mevrouwtje en schelden. Het woord drogreden wordt gebruikt als sticker, niet als begrip.

Dit is geen tegenspraak; dit is leegte, hardop geroepen.

Wat ze zeggen en wat ze doen

Natuurlijk maken deze accounts zich druk om mensenrechten. Altijd. Overal. Zonder voorbehoud. Althans, als je hun toon en morele verontwaardiging moet geloven. Daarom heb ik niet gekeken naar wat ze tegen mij zeiden, maar naar wat ze zélf deden. Hun eigen tijdlijnen, de afgelopen week.

Lotfi El Hamidi
Deelde één artikel van De Groene en één van de Volkskrant. Daarnaast reposts van derden over de film The Voice of Hind Rajab. De enige eigen post was een kromme vergelijking tussen Minneapolis en Hebron. Verdere inhoud ontbrak volledig.

Leon Slothsky
Iran kwam één keer langs, via een een gedeeld stuk dat het dodental relativeerde. Verder bleef zijn tijdlijn gevuld met Israël, gedeelde stukken van derden.

Inge Stolkenburg
Structurele focus op Israël en Gaza, geen zichtbare aandacht voor Iran. Wel herhaald gebruik van extreme vergelijkingen en expliciet denigrerende opmerkingen, onder meer richting vrouwen. De vergelijking met gaskamers sluit elk gesprek af.

Yolanthe
Beperkte aandacht voor Iran via enkele reposts van @bijan63.bsky.social. Verder een repost waarin collectieve schuld wordt toegeschreven aan Joden en bestaansrecht wordt ontkend.

Greta (Auntie Fa)
Beperkt zich tot een emotionele repost over Gaza en een afbeelding die meer oproept dan uitlegt. Geen eigen duiding, geen aandacht voor Iran.

Daan, whistler4u en asimo12
Niks. Geen berichten over Iran. Geen zichtbare aandacht voor mensenrechten buiten dit conflict.

Dit zijn geen interpretaties of aannames. Dit is zichtbaar gedrag en wie hier nog steeds spreekt over universele verontwaardiging, kijkt niet goed. Of wil niet kijken.

Een beeld dat veel zegt

In dezelfde periode werd op Bluesky een tekening gedeeld, o.a. door Auntie Fa. Donald Trump en Benjamin Netanyahu houden samen een bord vast met de tekst “Trump Hotel Gaza”. Voor hen worden hongerige mensen uitgebeeld in de stijl die een link legt met concentratiekampen.

Laat één ding helder zijn. Dat Trump en Netanyahu beleid voeren dat misdadig is en tot massaal leed leidt, staat voor mij buiten kijf. Dat benoemen is geen probleem. Juist omdat kritiek op beleid noodzakelijk is, is versimpeling gevaarlijk.

Maar dit beeld legt geen beleid bloot. Het legt niets uit. Het laat geen keuzes zien, geen structuren, geen keten van oorzaken. Het werkt met één truc: schuld krijgt een gezicht en daarmee is het denken klaar. De doden worden decor.

Het schuurt niet omdat het openlijk antisemitisch is, maar omdat het gevaarlijk dicht langs oude beelden over Joden schuurt. De koele machthebber, de hand achter het kwaad. Beelden hebben een geschiedenis en die geschiedenis verdwijnt niet opeens.

Wat ook opvalt, is wat ontbreekt. Geen Hamas. Geen Iran. Geen regionale machtsstrijd. Geen context. Het kwaad krijgt één gezicht, steeds hetzelfde. Dat is geen uitleg, dat is versimpeling.

Wat hier zichtbaar wordt, is een patroon

Wat hier zichtbaar wordt, is geen incident en geen misverstand, maar een patroon. Mensenrechten werken in deze kring niet als principe, maar als badge. Ze worden opgepoetst zolang ze passen bij het juiste verhaal en geruisloos ingeruild zodra dat verhaal schuurt.

Wie dat benoemt, krijgt geen weerwoord, maar een digitale tik op de vingers. Niet omdat de feiten ontbreken, maar omdat ze ongelegen komen. Stilte is hier geen blinde vlek, maar een keuze.

Zolang solidariteit vooral dient als podium en niet als maatstaf, blijft empathie selectief en verontwaardiging keurig gedoseerd. Dat is geen activisme. Dat is zelfbevestiging.

En de bubbelbühne? Die applaudisseert. Steeds opnieuw.

Meer lezen? Klik hier voor het overzicht met de links naar de gebruikte bronnen.

N a s c h r i f t

Zowel mijn Volkskrant-opiniestuk over academische boycots als Free Palestine, alleen nu even niet worden in dit debat aangehaald als bewijsstuk, maar nauwelijks als tekst gelezen.

Het eerste ging over kennis, zorg en klimaat. Het tweede over zichtbaarheid en stilte. Geen van beide verdedigde staatsgeweld of ontkende Palestijns leed.

Wie dat er toch in leest, leest niet om te begrijpen, maar om te bevestigen.

Voor de preciezen onder ons: ik schreef “drie jaar”. Correct is: twee jaar en bijna vier maanden. De stilte blijft hetzelfde.

Vergeten vrouwen

De gouden kooi

In de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië, Qatar en Koeweit worden vrouwen niet onderdrukt op de manier die doorgaans geassocieerd wordt met oorlog, honger of religieuze terreur. In plaats daarvan leven ze in hypermoderne steden vol glinsterende torens, zorgvuldig onderhouden parken, internationale scholen en universiteiten die hun deuren juist voor vrouwen openzetten. Ze lopen over marmeren vloeren in winkelcentra vol westerse merken, krijgen functies bij grote bedrijven en verschijnen in glossy campagnes als het gezicht van de vooruitgang.

Maar achter deze façade, zorgvuldig opgebouwd en gekoesterd door regimes die zich willen presenteren als modern en westersgezind, bestaat een werkelijkheid waarin vrouwen nog steeds geen volledige zeggenschap hebben over hun eigen leven. Niet ondanks hun rijkdom, maar juist daardoor zijn hun beperkingen voor de buitenwereld moeilijker te herkennen. Wat niet in de vorm van armoede of geweld wordt gegoten, lijkt al snel onschuldig, of simpelweg niet urgent genoeg.

De prinses die verdween

In 2018 probeerde prinses Latifa Al Maktoum, dochter van de heerser van Dubai, te vluchten uit de Verenigde Arabische Emiraten. Haar poging was niet het impulsieve werk van een naïef meisje, maar een nauwgezet voorbereide ontsnapping, mede opgezet met een Franse voormalig geheim agent. Ze reed per auto naar de grens met Oman, bereikte daar een boot die haar naar internationale wateren bracht, en stapte vervolgens over op een jacht richting India.

Voor haar vertrek had ze een video opgenomen waarin ze sprak over jarenlange opsluiting, isolatie en mishandeling. “Als je deze video ziet,” zei ze, “dan ben ik dood, of erger.” De boot waarop ze voer werd onderschept door een gezamenlijke operatie van Indiase en Emiratische troepen. Latifa verdween. Jaren later verschenen er foto’s van haar, zittend in een café in Dubai of glimlachend naast VN-functionarissen. Of ze vrij was, of slechts zorgvuldig werd tentoongesteld, bleef onduidelijk.

Haar verhaal staat niet op zichzelf. In 2000 verdween haar zus Shamsa uit Cambridge, waar ze onder begeleiding van personeel verbleef. Ze zou met geweld zijn teruggebracht naar Dubai, maar ondanks meerdere verzoeken van journalisten en mensenrechtenorganisaties is er nooit een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door de Britse autoriteiten. En dan is er prinses Haya, de voormalige vrouw van sjeik Mohammed bin Rashid Al Maktoum, die met haar twee kinderen naar Londen vluchtte nadat ze ontdekte wat er met Latifa en Shamsa was gebeurd.

In de rechtszaal legde ze verklaringen af over intimidatie, afluisterpraktijken en bedreigingen, terwijl de sjeik zich via diplomatieke kanalen verweerde tegen aantijgingen die hij als “privékwestie” afdeed. Andere verhalen blijven anoniem. Dochters van invloedrijke families die niet mogen trouwen met wie ze willen. Echtgenotes van diplomaten die hun paspoort moeten inleveren bij hun schoonvader. Vrouwen uit de elite die alles lijken te hebben, behalve bewegingsvrijheid.

Controle via familie en technologie

De levens van deze vrouwen worden strak gereguleerd via een combinatie van traditionele familierollen, religieuze interpretaties en moderne technologie. In Saoedi-Arabië was het systeem van mannelijke voogdij jarenlang verankerd in wet en praktijk. Een vrouw had voor vrijwel alles toestemming nodig van een man: om te reizen, te studeren, te werken of medische zorg te ontvangen.

Hoewel hervormingen in 2019 een deel van deze beperkingen formeel hebben opgeheven, bleef de sociale realiteit weerbarstig. In veel families gelden de oude regels nog steeds, en instellingen zoals universiteiten en ziekenhuizen blijven uit angst of gewoonte toestemming vragen aan mannelijke familieleden.

De komst van digitale controlemechanismen maakte deze afhankelijkheid nog indringender. De overheidsapp Absher werd gelanceerd als een manier om overheidsdiensten te vereenvoudigen, maar bevatte onder andere een functie waarmee mannen konden instellen of hun vrouwelijke familieleden het land mochten verlaten. Wanneer een vrouw het vliegveld bereikte, werd automatisch een sms gestuurd naar haar voogd. Hij kon met één klik toestemming geven of intrekken, ongeacht de leeftijd of opleiding van de vrouw in kwestie.

Op vliegvelden werd deze realiteit tastbaar. In de aankomsthallen bestonden speciale wachtruimtes voor “niet afgehaalde vrouwen”. Vrouwen die bijvoorbeeld terugkeerden van een studie in het buitenland, een familiebezoek of een dienstreis, maar het vliegveld niet mochten verlaten zonder dat een mannelijke voogd hen kwam ophalen. Daar moesten zij wachten, soms uren of zelfs dagenlang. Niet als zelfstandige burgers met rechten, maar als objecten, als bagage die moest worden opgehaald. Alsof hun identiteit niet in hun paspoort lag besloten, maar in de toestemming van een ander.

Het decor van moderniteit

Voor de buitenwereld blijft dit systeem grotendeels onzichtbaar. Wat men ziet, zijn de zichtbare tekens van emancipatie: vrouwen die bedrijven leiden, ministersposten bekleden of sportevenementen organiseren. In Qatar worden vrouwelijke academici en studenten naar voren geschoven in internationale conferenties. In Koeweit dragen vrouwen de titel van parlementslid of rechter. In de VAE is er een Minister of State for Happiness, een vrouw.

Maar die zichtbaarheid verhult het lot van duizenden vrouwen die zich dagelijks moeten voegen naar de wensen van hun vader, echtgenoot of broer. Vrouwen die weten dat een echtscheiding hun kinderen kost. Die beseffen dat een klacht tegen mishandeling kan leiden tot opsluiting van henzelf wegens ongehoorzaamheid. En die zwijgen omdat spreken niet alleen hun vrijheid bedreigt, maar de eer van hun familie – en dus hun veiligheid.

Deze tegenstelling tussen façade en fundament maakt hun situatie des te schrijnender. Want in plaats van protest of solidariteit, ontvangen zij bewondering of ongeloof. Hoe kan iemand die woont in een villa, met een bediende, kok, schoonmaakster en chauffeur, zich gevangen voelen? Die vraag is niet alleen naïef, maar veelzeggend in haar onbegrip.

Diplomatieke doofpot

En wanneer deze vrouwen zich durven los te maken, wanneer ze vluchten en asiel aanvragen, wanneer ze hun stem verheffen in rechtbanken of via geheime video’s, dan worden ze niet opgevangen, maar genegeerd.

