Vergeten kinderen

IJskoud vergeten

Hoe kinderen verdwijnen in de Amerikaanse droom

De foto van Liam Ramos ging in januari 2026 de wereld over. Een vijfjarig jongetje in een blauwe konijnenmuts met een Spider-Man-rugzak, vastgehouden door gewapende ICE-agenten. Zijn arrestatie werd gepresenteerd als schokkend, maar was geen incident. Ze was het voorspelbare gevolg van een beleid dat al decennia kinderen opsluit en laat verdwijnen in een papieren doolhof, tot er weinig meer van hen overblijft dan een dossiernummer.

Wat hier zichtbaar wordt, is geen ontsporing maar een patroon. Een morele hiërarchie die al jaren bepaalt welke kinderen bescherming krijgen en welke vanaf hun geboorte als probleem worden gezien. Die onzichtbare grens wordt niet getrokken op basis van wat een kind doet, maar op basis van herkomst, huidskleur en papieren status.

Liam was niet de eerste. Hij zal ook niet de laatste zijn.

“This is not new. It has been happening for years.”

Iedere keer wanneer een kind wordt opgepakt door ICE, wanneer een leerling niet meer terugkomt in de klas of wanneer een gezin plots uit een wijk verdwijnt, volgt dezelfde reflex. Verontwaardiging en verbijstering, bijna automatisch gevolgd door de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren. Alsof het om iets zeldzaams gaat. Alsof het nieuw is.

Maar kinderen in detentie zijn geen recent fenomeen. Ze zijn geen bijproduct van één president en geen tijdelijke schade die later kan worden hersteld. Ze maken deel uit van een systeem dat al decennia bestaat en dat precies weet wat het doet. Ook toen Clinton, Obama en Biden in het Witte Huis zaten. Het beleid veranderde van toon en vorm, maar niet van richting.

“On paper, children are protected.”

Al in de jaren negentig werden afspraken gemaakt over hoe de Verenigde Staten met minderjarige migranten zouden omgaan. De Flores-regeling uit 1997 was helder. Kinderen in immigratiedetentie mochten maximaal twintig dagen worden vastgehouden, in een zo open en zorgzame omgeving mogelijk. Het doel was bescherming, juist om wreedheden en langdurige schade te voorkomen.

Op papier klonk dat menselijk. In de praktijk werd het iets anders.

ICE en aanverwante instanties vonden manieren om de regeling te gebruiken zonder haar te volgen. Niet door haar openlijk te negeren, maar door haar langzaam uit te hollen. De definitie van veiligheidsrisico werd zo breed dat zelfs een tekening, een schoolruzie of een vage verdenking voldoende kon zijn om kinderen langer vast te houden dan de wet toestaat. Tegelijkertijd werden kinderen ondergebracht in zogenoemde tijdelijke voorzieningen die formeel niet als detentiecentra golden, waardoor de regels theoretisch niet werden overtreden, maar in de praktijk wel.

Dat dit kon gebeuren, had weinig te maken met onduidelijkheid en alles met onwil. Politici keken weg, toezicht bleef zwak en private gevangenisbedrijven verdienden aan elke extra dag detentie. Zo veranderde een regeling die kinderen moest beschermen in een excuus om ze op te sluiten.

Dat kinderen niet thuishoren in detentie, is nooit serieus betwist. Ze verdienen zorg, bescherming en snelle hereniging met familie. Dat