Westerse regeringen die zich gretig profileren als verdedigers van vrouwenrechten, blijven opvallend stil wanneer het om hun bondgenoten in de Golf gaat. Saoedi-Arabië is een belangrijke afnemer van wapens, de VAE investeert miljarden in Europese havens en techbedrijven, Qatar organiseert wereldkampioenschappen en koestert zijn positie als diplomatieke bruggenbouwer. Die belangen wegen zwaarder dan mensenrechten.

Toen Latifa verdween, sprak niemand haar naam in de Veiligheidsraad. Toen Shamsa uit Groot-Brittannië werd meegenomen, volgde er geen aanklacht. Toen Haya verklaarde dat ze werd geïntimideerd en gevolgd, wuifde de Golfstaat het weg als een privézaak. Zelfs wanneer vrouwen erin slagen te vluchten, worden hun asielverzoeken vaak afgewezen wegens gebrek aan bewijs of “culturele complexiteit”. Sommige ambassades werken stilletjes mee aan repatriëring, onder het mom van familiehereniging. Wat dat betekent, is duidelijk voor wie heeft geluisterd naar de getuigenissen van vrouwen die terugkeerden en vervolgens spoorloos verdwenen.

Tegelijkertijd blijven deze landen internationaal prijzen winnen en investeringen binnenhalen. Ze mogen zichzelf presenteren als hervormers, pioniers en modernisten, waarbij vrouwen worden ingezet als uithangbord. Hun aanwezigheid op podia en in persberichten dient niet hun vrijheid, maar de reputatie van de staat. En zolang dat beeld overeind blijft, blijft het stil rond de vrouwen die nooit worden opgevoerd, tenzij als waarschuwing voor wie probeert te ontsnappen.

Vrijheid zonder glans

De gouden kooi is geen metafoor. Ze bestaat uit muren van reputatie, familiedruk, digitale controle en diplomatieke zwijgzaamheid. Het is een systeem waarin vrouwen alles lijken te hebben, behalve het recht op zelfbeschikking. Waar macht en rijkdom dienen als camouflage voor afhankelijkheid. Waar vrijheid geen recht is, maar een gunst – uitdeelbaar, intrekbaar, en zelden blijvend.

Het is de tiende kooi in een reeks van vergeten vrouwen. De serie begon bij oorlog, slavernij, verkrachting, ballingschap. Maar wie goed kijkt, ziet dat dit verhaal in niets verschilt. Hier is geen puin, geen geweer, geen kamp. Alleen stilte, toezicht, toestemming. Ook hier verdwijnt de vrouw in een systeem dat haar reduceert tot bezit, soms met geweld, soms met een glimlach. En ook hier kijkt de wereld weg, omdat haar verhaal niet past in het beeld dat we willen zien.

Omdat rijkdom, glans en beschaving een betere indruk maken dan de ongemakkelijke waarheid daarachter.

Dit artikel maakt deel uit van de serie Vergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

De gouden kooi | bronnen

Vergeten vrouwen

Vastgeketend op weg naar vrijheid

Na de val van Khadaffi in 2011 raakte Libië in complete chaos. Het land had geen echte regering meer, en gewapende groepen kregen vrij spel. In die chaos ontstonden smokkelroutes en mensenhandel. Vooral vluchtelingen die via Libië naar Europa wilden, kwamen in gevaar. Vrouwen werden dubbel slachtoffer: eerst als vluchteling, daarna als koopwaar.

Slavenmarkten

In 2017 lieten CNN en andere media schokkende beelden zien van slavenmarkten bij Tripoli. Daar werden migranten bij opbod verkocht. Niet in het geheim, maar gewoon in het openbaar. En na de eerste ophef keek de wereld weer weg. Mannen werden vaak ingezet voor dwangarbeid op boerderijen of in de bouw. Vrouwen golden als “meer waard” omdat ze gebruikt konden worden voor seks.

Volgens getuigen vonden deze veilingen plaats in garages, loodsen of op binnenplaatsen van huizen. De prijzen voor vrouwen lagen tussen de 400 en 1000 dollar, afhankelijk van hun leeftijd, gezondheid of uiterlijk. Wie hen kocht, mocht ermee doen wat hij wilde. Veel vrouwen kwamen terecht in zogenoemde connection houses, dat zijn huizen die worden beheerd door smokkelaars. Daar werden ze verkracht, gedwongen tot prostitutie of opnieuw doorverkocht.

“Ik heb een nachtmerrie verlaten om in de hel te komen,” vertelde Aisha in 2021. Ze was haar land ontvlucht na vijf miskramen. Voor haar schoonfamilie en de buurt was ze ‘een heks’. Het advies dat vrouwen krijgen voordat ze vertrekken? Neem een anticonceptieprik die drie maanden werkt. En als je het kunt betalen: kies de ‘duurdere’ smokkeloptie, met anticonceptie inbegrepen.

Een Nigeriaanse vrouw die wist te ontsnappen, vertelde later dat vluchtelingen als handelswaar werden behandeld: “Soms kwamen mannen gewoon binnen om iemand uit te kiezen. Als je weigerde, kreeg je klappen of dagenlang geen eten.”

Ook in 2025 blijft de situatie grimmig. Vrouwen worden nog steeds onderschept, opgesloten en verhandeld. De markten zijn minder zichtbaar geworden, maar niet verdwenen. Ze zijn verhuisd naar afgelegen plekken en opereren via gesloten netwerken. Het zijn geen openlijke veilingen meer, maar de uitbuiting gaat door. Achter gesloten deuren worden vrouwen nog steeds verkocht en misbruikt.

Die markten zijn er niet alleen in grote steden. Ook in het zuiden van Libië, waar veel vluchtelingen het land binnenkomen, zijn handelaren actief. Ze maken afspraken met smokkelaars in buurlanden en regelen vervoer, opvang en verkoop. Vrouwen die onderweg al verkracht of mishandeld zijn, worden zo opnieuw slachtoffer. Zonder bescherming, zonder rechten.

Mensenrechtenorganisaties blijven rapporten schrijven. Maar die verdwijnen vaak in een la. Ver weg van de vrouwen die ze beschrijven. En zonder gevolgen voor de daders.

Gevangen na ‘redding’

Wie de zee op gaat in een gammele boot, wordt vaak onderschept door de Libische kustwacht. In plaats van hulp krijgen vluchtelingen een ticket terug naar de gevangenis. In die detentiecentra worden mensen geslagen, gemarteld, verkracht en soms zelfs vermoord. Volgens de Verenigde Naties gaat het niet om losse incidenten, maar om systematisch geweld. Vrouwen worden verkracht en raken zwanger. Kinderen lijden honger of verdwijnen spoorloos.

Toch blijven Europese landen samenwerken met de Libische autoriteiten. Sinds 2017 heeft de EU honderden miljoenen euro’s gegeven aan de Libische kustwacht: voor trainingen, boten, materiaal en zelfs luchtsteun. Daarmee worden migrantenboten op zee onderschept en teruggestuurd. Wat als redding wordt gepresenteerd, is in werkelijkheid het begin van een nieuwe hel.

In het beruchte Triq al-Sikka detentiecentrum in Tripoli moesten vrouwen schoonmaken voor de bewakers, en sommigen raakten zwanger na herhaalde verkrachting. Zelfs kinderen zijn niet veilig: ze worden opgesloten, ondervoed, ziek en in sommige gevallen misbruikt of zelfs doorverkocht, bijvoorbeeld via illegale adoptienetwerken.

Gedumpt in de woestijn

Niet alle vluchtelingen overleven de Libische “reis naar vrijheid”. Voor velen, vooral vrouwen en kinderen, eindigt de tocht in de hitte van de woestijn. Smokkelaars en milities behandelen migranten als wegwerpartikelen: “Sommigen die niet kunnen betalen, worden gedood of achtergelaten om van de honger te sterven,” zei de Internationale Organisatie voor Migratie.

Vrouwen die niet meer ‘bruikbaar’ zijn, door ziekte, uitputting of zwangerschap, lopen het risico simpelweg achtergelaten te worden, zonder water of voedsel in de woestijn. Een Libische mensenhandelaar gaf zelfs toe dat de woestijn vol ligt met lichamen van mensen die zijn gestorven van dorst. “De woestijn is bezaaid met ongeïdentificeerde lichamen,” zei hij.

In de zuidelijke stad Sabha, een belangrijk knooppunt op de migratieroute, raakt het mortuarium regelmatig vol met dode lichamen. Smokkelaars dumpen ze bij het ziekenhuis. “De doden worden nooit geïdentificeerd en vaak zonder naam begraven,” aldus een arts. Deze vrouwen en mannen verdwijnen in het zand, anoniem, ongezien, vergeten.

Ook aan de grenzen gebeurt hetzelfde. Migranten die proberen Libië te ontvluchten, of worden uitgezet uit buurlanden, lopen hetzelfde risico. Grenswachters hebben uitgeputte groepen aangetroffen, soms met zwangere vrouwen en kinderen, midden in de woestijn, zonder water, zonder hulp.

Sommigen zijn gered, maar anderen vonden een stille dood in de verlaten grensstreek. Deze verhalen laten zien hoe vluchtelingen worden behandeld als wegwerpmensen. Wie geen nut meer heeft voor smokkelaars of machthebbers, wordt zonder pardon achtergelaten om te sterven.

Geen cijfers, geen bescherming

Niemand weet precies hoeveel vrouwen er vastzitten, verkracht worden of verdwijnen. De Libische autoriteiten registreren hen niet. Hulporganisaties hebben nauwelijks toegang tot de gevangenissen.

Er is geen asielprocedure in Libië. Het land kent zelfs geen echte centrale overheid: in 2025 zijn er nog steeds drie rivaliserende regeringen die elkaar bestrijden. Daardoor is er geen gezag dat verantwoordelijk is voor bescherming van vluchtelingen. Elke regio wordt gecontroleerd door een andere groep, vaak met eigen belangen.

Migranten zijn overgeleverd aan milities en gewapende bendes. De overheid ziet migranten als ‘illegaal’. Er is geen bescherming, geen recht, geen hoop. Milities hebben de macht, en ze gebruiken die om te verkrachten, uit te buiten en te doden. Niemand houdt hen tegen. Misdadigers in uniform of in bendeverband hoeven zelden verantwoording af te leggen voor verkrachtingen, folteringen of moorden op migranten.

Artsen zonder Grenzen, dat jarenlang noodhulp bood in migrantenkampen, werd in 2022 zelfs door Libische autoriteiten het land uitgezet omdat het “migratie zou aanmoedigen”. Het resultaat is een humanitair zwart gat: zonder getuigen, zonder registratie en zonder cijfers blijft het leed van deze mensen onzichtbaar en ontkend.

De rol van Europa

De crisis in Libië wordt mede mogelijk gemaakt door internationale hypocrisie. Westerse landen zeggen mensenrechten belangrijk te vinden, maar nemen ondertussen maatregelen die slavernij en misbruik juist in stand houden.

Wat doet Europa intussen? Het werkt al jaren samen met Libië om migranten tegen te houden. Landen als Italië en organisaties als Frontex geven geld, boten en zelfs drones aan de Libische kustwacht. Ze weten dat vluchtelingen na onderschepping in vreselijke omstandigheden terechtkomen. Maar ze kijken weg.

Met andere woorden: Europese middelen, bedoeld om migratie te beheersen, houden een systeem in stand waarin mensen worden opgesloten, verhandeld en verkracht. Voor de politieke bühne klinkt het als daadkracht. Voor vluchtelingen is het een ramp.

Officieel zegt de EU mensenrechten te verdedigen. In de praktijk besteedt ze grensbewaking uit aan milities die mensenhandel mogelijk maken. Een EU-rapporteur verwoordde het scherp: Europa heeft de foltering uitbesteed.

En het gaat niet alleen om overheden. Ook Europese bedrijven verdienen eraan: ze bouwen gevangenissen, sluiten oliecontracten met strijdende partijen, en leveren materiaal aan instanties die migranten mishandelen.

Er is veel verontwaardiging over sommige crisissen, maar over Libië blijft het opvallend stil. Geen demonstraties, geen vlaggen, geen ingezonden brieven. Geen professor die een petitie start, geen opiniemaker die het opneemt voor deze vrouwen. De lijken in de woestijn raken ons niet. Ze passen niet in het politieke verhaal. En dus zwijgen we.

Dat zwijgen is geen onschuld. Het is onderdeel van het systeem. En het is alles wat deze vrouwen rest: stilte. Dodelijke stilte.

Wat als deze vrouwen onze dochters waren?

We weten het. En we doen het tóch.

Dit artikel maakt deel uit van de serie Vergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Vastgeketend op weg naar vrijheid | bronnen

Vergeten vrouwen

Vrouwen als handelswaar

Turkije noemt zichzelf een gastland. Europa prijst het om de opvang van miljoenen Syrische vluchtelingen. Maar achter die lof schuilt een andere werkelijkheid – vooral voor vrouwen en meisjes.

Zij betalen de prijs van ‘opvang’. Niet in de vorm van vrijheid of veiligheid, maar met hun lichaam, hun arbeid, hun stilte. Ze verdwijnen in kindhuwelijken, religieuze huwelijken, zwart werk of misbruik, vaak met instemming van hun omgeving. Wat bescherming heet, is voor hen een wisselkoers geworden. Een dochter minder aan tafel, een vrouw minder met rechten.

Een huwelijk zonder rechten

Veel Syrische meisjes worden uitgehuwelijkt aan oudere Turkse mannen. Vaak gebeurt dat via een religieus huwelijk, gesloten door een imam. Zo’n huwelijk wordt meestal niet officieel geregistreerd bij de overheid. Volgens de wet mag je in Turkije pas trouwen als je 18 bent, maar met toestemming van een rechter kan dat al vanaf 16. Die uitzondering wordt vaak misbruikt, vooral bij vluchtelingenmeisjes.

Zonder officiële registratie hebben deze meisjes geen enkele bescherming. Ze hebben geen recht op alimentatie, geen aanspraak op gezamenlijke bezittingen en geen toegang tot juridische hulp als er iets misgaat. Als het huwelijk eindigt, staan ze met lege handen. Veel van hen worden bovendien ‘tweede’ of ‘derde’ vrouw, in een samenleving waar polygamie officieel verboden is, maar religieus nog altijd voorkomt. Ze zijn volledig afhankelijk van de man en dat maakt hen extreem kwetsbaar voor misbruik en geweld.

Tienermoeders in de schaduw

In steden zoals Sanliurfa, vlak bij de Syrische grens, zien hulpverleners nog altijd jonge meisjes van 14 of 15 jaar die zwanger zijn. Ze zijn vaak uitgehuwelijkt en al moeder voordat hun lichaam daar klaar voor is. Toch melden veel van deze meisjes zich niet bij klinieken of hulpposten. Ze zijn bang. Als ze vertellen hoe jong ze zijn, kan dat leiden tot meldingen bij de autoriteiten, of tot problemen met hun familie of echtgenoot.

Sommigen bevallen daarom thuis, anderen in privéklinieken waar minder vragen worden gesteld. Maar dat brengt grote risico’s met zich mee. Veel van deze meisjes zijn ondervoed, hebben bloedarmoede en krijgen tijdens hun zwangerschap geen medische begeleiding. Hun situatie blijft onzichtbaar – totdat het misgaat, bij de bevalling of met hun gezondheid.

Baby’s die niet bestaan

Veel baby’s van deze jonge moeders worden nooit officieel geregistreerd. Om een geboorte aan te geven bij de Turkse overheid zijn geldige papieren nodig en die hebben deze meisjes vaak niet. Sommigen zijn zelf niet geregistreerd als vluchteling, anderen wonen met een man in een informeel huwelijk dat niet erkend wordt.

Ook vaders laten hun kind vaak niet registreren. Soms omdat ze niet willen dat hun huwelijk met een minderjarige aan het licht komt. Soms omdat ze de moeder aan haar lot overlaten. En voor meisjes zonder papieren of bescherming is er niemand die dat kind namens hen kan aanmelden.

Een kind dat niet geregistreerd is, bestaat juridisch niet. Het heeft geen recht op onderwijs, gezondheidszorg of een paspoort. Geen identiteit, geen toekomst. Vooral ook omdat aan de Syrische kant van de grens registratie lang niet vanzelfsprekend is, lopen deze kinderen een groot risico op stateloosheid.

Veel kinderen die geboren worden uit dit soort religieuze huwelijken in vluchtelingenkampen zijn juridisch compleet onzichtbaar. En zolang ze niet bestaan op papier, blijft uitbuiting onbestraft en blijft het systeem dat hen voortbrengt ongemoeid.

Uitgehuwelijkt voor de huur

Voor veel Syrische gezinnen in Turkije is armoede nog steeds dagelijkse realiteit, versterkt door recente crises zoals de aardbevingen van begin 2023 en de economische instabiliteit daarna. De economie herstelt langzaam, maar veel vluchtelingengezinnen blijven kampen met werkloosheid, stijgende kosten en minimale steun. De nood is hoog en in sommige gevallen leidt dat tot schrijnende keuzes.

Volgens recente rapporten komt het nog altijd voor dat meisjes worden uitgehuwelijkt aan huisbazen of werkgevers, als informele betaling voor onderdak of basisvoorzieningen. Lokale hulpverleners signaleren dat dit vooral gebeurt in gebieden met weinig toezicht en grote concentraties vluchtelingen, zoals in Sanliurfa en Gaziantep. Juist daar komen meerdere risicofactoren samen: overbelaste voorzieningen, een grote informele arbeidsmarkt, sociaal-conservatieve normen en een terughoudende overheid.

Waar armoede uitzichtloos wordt, verandert een kind in een economische transactie en verdwijnt zij in een religieus huwelijk dat niemand registreert. Ze kunnen nergens terecht als ze worden mishandeld en niemand houdt toezicht op wat er met hen gebeurt. Voor de buitenwereld zijn ze onzichtbaar, maar voor hun omgeving zijn ze vooral een mond minder om te voeden.

Structureel falen

Volgens ECPAT hebben Turkse instanties zoals de politie, gezondheidszorg en jeugdzorg vaak niet genoeg kennis of training om deze meisjes op tijd te herkennen en te helpen. Veel professionals weten niet waar ze signalen van misbruik aan moeten koppelen of durven niet in te grijpen, zeker bij religieuze huwelijken die sociaal of cultureel worden getolereerd binnen bepaalde gemeenschappen.

Die huwelijken liggen gevoelig. In sommige wijken en dorpen, vooral in het zuidoosten van Turkije, worden kindhuwelijken religieus gelegitimeerd en sociaal geaccepteerd. Lokale ambtenaren en hulpverleners deinzen er soms voor terug om in te grijpen, uit angst om als bevooroordeeld of ‘westers bemoeizuchtig’ te worden gezien. ECPAT noemt dit een belangrijke reden waarom veel kindhuwelijken onder de radar blijven.

Daar komt bij dat veel meisjes geen Turks spreken. Ze weten niet waar ze hulp kunnen zoeken, of zijn bang dat contact met de autoriteiten leidt tot straf, deportatie of verlies van hun verblijfsstatus. Ook religieuze of sociale druk speelt een rol: meisjes leren vaak dat ze moeten zwijgen om de eer van de familie te beschermen.

Wie misbruik meldt, riskeert veel: gezichtsverlies, verstoting of de volledige ontwrichting van hun leven. Velen zwijgen. Soms uit schaamte, vaak uit angst. Voor deze meisjes is stilte geen teken van instemming, maar van overleven. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: meisjes blijven onzichtbaar, instellingen grijpen niet in en uitbuiting kan gewoon doorgaan, onder het mom van ‘huwelijk’ of ‘familie-eer’.

Niet alleen bruiden

Niet alleen jonge meisjes, maar ook volwassen Syrische vrouwen leven in onzekerheid, afhankelijkheid en sociale uitsluiting. In opvangkampen en steden zijn zij vaak de spil van het gezin, maar zonder papieren, inkomen of bescherming. Ze dragen de zorg voor kinderen, regelen voedsel, houden het huishouden draaiend en werken als het moet, vaak onder erbarmelijke omstandigheden.

Veel vrouwen werken informeel: in de landbouw, de schoonmaak of de textielsector. Zonder contract, zonder rechten. Werkgevers betalen hen slecht of in natura en seksuele intimidatie is wijdverspreid. Wie protesteert, verliest haar werk of wordt bedreigd met uitzetting. Juridisch verweer is vrijwel onmogelijk. Vrouwen zonder officiële status kunnen geen klacht indienen, geen advocaat inschakelen en krijgen zelden toegang tot hulpdiensten.

Hun arbeid houdt gezinnen overeind, maar blijft onzichtbaar. Net als zijzelf.

Vrouw in naam, maar niet in het recht

Ook binnen het huwelijk is de positie van Syrische vluchtelingenvrouwen in Turkije vaak zwak en onzeker. Veel vrouwen zitten in een spiraal van huiselijk geweld en lopen het risico op verlating. Ze zijn volledig afhankelijk van hun echtgenoot – sociaal, economisch én juridisch.

Hoewel polygamie officieel verboden is in Turkije, komt het in praktijk geregeld voor binnen vluchtelingengemeenschappen. Vrouwen worden ‘tweede’ of ‘derde’ echtgenote, zonder rechten of erkenning. Als de man hen mishandelt of verlaat, kunnen ze nergens heen. Ze hebben geen woning op hun naam, geen toegang tot hulp en vaak ook geen familie die hen opvangt.

Zelfs als vrouwen willen scheiden, botsen ze op muren: geen geregistreerd huwelijk betekent geen juridische ontbinding. En geen status betekent geen uitweg. Velen blijven uit angst, uit noodzaak of omdat er eenvoudigweg geen andere optie is.

Vrouwen in vluchtelingenkampen

In officiële opvangkampen en tijdelijke woonfaciliteiten is het leven voor Syrische vrouwen zwaar en vol beperkingen. Hoewel sommige basisvoorzieningen aanwezig zijn, zoals sanitaire units of medische posten, is privacy schaars, veiligheid niet gegarandeerd en zeggenschap vaak afwezig. Vrouwen slapen in overvolle tenten of containerwoningen, delen wc’s met tientallen anderen en durven zich ’s nachts nauwelijks te verplaatsen uit angst voor intimidatie of geweld.

Er zijn meldingen van seksuele uitbuiting binnen en rond kampen, vaak gepleegd door mannen in machtsposities, zoals bewakers, tussenpersonen of zelfs medebewoners. Vrouwen die hun verhaal doen, worden zelden geloofd of beschermd. Vaak verlaten ze het kamp zonder alternatief, wat hen nog kwetsbaarder maakt.

Hulpverlening is gefragmenteerd en zelden afgestemd op vrouwenrechten. Voorlichting, juridische steun of veilige opvangplekken zijn beperkt beschikbaar, als ze er al zijn. Zelfs in de schijnveiligheid van een kamp staan vrouwen er vaak alleen voor.

Vergeten vrouwen

Sinds Turkije zich in 2021 terugtrok uit de Istanbul Conventie, is de positie van vrouwen verder verzwakt. Het enige verdrag dat hen expliciet moest beschermen tegen geweld werd verlaten. Voor Syrische vluchtelingenvrouwen betekende dat nóg minder bescherming, nóg meer stilzwijgen.

De opvangsystemen, deels gefinancierd door Europa, draaien op cijfers. Ze tellen hoeveel mensen een kamp binnenkomen, hoeveel pakketten worden uitgedeeld, hoeveel tenten worden opgezet. Maar ze tellen niet het meisje dat wordt weggegeven als bruid. Niet de vrouw die in stilte wordt mishandeld door de man die ook haar enige toegang tot voedsel en onderdak is. Niet de moeder die haar gezin draaiende houdt met zwart werk, zonder status, zonder zekerheid.

Wat op papier bescherming heet, is in praktijk verlating. In de schaduw van beleid en bureaucratie voltrekt zich een stille humanitaire ramp. Geen natuurramp, geen oorlog, maar een structurele, langdurige ontkenning van vrouwenrechten.

Vrouwen worden niet erkend als slachtoffers, niet gezien als arbeiders en niet beschermd als moeders.

Ze bestaan. Maar ook voor hen blijven de vlaggen opgerold. De universiteiten zwijgen, de studenten kijken weg en activistische docenten hebben hun aandacht elders. Hun naam valt pas weer als het politiek uitkomt bij populisten die het leed gebruiken als argument, maar niets doen aan de oorzaak.

Hun bestaan past niet in het verhaal.
Dus blijft het stil en zijn ze letterlijk vergeten vrouwen.

Dit artikel is mede gebaseerd op onderzoek uit mijn scriptie voor mijn MA Middle Eastern Studies (Universiteit Leiden), waarin ik o.a. de positie van Syrische vluchtelingenmeisjes in Turkije onderzocht.

Dit artikel maakt deel uit van de serieVergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Vrouwen als handelswaar | bronnen

Vergeten vrouwen

Verkocht, verkracht, vergeten

Op 3 augustus 2014 viel Islamitische Staat de stad Sinjar binnen, in het noorden van Irak. Tienduizenden Yezidi’s, een kleine religieuze minderheid met wortels die teruggaan tot voor de islam, sloegen op de vlucht en trokken het omliggende gebergte in – een onherbergzaam gebied zonder voedsel, water of beschutting. Velen zouden die dagen in de bergen niet overleven. De aanval markeerde het begin van een geplande campagne van geweld: mannen en jongens werden geëxecuteerd, vrouwen en meisjes ontvoerd, opgesloten en verkocht. Wat volgde, werd later door de Verenigde Naties erkend als genocide, maar door de rest van de wereld grotendeels genegeerd.

Slavernij als systeem

IS rechtvaardigde haar daden met religieuze taal. Onder het kalifaat werd slavernij niet alleen toegestaan, maar officieel georganiseerd. Vrouwen en meisjes uit de Yezidi-gemeenschap, sommigen nog maar kleine kinderen, werden tot eigendom verklaard en als ‘sabiya’ verhandeld op markten in steden als Mosul en Raqqa. Ze werden verkocht, geruild of cadeau gedaan aan strijders, met een prijskaartje en een stempel van religieuze goedkeuring. Verkrachting werd niet verboden, maar gereguleerd. Er waren regels: bidden voor de daad en naleving van eigendomsrechten. Wat voor de buitenwereld onvoorstelbaar was, werd voor IS dagelijkse praktijk. De ontmenselijking was systematisch. Families werden gescheiden, vrouwen keer op keer misbruikt. Het geweld was geen incident, maar beleid.

De rol van vrouwen binnen IS

Ook vrouwen speelden een actieve en vaak wrede rol in het systeem van onderdrukking en geweld. In brigades zoals de Al-Khansaa Brigade, opgericht door IS in 2014, voerden vrouwelijke leden actief de shariawetten uit en bewaakten ze niet alleen de moraal van vrouwen in het kalifaat, maar ook die van vrouwelijke gevangenen. Ze straften vrouwen die ‘ongepast’ gekleed waren en gebruikten zwepen, elektrische kabels en stokslagen tegen zowel volwassen vrouwen als kinderen. Sommigen gaven leiding aan gevangenkampen waar Yezidi-vrouwen werden vastgehouden en speelden een directe rol in hun verkoop of doorverkoop.

Getuigenissen van overlevenden, onder meer verzameld door mensenrechtenorganisaties zoals Yazda en Amnesty, beschrijven hoe IS-vrouwen niet alleen gewelddadig waren, maar ook vernederend, sadistisch en ideologisch fanatiek. Er zijn verslagen van vrouwelijke IS-leden die kinderen mishandelden, moeders uithongerden of persoonlijk betrokken waren bij marteling.

In rechtszaken die na de val van het kalifaat volgden, werden verschillende van deze vrouwen aangeklaagd wegens medeplichtigheid aan slavernij, mishandeling en marteling. In 2024 begon in Zweden een rechtszaak tegen een vrouw die verdacht wordt van betrokkenheid bij de marteling van Yezidi-gevangenen. De wreedheid binnen IS was niet voorbehouden aan mannen, ook vrouwen droegen het met overtuiging uit.

Welkom thuis?

Voor wie wist te ontsnappen, wachtte niet per se veiligheid. Veel vrouwen keerden terug naar verwoeste dorpen of naar vluchtelingenkampen. Hun huizen waren geplunderd of afgebrand, hun dorpsgenoten dood of gevlucht. Families waren uiteengereten, gemeenschappen onherstelbaar beschadigd.

Velen kwamen terug met trauma’s die nauwelijks onder woorden te brengen zijn: angstaanvallen, wantrouwen, schaamte, stilte. En dan was er nog het stigma. Vrouwen die een kind hadden gekregen van een IS-strijder werden niet zelden gezien als ‘besmet’. In sommige dorpen kregen ze te horen dat hun kinderen niet welkom’ waren. Anderen werden onder druk gezet hun kind af te staan of werden volledig buitengesloten.

Een Yezidi-vrouw in een Duits opvangcentrum vertelde aan een hulpverlener: “Ze vroegen me wie de vader was. Toen ik antwoordde, draaiden ze zich om en lieten me alleen.” In sommige gevallen werd de keuze onmenselijk simpel voorgesteld: je mag terugkeren, maar dan zonder je kind. Voor veel vrouwen betekende ’terugkeren’ dus geen herstel, maar opnieuw verlies. Van hun kind, hun thuis, hun gemeenschap.

Een leven tussen ruïnes

Tot op de dag van vandaag verblijven tienduizenden Yezidi’s in kampen in Koerdistan. De omstandigheden zijn er slecht, perspectief is schaars. Veel kampen bestaan al bijna tien jaar en werden ooit opgezet als tijdelijke noodvoorziening. Wat tijdelijk begon, is voor velen permanent geworden. Gezinnen wonen in tenten of containers, vaak zonder verwarming in de winter of verkoeling in de zomer. Stromend water en elektriciteit zijn instabiel. De meesten zijn werkloos, afhankelijk van humanitaire hulp.

Psychologische zorg is amper beschikbaar. Overlevenden kampen met depressie, posttraumatische stressstoornis en gevoelens van schuld en schaamte – vaak zonder dat daar therapie of begeleiding tegenover staat. Ook kinderen, geboren in gevangenschap of opgegroeid in de kampen, dragen de littekens van geweld dat zij nauwelijks begrijpen.

Onderwijs is gebrekkig of afwezig. Jongeren verliezen jaren van hun leven zonder school of perspectief. Meisjes worden op jonge leeftijd uitgehuwelijkt uit angst voor hun toekomst. Jongens raken hun gevoel van richting kwijt. De kampen zijn geen opvangplaatsen meer, maar een wachtruimte zonder einde.

Duitsland en enkele andere landen boden een beperkt aantal vrouwen en kinderen opvang, waaronder via het zogenaamde ‘Special Quota Project’. Sommigen kregen daar therapie en konden een nieuw leven opbouwen. Maar voor de meesten blijft herstel een verre droom. Hulpverleners spreken van “trauma op trauma”: eerst het geweld, daarna de vergetelheid.

Wie spreekt voor de anderen?

Nadia Murad werd het gezicht van de overlevenden. Ze werd op 19-jarige leeftijd ontvoerd door IS, samen met duizenden anderen uit haar dorp Kocho. Ze werd meerdere keren doorverkocht en verkracht voordat ze wist te ontsnappen.

Ze werd in Mosul gevangen gehouden, maar wist zich met hulp van een islamitische familie te vermommen en te vluchten. Die familie gaf haar onderdak, voorzag haar van een vals identiteitsbewijs en hielp haar in veiligheid te komen in Koerdisch gebied. In plaats van te zwijgen, besloot ze te getuigen.

Ze schreef haar memoires, sprak in de VN-Veiligheidsraad en werd in 2018 bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede. Dankzij haar kreeg de wereld een glimp van wat er werkelijk gebeurde. Haar moed gaf andere overlevenden hoop en bood erkenning aan een vergeten tragedie.

Maar voor elke Nadia zijn er duizenden vrouwen die nooit hun verhaal vertelden. Vrouwen die het zwijgen verkozen boven schaamte of verstoting. Vrouwen die in stilte verder leven, soms zonder familie, zonder hulp, zonder thuis. Niet omdat hun verhaal minder schrijnend is, maar omdat er niemand was om het te horen, of om het op te schrijven.

Gerechtigheid laat op zich wachten

De Verenigde Naties concludeerden in 2021 dat er overtuigend bewijs is dat de misdaden van IS tegen de Yezidi’s genocide vormen. Die erkenning kwam laat, en concrete gevolgen bleven grotendeels uit. Er lopen rechtszaken, ook tegen Europese IS-gangers en bedrijven die met IS samenwerkten, maar het aantal veroordelingen blijft beperkt.

Een van de weinige voorbeelden van vervolging is de zaak in Nederland, waar Hasna A. op 11 december 2024 werd veroordeeld tot tien jaar cel. Ze hield in Syrië een Yezidi-vrouw als slaaf en werd schuldig bevonden aan deelname aan IS, slavernij en het in gevaar brengen van haar minderjarige zoon. Het was de eerste keer dat een Nederlandse rechtbank een IS-aanhanger veroordeelde voor misdaden tegen de Yezidi-gemeenschap.

In Duitsland werd in 2021 voor het eerst een man veroordeeld voor genocide op de Yezidi’s, nadat hij een vijfjarig meisje had laten sterven van dorst. Zulke uitspraken zijn uitzonderlijk, niet de regel.

Veel overlevenden voelen zich genegeerd door internationale tribunalen. Ze wachten op gerechtigheid, niet alleen symbolisch, maar concreet: berechting van daders, compensatie voor slachtoffers en erkenning van hun lijden. Zolang dat uitblijft, blijft de indruk bestaan dat hun levens minder waard zijn dan die van andere slachtoffers van oorlog en terreur.

De prijs van zwijgen

Opvallend is de stilte van veel mensen die zich profileren als verdedigers van mensenrechten en vrouwenrechten. Waar universiteiten worden bezet, vlaggen worden gehesen en krantenkolommen volgeschreven worden over Gaza, blijft het rond de Yezidi-genocide al jaren ijzig stil. Geen spandoeken. Geen protestmarsen. Geen opiniestukken. De selectieve verontwaardiging is pijnlijk zichtbaar. Wie bepaalt welk lijden telt? En wie blijft onzichtbaar, omdat hun verhaal niet in het juiste geopolitieke frame past?

De stilte ná het geweld is dodelijker dan het geweld zelf. Zolang deze vrouwen niet worden erkend, herdacht en ondersteund, blijft de misdaad voortbestaan. Zonder herinnering is er geen herstel. En zolang het collectief geheugen hen vergeet, blijven deze vrouwen niet alleen slachtoffers van wat hen is aangedaan – maar ook van wat wij weigeren te zien.

In de woorden van een overlevende: “Ik wil niet dat mijn dochters mijn verleden erven. Maar ik wil wel dat de wereld het onthoudt.”

Dit artikel maakt deel uit van de serieVergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Verkocht, verkracht, vergeten | bronnen

Vergeten vrouwen

Zomerbruiden

“Sommige meisjes zijn zestig keer getrouwd vóór hun achttiende.”
– Max Fisher, The Washington Post

De wet verbiedt kindhuwelijken, maar is een papieren tijger in een samenleving waar armoede allesbepalend is. Het is geen strijd, het is overgave.

Elke zomer worden er talloze tijdelijke verbintenissen gesloten tussen buitenlandse mannen en (piep)jonge Egyptische meisjes, soms nog geen twaalf jaar of jonger. De prijs bij het eerste huwelijk, als ze nog jong en maagd zijn? Misschien zo’n $7.500, daarna daalt de waarde van het meisje snel.

De wereld neemt niet eens de moeite om weg te kijken, want de wereld weet amper dat het bestaat.

Wat zijn zomerbruiden?

Een zomerbruid is een tijdelijke echtgenote. Het zijn religieuze, niet-geregistreerde huwelijken: wettelijk waardeloos, religieus gelegitimeerd. Deze “Sunni marriages” legitimeren seksueel contact volgens religieuze normen, maar laten het meisje zonder rechten achter.

Het huwelijk begint wanneer een man, meestal een toerist uit de Golfregio, een dure “bruidsschat” betaalt aan de familie van het meisje in ruil voor het trouwen met haar voor een bepaalde periode. Dit kan variëren van dagen tot maanden, afhankelijk van wat de man wil. Als het huwelijk alleen voor de zomermaanden is, wordt het een zomerhuwelijk genoemd.

In ruraal Egypte wordt dit systeem breed geaccepteerd als sociale overlevingsstrategie. De meisjes zelf? Die krijgen uitbuiting, een levenslang trauma en schaamte. En als ze geluk hebben, krijgen ze geen kind.

En voor de man is het eenvoudig: vakantie, seks, geen verplichtingen. En zijn vrouw, kinderen en personeel? Die zitten op hem te wachten in een vijfsterrenhotel of het huis dat is gehuurd voor de zomermaanden.

Waarom gebeurt dit?

De oorzaken zijn meervoudig: armoede, ongelijkheid, patriarchale normen en religieuze rechtvaardiging vormen samen een giftig mengsel. Voor veel families is een dochter een economische last die kan worden verzilverd.

Soms fungeert zij letterlijk als hefboom: het geld dat haar tijdelijke huwelijk oplevert, wordt gebruikt om een betere match te regelen voor haar broer. Een duurdere bruidsschat, een groter huis. Zo wordt de eer van de familie hersteld via het lichaam van het minst gewaardeerde lid. Het is patriarchale economie in zijn zuiverste vorm.

Culturele normen versterken het probleem. Seks buiten het huwelijk is verboden, maar een huwelijk kan alles legitimeren, zelfs als het maar twee uur of twee dagen of twee weken duurt. Een meisje dat niet op tijd wordt uitgehuwelijkt, loopt volgens haar omgeving risico haar eer te verliezen.

Religieuze leiders spelen hier soms actief in mee. Sommige geestelijken helpen bij het opstellen van contracten of zegenen het huwelijk in, zonder vragen te stellen. In sommige dorpen liggen standaardcontracten kant-en-klaar in de boekhandel.

De buitenwijken van Caïro zijn ongelooflijk arm. Een kwart van de inwoners moet rondkomen van minder dan twee dollar per dag. Dit speelt sekstoeristen in de kaart. De prijs voor een meisje is afhankelijk van haar uiterlijk, leeftijd, duur van het huwelijk en of ze al dan niet maagd is.

Deal?

Er zijn zelfs pakketdeals. Er wordt precies omschreven wat er met een meisje gedaan mag worden, hoe vaak ze te eten krijgt, of ze de hotelkamer of het appartement mag verlaten. Of ze kleding krijgt – die vaak bij thuiskomst wordt afgepakt en verkocht. Of ze bezoek van haar familie mag ontvangen.

De bruidegom kan een zuiver geweten behouden, aangezien buitenechtelijke seks in de islam verboden is. Hij loopt ook geen enkel risico op een strafrechtelijke vervolging als gevolg van het huwelijkscontract. Als hij klaar is met het meisje, wordt het contract verscheurd en gaat zij terug naar haar familie. Zijn echte naam? Weten ze vaak niet eens, de enige kopie van het contract is van de man en die verdwijnt net zo snel als dat zijn vliegtuig naar huis op kan stijgen.

Wie profiteert?

Het systeem draait als een goed geoliede machine, maar deze zomerhuwelijken zijn in feite mensen- en sekshandel. De praktijk piekt zoals gezegd in de zomer. In een land waar meer dan een kwart van de bevolking onder de armoedegrens leeft, zijn er hele dorpen waar arme gezinnen hun dochters gewoon verkopen om zichzelf te voeden.

Families ontvangen een directe betaling. Makelaars innen commissies die soms hoger zijn dan het bedrag dat de families ontvangen. De Egyptische staat krijgt toeristen en economische activiteit. En de banken profiteren van het beschermingsgeld dat buitenlandse mannen moeten storten wanneer er een leeftijdsverschil van 25 jaar of meer is.

Die 50.000 pond (zo’n 1.500 euro) zou het meisje moeten beschermen. In werkelijkheid komt het geld zelden bij haar terecht. En zelfs als dat zo zou zijn: welk bedrag maakt goed dat je als veertienjarige wordt verkocht aan een man van zestig?

Wat zijn de gevolgen?

De meisjes raken getraumatiseerd, gestigmatiseerd, verstoten. Sommigen worden meerdere keren uitgehuwelijkt. Meisjes trouwen acht keer voor hun achttiende verjaardag, of twintig keer, of … vul zelf maar in.

Ze zijn niet wettelijk getrouwd en dus is er geen scheiding, geen alimentatie, geen bescherming. Na afloop zijn ze ‘gebruikte waar’, vaak niet meer huwbaar binnen hun gemeenschap, want immers geen maagd meer.

Het zijn geen vrouwen, het zijn meisjes. Minderjarig, soms nog voor hun pubertijd. En bij hun eerste huwelijk leveren ze geld op, omdat ze nog maagd zijn. Hoe vaker ze trouwen, hoe minder waard ze worden. Elke herhaling verlaagt hun marktwaarde. Hun lichaam is handelswaar met een houdbaarheidsdatum, waar een hele familie van meeprofiteert.

Kinderen zonder naam

Veel van deze huwelijken worden religieus ingezegend, maar niet civiel geregistreerd. De kinderen die eruit voortkomen bestaan juridisch niet. Zonder geboorteakte is er geen toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, paspoort of bankrekening.

In sommige gevallen worden deze kinderen ondergebracht bij familieleden, bijvoorbeeld een oudere zus die hen als haar eigen kind registreert. Maar de meesten verdwijnen uit het systeem. Er zijn zeer weinig gegevens over straatkinderen in Egypte, hun kenmerken en de ernst van de problemen waarmee ze worden geconfronteerd.

De problemen die ze levenslang hebben, zijn echter enorm. De kinderen geboren uit ongeregistreerde, tijdelijke huwelijken hebben geen naam, geen rechten, geen bescherming.

Vergeten vrouwen

Egypte kent wetten tegen kindhuwelijken en mensenhandel. Maar handhaving is zeldzaam en vervolging vrijwel afwezig. Huwelijken onder de achttien mogen niet worden geregistreerd, worden niet strafbaar gesteld. Het systeem draait op grijze zones, religieuze legitimatie en economische noodzaak. De overheid schermt haar toeristische imago af, maar sluit tegelijk de ogen voor de slachtoffers. Kinderrechtenactivisten worden tegengewerkt.

En in de rest van de wereld? Geen protestmarsen. Geen hashtags. Geen internationale campagnes. Deze meisjes zijn geen prioriteit voor VN-commissies, ze schrijven af en toe een rapport dat in een la verdwijnt en kijken over vijf jaar nog een keer naar de stand van zaken.

Feministische opiniemakers of talkshows? Die zijn even te druk bezig met hun gasten die keer op keer benadrukken dat ze mensenrechten en internationaal recht écht heel belangrijk vinden – in Gaza, dan. De rest van de wereld mag gewoon verder creperen.

En de zomerbruiden zelf? Hun stem verdwijnt onder een sluier van schaamte, religie en economische belangen. Ze zijn kinderen in een jurk. Gekocht, gebruikt, vergeten.

Zomerbruiden zijn geen uitzondering, maar systeemslachtoffers. En zolang de wereld zwijgt, blijft hun stem verloren.

Zomerbruiden zijn geen randgevallen, maar routine. Hun leven is koopwaar, hun lichaam is een seizoensartikel. Verkocht, gebruikt, vergeten.

Dit artikel maakt deel uit van de serie Vergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Zomerbruiden in Egypte | bronnen

Vergeten vrouwen

Van frontlijn naar voetnoot

In de hoogtijdagen van de strijd tegen IS kregen de YPJ (Vrouwenbeschermingseenheden) wereldwijde aandacht. Jonge Koerdische vrouwen in camouflagekleding, lang haar en vastberaden blikken werden door Westerse media verheerlijkt als ‘Koerdische amazones’. Niet alleen de westerse pers, maar ook volledige fotoreportages legden hun training, missie en idealen vast.

Iconen van verzet

Hun motivatie: niet alleen vechten tegen IS, maar ook tegen patriarchale structuren in hun eigen gemeenschappen. Onder invloed van de ideologieën van Abdullah Öcalan was zelfbeschikking en gendergelijkheid een wezenlijk onderdeel van hun gevechtsrol. Soldates kregen les in vrouwenrechten en werden aangemoedigd daarover na te denken en ervoor op te komen. Volgens de vrouwen zelf probeerden ze de samenleving te veranderen door het islamitische denken en de heersende tradities binnen hun gemeenschap te confronteren, desnoods met een wapen in hun hand.

De YPJ speelde daarnaast een cruciale rol bij het redden van duizenden Yezidi’s die in augustus 2014 vastzaten op de berg Sinjar in Noord-Irak, hun leefgebied. Yezidi’s zijn een etnisch-religieuze minderheid met een eeuwenoude, eigen geloofstraditie en ze waren omsingeld door IS-strijders. Die missie werd wereldwijd erkend als een van de meest heroïsche reddingsoperaties van het conflict met IS.

Van frontlinie naar vergetelheid

De YPJ‑strijders stonden letterlijk aan het front van de strijd tegen Islamitische Staat. Ze bevrijdden steden als Kobani, Manbij en Raqqa van jihadistische bezetting, vaak huis voor huis, straat voor straat. De vrouwen vochten niet alleen tegen een gewelddadige vijand, maar ook voor een radicaal ander maatschappelijk model, waarin vrouwenrechten, democratie en seculier bestuur centraal stonden. Zij waren de schokgolf die de frontlinie doorbrak en daarmee ook het stereotype van de onderdrukte vrouw in het Midden-Oosten.

Maar toen IS eenmaal militair verslagen was, draaide de wereld zich om. Turkije zag in deze vrouwen geen bevrijders, maar ’terroristen’, vanwege de ideologische en organisatorische verwantschap met de PKK. Onder toeziend oog van de internationale coalitie, inclusief de VS en EU, begon een nieuwe campagne, dit keer gericht tégen hun voormalige bondgenoten. Turkse drones en gevechtsvliegtuigen vielen posities van de YPJ aan. Commandanten werden geliquideerd. Sommigen stierven in gerichte aanvallen, anderen verdwenen in gevangenissen of werden gedwongen te vluchten.

Een van de bekendste slachtoffers was Anna Campbell, een Britse YPJ‑strijdster uit Lewes, Engeland. Ze sloot zich aan bij de YPJ om te vechten tegen IS én om deel te zijn van de feministische revolutie in Rojava. Op 15 maart 2018 kwam ze om het leven bij een Turkse luchtaanval in Afrin. Haar lichaam kon niet worden gerepatrieerd, omdat Turkije en Turkse milities de toegang tot het gebied blokkeerden. De Britse regering sprak haar dood nauwelijks tegen en ondernam geen poging om haar lichaam terug te halen.

De NAVO keek eveneens de andere kant op. Strategische belangen – een fragiele relatie met Ankara, militaire bases in Turkije, grensbewaking – wogen zwaarder dan solidariteit met de vrouwen die meevochten tegen het kalifaat. Wat resteerde, waren vluchtelingenkampen als Ain Issa en al-Hol: broedplaatsen van wanhoop, zonder juridische status of internationale bescherming.

Daar bevinden zich ook veel vrouwen en kinderen, de IS-bruiden, van wie de herkomstlanden vaak weigeren hen terug te nemen. Hierdoor leven ze jarenlang in een juridisch vacuüm, onder erbarmelijke omstandigheden, met hun kinderen. Voor YPJ-vrouwen betekent dit dat ze hun kamp moeten delen met de ideologische erfgenamen van de vijand die zij bevochten, een wrang symbool van hoe onverschillig de wereld is geworden voor hun offers.

Daar eindigde de revolutie voor vrouwen in de frontlinie tegen IS. Niet met een nederlaag, maar met desinteresse.

Leven na de strijd

Veel vrouwen leven in kampen of de diaspora. Ze zijn stateloos, ontheemd, rechteloos. Sommigen die voor Europa kiezen, ondervinden moeilijkheden bij erkenning van bloedbanden, trauma’s en mentale begeleiding. Traumaverwerking en reïntegratie zijn voor het grootste deel afwezig.

Een voorbeeld hiervan is een Koerdische vrouw uit Deir ez-Zor, geciteerd door Human Rights Watch in hun rapport van maart 2021. Zij belandde na de val van IS in een detentiecentrum in Noordoost-Syrië. In het kamp heeft ze geen toegang tot juridische bijstand of medische zorg en ze vreest zowel voor represailles van pro-Turkse milities als voor wraak van IS-aanhangers in hetzelfde kamp. “Ik vocht tegen IS, maar nu zit ik opgesloten met hun vrouwen,” zegt ze in het rapport. Haar status als voormalige strijdster maakt haar tot een doelwit én tot een vergeten pion in een geopolitiek schaakspel.

Een ander voorbeeld is Rohilat Afrin. In een interview met het Rojava Information Center beschrijft zij hoe de terugtrekking van buitenlandse troepen, aanhoudende Turkse aanvallen en de onverschilligheid van de internationale gemeenschap hebben geleid tot isolement en onveiligheid voor vrouwelijke strijders. Hoewel ze haar regio niet verliet, spreekt ze over het verlies van bescherming, idealen en publieke erkenning. Haar verhaal belichaamt het bredere lot van YPJ-leiders die ooit symbool stonden voor bevrijding, maar nu vooral vechten tegen vergetelheid.

Tijdelijk nieuws, permanent vergeten

De YPJ‑vrouwen waren niet alleen symbolen of narratieve inzet. Ze stonden aan het front van de strijd tegen een van de meest gewelddadige en vrouwenhatende bewegingen van deze eeuw, IS. Ze riskeerden hun leven, werden internationale iconen en vormden de ruggengraat van een democratisch project dat vrouwenrechten en gelijkheid centraal stelden in een regio die daar zelden ruimte voor biedt.

Toch werden ze, zodra de strategische belangen verschoven, ingeruild voor stilte. Hun inzet werd tijdelijk nieuws, hun idealen gereduceerd tot diplomatiek ongemak. Terwijl Turkije hen bombardeerde, zwegen NAVO‑partners. Terwijl zij opgesloten werden in kampen, liepen IS-bruiden vrij rond of werden voorzichtig teruggehaald. Terwijl zij vechten om te overleven – vergeten, zonder staat, zonder erkenning – beweegt de wereld verder alsof hun strijd nooit plaatsvond.

Hun strijd tegen IS was in de frontlinie. Hun bestaan nu minder dan een voetnoot.

Van frontlijn naar voetnoot | bronnen

Vergeten vrouwen

Tussen sharia en stilte

In Idlib regeren jihadisten. In de kampen is het overleven. Syrische vrouwen worden onderdrukt, uitgebuit en gescheiden van de wereld – en van zichzelf.

Wie onzichtbaar is, verdwijnt ook van de radar van hulp, beleid en pers. In het noorden van Syrië, in Idlib, bepaalt een streng-islamitische groep wat vrouwen wel en niet mogen. En dat is vooral: weinig. Amper werk, scholing of vrijheid.

Een sluier van macht

De groep Hay’at Tahrir al-Sham (HTS) heeft sinds 2017 de macht in handen. Ze zeggen dat ze ‘orde’ brengen, maar regeren met religieuze dwang. In Idlib hebben ze een meedogenloos beleid ingevoerd ten aanzien van vrouwen: strikte kledingvoorschriften, beperkte bewegingsvrijheid en uitsluiting uit het openbare leven. Wie zich verzet, loopt gevaar. Zelfs hulporganisaties worden tegengewerkt als ze iets met vrouwenrechten doen. Wie protesteert, loopt risico.

HTS heeft een moraalpolitie die vrouwen op straat aanspreekt of oppakt. Vrouwen die zich uitspreken, worden beschuldigd van het verspreiden van onrust. Activisten verdwijnen uit beeld. Niet alleen omdat ze moeten zwijgen, maar omdat het te gevaarlijk is om zichtbaar te zijn.

Tegelijk proberen Europese diplomaten HTS salonfähig te maken. In mei ontving Frankrijk de nieuwe politieke leider van het HTS-gedomineerde ‘Syrische Nationale Leger’ voor een officieel bezoek – de eerste keer dat een Europese staat de deur openzet voor deze zogenaamd ‘gematigde’ jihadisten. En volgens Reuters werkt HTS actief aan hun herpositionering, waarbij ze islamitische wetgeving combineren met het politienetwerk van het oude Assad-regime.

Kort gezegd: de verklaring bevestigt dat islamitische wetgeving de basis blijft van het rechtssysteem. Vrouwenrechten en individuele vrijheden worden weliswaar op papier erkend, maar alleen binnen de grenzen van diezelfde ideologische kaders. Terwijl Ghalia Rahhal ondergedoken lesgeeft aan vrouwen zonder stem, wordt haar onderdrukker onthaald als gesprekspartner.

Verzet achter gesloten deuren

HTS is voortgekomen uit jihadistische fracties die zich losmaakten van de bredere opstand tegen Assad. Volgens Ghalia Rahhal was de druk op hulpgroepen politiek gemotiveerd. Imams predikten tegen vrouwenorganisaties en beschuldigden hen van corruptie. Mensen werden gewaarschuwd uit de buurt te blijven. Vrouwen kregen waarschuwingen of werden opgeroepen voor verhoor.

Rahhal verloor haar zoon, overleefde een moordaanslag en werd meermaals bedreigd. Toch bleef ze vrouwen trainen. Over leiderschap. Over jezelf durven uitspreken. Over iets doen, hoe klein ook. Ze gaf les achter gesloten deuren, met niets anders dan woorden en moed.

Een collega vertelde hoe HTS haar ooit opriep. Niet voor overleg, maar om duidelijk te maken welke onderwerpen verboden waren: kindhuwelijken, echtscheiding en alles wat met gelijkheid te maken had.

Kampen zonder veiligheid

In de vluchtelingenkampen rondom Idlib is het nauwelijks beter. Vrouwen die hun huis ontvluchtten, kwamen terecht op plekken zonder veiligheid. De kampen zijn overvol. Er is geen privacy, geen verlichting, geen bescherming.

Sommige vrouwen ruilen seks voor voedsel of onderdak. Geen keuze, maar noodzaak. Een vrouw vertelde hoe ze haar lichaam gaf in ruil voor brood. Niet uit vrije wil, maar omdat ze geen andere optie had. Hulp bij trauma? Nauwelijks. Veiligheid? Ook niet. Wie iets meemaakt, zwijgt.

De omstandigheden zijn slecht. Donkere paden, gedeelde wc’s zonder slot, geen toezicht. Vrouwen worden lastiggevallen, verkracht, mishandeld of gedwongen tot prostitutie. Klagen helpt zelden, zeg maar gerust: nooit. Vaak gelooft niemand hen, omdat de daders soms hulpverleners of kampbewoners zijn. Degenen die bescherming zouden moeten bieden, grijpen hun kans in de schaduwen van de tenten.

Een meisje van twaalf in ruil voor een huis

In kampen langs de Turkse grens komt daar nog iets bij: kindhuwelijken. Families zonder geld huwelijken hun dochters uit aan oudere mannen. Soms Turken, soms andere Syriërs. In ruil krijgen ze geld of een woning. Meisjes van twaalf of dertien verdwijnen zo in religieuze huwelijken – vaak zonder enige vorm van registratie.

Een onderzoek van ECPAT en berichtgeving in The Independent tonen aan dat deze praktijken tijdens de coronapandemie toenamen, maar ook nu nog plaatsvinden. Vaak gaat het om onofficiële nikah-huwelijken, waarbij meisjes geen enkele juridische bescherming hebben. Soms worden ze ‘tweede vrouw’, soms leven ze als dienstmeisje onder het mom van huwelijk. Seksuele uitbuiting en arbeid gaan hand in hand.

Voor de buitenwereld lijken ze niet te bestaan. Geen naam, geen papieren, geen rechten. Maar ze leven in angst, afhankelijkheid en zonder toekomst.

Als niemand luistert

Journalisten mogen het gebied niet in. Hulporganisaties hebben slechts beperkt toegang, mede door veiligheidsoverwegingen, restricties vanuit HTS en een gebrek aan internationale druk. Volgens onder andere Human Rights Watch en het Syria INGO Regional Forum zijn veel hulpverleners terughoudend om fysiek aanwezig te zijn in Idlib, juist vanwege de onvoorspelbaarheid van het lokale bestuur en het risico op gijzeling of beschuldiging van spionage. En beleidsmakers kijken weg. Want Idlib – en de rest van Syrië – is ingewikkeld. Geen olie. Geen bondgenoten. Geen headlines. En dus: geen actie.

HTS presenteert zich als een functionerende overheid, met raad en rechtbank. Maar vrouwen hebben geen stem. Ze mogen niet stemmen en amper functies bekleden. Onderwijs is er nauwelijks – of alleen achterin lokalen, gescheiden van jongens en zonder lesinhoud die buiten de religieuze kaders valt. Volgens een rapport van Enab Baladi heeft de HTS-gelieerde “Salvation Government” muziek en tekenen volledig uit het lesprogramma geschrapt. Wie protesteerde, verloor zijn baan. Wat overblijft is onderwijs dat gehoorzaamt, niet bevraagt. Vrouwen zijn uit beeld, uit beleid, uit bescherming.

En de rest van Syrië?

Ook buiten Idlib is de situatie voor vrouwen nijpend. Sinds het uiteenvallen van het Assad-regime is het machtsvacuüm in verschillende gebieden gevuld door milities, lokale clanstructuren of buitenlandse invloed. In veel van deze zones gelden ad-hocregels, zonder bescherming of rechtszekerheid voor vrouwen. In voormalig door Assad gecontroleerde gebieden blijven arrestaties, intimidatie en seksueel geweld doorgaan – maar nu vaker in het geheim. Vrouwen worden ingezet als ruilmiddel in politieke onderhandelingen, onderworpen aan lokale wraakacties, of simpelweg genegeerd in de wederopbouw.

Sommige vrouwen kunnen werken of studeren, maar alleen zolang ze zich conformeren aan de ideologische of militaire machthebbers. Vrouwenrechten bestaan op papier, maar worden in de praktijk ondermijnd. In plaats van zichtbaarheid en veiligheid is er stilstand, angst en afhankelijkheid. Waar je ook kijkt in Syrië: de vrijheid van vrouwen is het eerste dat verdwijnt, en het laatste dat terugkomt.

Wat gebeurt er als vrouwen verdwijnen?

Wat gebeurt er als vrouwen verdwijnen? Ze verdwijnen uit beleid. Uit hulp. Uit aandacht. En uiteindelijk uit hoop.

Ghalia Rahhal is de uitzondering. Maar voor elke Ghalia zijn er duizenden anderen. Vrouwen die ooit een leven hadden, en nu alleen nog overleven. Hun verhalen bestaan. Maar niemand hoort ze.

Wil je dat dat verandert? Dan begint het hier: door te kijken. Door te luisteren. Door hun verhalen te delen. En niet weg te kijken.

Zolang deze vrouwen onzichtbaar blijven, gesluierd, genegeerd, buitengesloten, wint de vergetelheid het van hun stem. Niet omdat hun verhaal onbelangrijk is, maar omdat niemand het nog wíl horen. Intussen krijgt een knullig bootje naar Gaza dagenlang media-aandacht, staan opiniemakers in de rij voor verontwaardiging – en blijven de vlaggen voor Syrië in de kast. Geen columns. Geen protesten. Geen hashtags. Alsof deze vrouwen niet bestaan.

Dit artikel maakt deel uit van de serie Vergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. Eerder verschenen delen over Iran, Jemen en Afghanistan.

Bronnen

Vergeten vrouwen

Stem verboden

Tien jaar vrouwenonderdrukking in Afghanistan – en de vlaggen blijven opgevouwen in de kast

Tussen 2015 en 2021 boekten Afghaanse vrouwen voorzichtige vooruitgang. Ze kregen steeds vaker toegang tot onderwijs, werk en publieke functies. Maar sinds de Taliban in augustus 2021 opnieuw de macht grepen, is die ontwikkeling abrupt teruggedraaid. Wat begon met beperkingen op scholing en werk, groeide uit in een vrijwel totale uitsluiting uit het openbare leven. Zelfs hun stem mogen vrouwen niet meer laten horen.

Genderapartheid in uitvoering

Toen de Taliban in 2021 terugkeerden, beloofden ze gematigdheid. Die belofte bleek niets waard. Meisjes mochten niet meer naar school. Vrouwen werden ontslagen, mochten zich niet zonder mannelijke begeleider verplaatsen en moesten zich volledig bedekken. De regels werden niet alleen strenger, maar ook steeds symbolischer.

In augustus 2024 volgde een decreet dat vrouwen verbood om hun stem in het openbaar te laten horen. Zingen, praten, lachen, zelfs bidden – het werd allemaal verboden. De stem van een vrouw zou ’tot haar schaamte behoren’. Zelfs binnenshuis mochten vrouwen niet hoorbaar zijn voor de buitenwereld. Volgens de VN en mensenrechtenorganisaties is dit genderapartheid in zijn puurste vorm: structurele uitsluiting vanwege je geslacht.

Zwijgen als wet

De Taliban rechtvaardigen hun beleid met religieuze en culturele argumenten. De stem van een vrouw zou ‘awrah’ zijn – het deel van het lichaam dat bedekt moet blijven, en dat volgens de Taliban in feite toebehoort aan haar man. Geen optredens, geen interviews, geen radio of televisie. Zelfs een hardop uitgesproken gebed in de moskee is verboden. Volgens meerdere bronnen wordt zelfs lachen in het openbaar gezien als provocatie.

In een samenleving waar verhalen, liederen en mondelinge tradities een grote rol spelen, is het verbod op de vrouwenstem niet alleen onderdrukking, maar ook een aanval op identiteit.

Afzondering als norm

De gevolgen van deze stilte zijn desastreus. Vrouwen zijn verdwenen uit de publieke ruimte. Ze mogen niet werken in NGO’s, geen hoger onderwijs volgen, geen koffiezaak runnen, geen dokter of lerares zijn. Zelfs parken, badhuizen en bibliotheken zijn nu verboden terrein.

Vrouwen die zich verzetten worden opgepakt, mishandeld of verdwijnen. Amnesty International en Human Rights Watch rapporteren over willekeurige arrestaties, marteling en intimidatie. Sommige vrouwen filmen hun protest of schrijven anoniem blogs, maar de risico’s zijn enorm. Verschillende vrouwelijke activisten zijn spoorloos verdwenen sinds 2022.

Executies en doodstraffen

Sinds 2015 zijn meerdere vrouwen in Afghanistan geëxecuteerd op basis van vermeende morele of religieuze overtredingen. In sommige gevallen ging het om buitengerechtelijke executies, zoals stenigingen wegens overspel. In 2015 werd de jonge vrouw Rukhshana gestenigd door lokale Talibanstrijders, een gebeurtenis die wereldwijd verontwaardiging opriep, maar zonder structurele gevolgen.

Sinds de terugkeer van de Taliban in 2021 zijn er opnieuw meldingen van vrouwen die zonder eerlijk proces werden geëxecuteerd. Volgens The Advocates for Human Rights documenteerden mensenrechtenorganisaties tussen augustus 2021 en juni 2022 zeker vijf gevallen van vrouwen die vanwege vermeend overspel of het ontvluchten van huiselijk geweld ter dood werden gebracht. De processen waren geheim of afwezig, familieleden werden niet op de hoogte gesteld, en lichamen werden vaak begraven zonder identificatie of teruggave aan nabestaanden.

Gevangen, gestraft, misbruikt

Vrouwen die protesteren tegen de Taliban of worden beschuldigd van morele misdrijven, belanden vaak in gevangenissen waar mishandeling de norm is. Getuigenissen van vrouwen in detentie beschrijven hoe ze geslagen, bedreigd en in isolatie gehouden worden. Sommigen worden onderworpen aan elektrische schokken of gedwongen tot valse bekentenissen. In 2022 meldde Human Rights Watch dat vrouwelijke demonstranten in het geheim werden vastgehouden zonder enig contact met de buitenwereld.

In 2024 doken beelden op van een vrouw die in een Taliban-gevangenis werd verkracht en mishandeld. De video werd haar later opnieuw toegestuurd als dreigement. Het was het eerste directe bewijs van seksueel geweld als strafmiddel.

Publieke lijfstraffen

Minstens 200 vrouwen zijn sinds 2021 publiekelijk gegeseld vanwege ‘morele misdrijven’. Zonder proces, zonder advocaat. Hun misdaden? In het openbaar verschijnen zonder man, praten met een niet-verwant familielid, of simpelweg muziek luisteren. Deze straffen vinden plaats in het openbaar, als collectieve vernedering. Ze zijn bedoeld om vrouwen bang te maken en stil te houden.

Sahar (22), was ziek. Haar vader werkte in Iran en haar moeder maakte tapijten in een dorp in het westen van Afghanistan. Er was niemand om haar naar de kliniek te brengen waar twee van haar ooms werkten. Haar moeder belde haar neef om haar te rijden.

De Taliban stopten hun voertuig net voordat ze de kliniek bereikten en vroegen naar hun relatie. “Toen we zeiden dat we neef en nicht waren, maar niet getrouwd, werden ze agressief. Ze sloegen mijn neef, sloegen onze telefoons kapot en dwongen me om me te verstoppen op de vloer van de Taliban-truck terwijl ze me naar hun bureau reden”, zegt Sahar.

Ze zegt dat ze vervolgens naar een detentiecentrum is gebracht. “Ik was doodsbang, huilde en ik kon niet ademen. “Ik vertelde ze dat ik ziek was en vroeg om wat medicijnen. Toen sloegen en schopten ze me meerdere keren. Een van hen zei: ‘Als je je stem weer verheft, vermoorden we jou en je neef.’”

Sahar werd ondervraagd door een gesluierde vrouw.

“Ze vroeg wie mijn neef was; of ik maagd was; of we een relatie hadden. Ik zei nee. Ze waarschuwde me dat ik moest biechten en als ik niet gehoorzaamde, zou ik gemarteld worden.”

De volgende dag werden Sahar en haar neef voor een Taliban-rechtbank gebracht, waar ten onrechte moest beweren dat ze een relatie had met haar neef. Ondanks de aanwezigheid van familieleden die getuigden dat ze familie waren, weigerden de Taliban hun relatie als mahram en toegestaan te erkennen.

“Ze lieten me bekennen, in het bijzijn van mijn moeder, mijn ooms, dat ik iets verkeerd had gedaan. Ik wilde het niet zeggen. Maar ze sloegen me, bedreigden mijn neef. Ik was doodsbang”, zegt ze.

Sahar werd veroordeeld tot 30 zweepslagen en haar neef tot 70. “Ze gebruikten luidsprekers om onze straf aan te kondigen. Mijn kleine zusje was daar. Ze zei altijd dat ik haar rolmodel was. Ik zag haar huilen in de menigte. Dat brak me.”

Na thuiskomst werd Sahar gedwongen haar dorp te verlaten. “Nadat dit gebeurde, veranderde de kijk van mensen op ons volledig. Zelfs als 50 mensen de beschuldiging niet geloofden, deden 100 anderen dat wel. Dat dwong ons om ons huis te verlaten en naar de stad te verhuizen.”

De straf voor vrijheid

Vrouwen die huiselijk geweld ontvluchten, worden vaak zélf gestraft. Volgens de BBC worden vrouwen die aangifte doen van mishandeling of proberen te ontsnappen aan hun echtgenoot, regelmatig aangeklaagd wegens ‘morele misdrijven’.

In gevangenissen delen ze overvolle cellen, vaak met hun kinderen. Ondervoeding, intimidatie en seksueel misbruik komen regelmatig voor. De omstandigheden zijn onmenselijk: gebrek aan medische zorg, vernedering door bewakers en langdurige detentie zonder proces zijn geen uitzondering.

Verschillende vrouwen getuigden anoniem over mishandeling en verkrachting binnen de gevangenismuren, waarbij sommige kinderen bij de mishandeling van hun moeder aanwezig moesten zijn.

In documentaires als No Burqas Behind Bars en Love Crimes of Kabul wordt pijnlijk duidelijk hoe vrouwen worden opgesloten omdat ze vrijheid zoeken, terwijl hun daders vrij rondlopen.

Een wereld die wegkijkt

De internationale gemeenschap spreekt haar zorgen uit, maar doet weinig. De EU noemt de situatie een “stille noodsituatie”, maar echte druk blijft uit. Diplomatieke belangen, oorlogsmoeheid en andere crises maken dat Afghanistan langzaam van de radar verdwijnt. Zelfs als lokale organisaties worden verboden of gemarginaliseerd, en de hoofdkantoren in Europa of Amerika staan erbij en kijken ernaar.

Ironisch genoeg komt de meeste steun voor deze vrouwen niet uit progressieve kringen, maar uit kleine diaspora-netwerken. Grote internationale bewegingen blijven opvallend afwezig.

De prijs van stilte

Tien jaar na de eerste hoopvolle stappen is de situatie voor Afghaanse vrouwen schrijnender dan ooit. Hun stem is verboden, een symbolische en fysieke uitwissing. Afghanistan is een gevangenis voor de helft van zijn bevolking.

Zwijgen mag dan wet zijn onder de Taliban, de wereld kan zich die luxe niet veroorloven. Zeker niet wie zich in andere contexten luid uitspreekt voor vrouwenrechten, gelijkheid en inclusie. Het gemak waarmee Afghanistan wordt genegeerd, zegt minstens zoveel over ons als over hen.

En terwijl vrouwen in Afghanistan móéten zwijgen, blijft de rest van de wereld stil uit gemak. In talkshows en opiniestukken is de stilte oorverdovend. Het past niet in de juiste morele mal du jour.

Dit artikel maakt deel uit van de serieVergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Bronnen

Vergeten vrouwen

Als niemand je ziet

In het door oorlog verscheurde Jemen verdwijnen vrouwenrechten in stilte. Geen onderwijs, geen zorg, geen bescherming. Wel kindhuwelijken, honger en seksueel geweld.

Sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 2015 is Jemen veranderd in een lappendeken van strijdende milities, territoriale belangen en internationale inmenging. De staat is ingestort. In het machtsvacuüm dat volgde verdwenen vrouwenrechten niet met veel lawaai, maar geruisloos en systematisch. Vrouwen zijn als eersten hun vrijheid kwijt, als laatsten aan de beurt bij hulp en bescherming, en vrijwel onzichtbaar in internationale berichtgeving. Er wordt zelden voor hen geprotesteerd op universiteiten, nauwelijks over hen geschreven in columns, en al helemaal geen sit-in voor georganiseerd op een stationsplein.

Een oorlog zonder getuigen

Volgens cijfers van de Verenigde Naties zijn sinds 2015 naar schatting meer dan 377.000 mensen omgekomen door het conflict. Opvallend is dat ongeveer zestig procent van deze doden niet viel door direct geweld, maar door honger, ziekte en het wegvallen van gezondheidszorg.

Kinderen dragen de zwaarste last van deze vergeten oorlog. UNICEF rapporteerde meer dan 11.000 dode of verminkte kinderen sinds het begin van het conflict. Tegelijkertijd zijn ruim achttien miljoen mensen afhankelijk van humanitaire hulp, terwijl miljoenen anderen leven op de vlucht of in ontheemding. De omvang van het leed is immens en blijft grotendeels buiten beeld voor wie niet actief zoekt.

Reizen met toestemming, zwijgen over geweld

In door Houthi’s gecontroleerde gebieden mogen vrouwen niet reizen zonder toestemming van een mannelijke voogd. Zelfs voor medische zorg of onderwijs is goedkeuring van een vader, broer of echtgenoot vereist. In het zuiden, waar de Southern Transitional Council de macht uitoefent, worden vrouwen bij controleposten willekeurig tegengehouden en soms urenlang vastgehouden om vervolgens te worden teruggestuurd. Bewegingsvrijheid is ingeruild voor angst en willekeur.

In mei 2025 namen STC-troepen het opvanghuis van de Yemen Women’s Union in Aden in beslag, een van de laatste plekken waar vrouwen na huiselijk of seksueel geweld terechtkonden. Met de sluiting van dit soort voorzieningen verdwijnt niet alleen opvang, maar ook elke vorm van verantwoording. Daders blijven buiten schot. Wie zwijgt, overleeft, soms letterlijk.

Honger heeft een vrouwengezicht

Meer dan 83 procent van de bevolking leeft in armoede. Vrouwen en meisjes worden daarbij het hardst getroffen. Zij krijgen als laatsten toegang tot voedsel, medische hulp of opvang. In kustgebieden zoals Hodeidah lijdt een derde van de bevolking aan ernstige ondervoeding. Vooral zwangere vrouwen en jonge moeders zijn kwetsbaar. Naar schatting 1,4 miljoen van hen is ondervoed.

Vrouwen offeren zichzelf op. Bij schaarste eten zij het laatst of helemaal niet. In veel gezinnen krijgen mannen en jongens voorrang, terwijl vrouwen afwachten wat er overblijft. Vaak blijft er niets over. Ondervoeding tijdens de zwangerschap leidt tot een vicieuze cirkel. Baby’s worden te klein geboren, met een verhoogd risico op complicaties en sterfte, terwijl moeders chronisch verzwakt raken.

Kindhuwelijken en seksuele uitbuiting

In een wetteloos en verarmd land worden meisjes handelswaar. Families zien zich soms gedwongen hun dochters uit te huwelijken in ruil voor voedsel of geld. Ongeveer dertig procent van de meisjes trouwt voor haar achttiende, zeven procent zelfs vóór haar vijftiende.

Deze huwelijken worden vaak voorgesteld als bescherming, maar zijn in werkelijkheid overlevingsstrategieën die meisjes hun toekomst ontnemen. Seksueel geweld is wijdverbreid en blijft meestal onbesproken. Buitenlandse strijders en lokale milities maken zich schuldig aan verkrachting en mishandeling, terwijl slachtoffers nergens terechtkunnen. Meisjes worden niet alleen uitgehuwelijkt, maar soms ook letterlijk verkocht als bruid, als huishoudelijke hulp of als seksslaaf. Wie zich verzet, riskeert verstoting of geweld. Bescherming ontbreekt volledig.

Geen recht, geen bescherming

Een functionerend rechtssysteem bestaat nauwelijks. Vrouwen die aangifte willen doen van verkrachting of mishandeling worden vaak niet geloofd, of juist zelf beschuldigd van zedenschennis. Fysiek bewijs geldt vaak als enige erkenning van een misdrijf, en zelfs dan blijft vervolging meestal uit.

De schaamte en angst rond seksueel geweld zijn groot. Veel vrouwen zoeken geen hulp. Dat betekent geen voorlichting, geen anticonceptie, geen veilige bevalling en geen medische nazorg. Vrouwen sterven tijdens hun bevalling, krijgen geen hulp bij complicaties of abortussen en zijn afhankelijk van informele netwerken die zelf instabiel of conservatief zijn. In sommige regio’s wordt zelfs basiszorg geweigerd aan vrouwen zonder mannelijke begeleider.

Actief genegeerd

In Jemen worden vrouwen niet alleen vergeten, ze worden actief genegeerd. Terwijl strijdende partijen onderhandelen over wapens, havens en grondgebied, verliest een hele generatie vrouwen haar toekomst. Internationale hulporganisaties slaan alarm, maar de wereld kijkt weg. Hun verhalen halen het nieuws niet. Hun rechten zijn bijzaak.

Geen stem, geen gezicht, geen plaats aan tafel. Dat is de realiteit voor miljoenen vrouwen in Jemen. En als niemand hen ziet, wie zal er dan voor hen spreken?

Dit artikel maakt deel uit van de serieVergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Als niemand je ziet | b r o n n e n

Vergeten vrouwen

Zweepslagen en de galg

Mensenrechten blijken in de praktijk vaak afhankelijk van politieke agenda’s.

Terwijl de internationale gemeenschap zich regelmatig uitspreekt over vrouwenrechten, blijft het opvallend stil zodra het over Iran gaat. Rapporten van Amnesty International, Human Rights Watch en de VN-Mensenrechtenraad documenteren al jaren systematisch seksueel geweld, institutionele onderdrukking en straffeloosheid. De feiten liggen op tafel. Toch blijft brede, consequente internationale verontwaardiging uit. Mensenrechten blijken zelden universeel, maar vooral onderhandelbaar.

Wat vrouwenrechten in Iran betekenen

Vrouwen in Iran leven onder wetten en normen die hen structureel achterstellen. Zonder toestemming van een mannelijke voogd mogen zij vaak niet reizen of studeren. Hun getuigenis in de rechtbank weegt minder zwaar dan die van een man en volledige voogdij over kinderen is zelden mogelijk.

De verplichte hijab is slechts het meest zichtbare symbool van een veel bredere repressie. Wie zich verzet, riskeert intimidatie, arrestatie en mishandeling. Activisten worden veroordeeld tot lange gevangenisstraffen of onderworpen aan marteling. Nobelprijswinnares Narges Mohammadi zit vast in de Evin-gevangenis vanwege haar inzet tegen deze onderdrukking.

Seksueel geweld als wapen

Na de dood van Mahsa Amini in politiehechtenis in 2022 braken massale protesten uit onder de leus “Vrouw, Leven, Vrijheid”. De repressie die volgde was intens en systematisch. Volgens Amnesty International en de VN-Mensenrechtenraad werden honderden demonstranten slachtoffer van seksueel geweld, waaronder verkrachting, groepsverkrachting, verkrachting met objecten en gedwongen naaktheid.

Dit geweld werd niet alleen ingezet tegen vrouwen, maar ook tegen mannen en kinderen. Het doel was vernedering, straf en breken van verzet. Een VN-onderzoek uit maart 2024 concludeerde dat deze praktijken vallen onder misdaden tegen de menselijkheid. Toch bleef vervolging uit. De daders waren veelal leden van politie, Revolutionaire Garde en inlichtingendiensten. De slachtoffers zaten vast omdat zij vrijheid eisten.

De doodstraf als spiegel van ongelijkheid

Iran behoort tot de weinige landen waar vrouwen op grote schaal worden geëxecuteerd. In 2024 werden minstens 34 vrouwen ter dood gebracht, het hoogste aantal in zeventien jaar. Hoewel mannen numeriek vaker worden geëxecuteerd, neemt het aandeel vrouwen toe.

In veel gevallen gaat het om vrouwen die jarenlang slachtoffer waren van huiselijk of seksueel geweld. Velen werden veroordeeld voor de dood van een echtgenoot of familielid, vaak na jaren van mishandeling. De context van zelfverdediging of bescherming van kinderen weegt zelden mee. De rechtspositie van vrouwen is structureel ongelijk: hun getuigenis telt minder, hun leven heeft wettelijk een lagere waarde bij schadevergoeding en verzachtende omstandigheden worden nauwelijks erkend.

Vooral vrouwen uit etnische minderheden, zoals Koerden en Baluchi’s, lopen extra risico. Ook vrouwelijke politieke activisten worden steeds vaker ter dood veroordeeld. In 2024 kregen meerdere vrouwen de doodstraf opgelegd wegens ‘vijandschap tegen God’, een vaag geformuleerde aanklacht die structureel wordt ingezet tegen dissidenten. Het laat zien hoe repressie, religieus fundamentalisme en seksisme in Iran samenvallen.

De open brief uit Evin

De Evin-gevangenis in Teheran geldt als de beruchtste detentieplaats van Iran voor politieke gevangenen, journalisten, dissidenten en vrouwenrechtenactivisten. In rapporten wordt Evin herhaaldelijk genoemd als plek van marteling, psychologische mishandeling, eenzame opsluiting en seksueel geweld. Vrouwelijke gevangenen zijn er bijzonder kwetsbaar. Seksuele intimidatie, dreiging met verkrachting en vernederende fouilleringen maken deel uit van de dagelijkse realiteit.

In oktober 2024 publiceerden 22 vrouwelijke politieke gevangenen een open brief waarin zij de gevangenisautoriteiten beschuldigden van seksuele intimidatie tijdens zogenoemde lichamelijke inspecties. Zij eisten dat deze praktijken zouden stoppen. Onder hen bevond zich Narges Mohammadi, die eerder al extra straf kreeg omdat zij over deze misstanden rapporteerde. De vrouwen kondigden protestacties aan bij uitblijven van reactie. Hun brief legt niet alleen de omstandigheden in Evin bloot, maar ook de passiviteit van de buitenwereld.

Internationale hypocrisie als fundament van vergetelheid

De stilte rond Iran is zelden het gevolg van onwetendheid. Zij is het resultaat van politieke afwegingen. Oliebelangen, nucleaire onderhandelingen en regionale stabiliteit wegen zwaarder dan vrouwenlevens. Verklaringen blijven vaag, concrete consequenties blijven uit.

Ook binnen activistische en academische kringen is het opvallend stil. Organisaties en universiteiten die luid spreken over solidariteit, boycots en veilige ruimtes, zwijgen grotendeels over vrouwen die in Teheran worden gegeseld omdat zij hun haar tonen. Campagnes voor Narges Mohammadi blijven schaars. Massale vrouwenmarsen voor geëxecuteerde meisjes blijven uit. De hashtags zijn leeg, de vlaggen blijven opgerold.

Dit is de kern van de serie Vergeten vrouwen. Niet alleen het leed van vrouwen in onderdrukte contexten verdient aandacht, maar ook het ongemakkelijke zwijgen van wie zegt voor vrouwenrechten te staan. Vergetelheid is geen toeval. Zij is het gevolg van keuzes.

De situatie van vrouwen in Iran is geen binnenlandse aangelegenheid. Het is een internationale mensenrechtencrisis. De feiten zijn bekend en de rapporten gepubliceerd. Dat het stil blijft, is geen neutraliteit. Het is medeplichtigheid.

Dit artikel maakt deel uit van de serieVergeten vrouwen, over vrouwen die leven in onzichtbaarheid, onderdrukking of gevaar. 

Zweepslagen en de galg | b r o n n e n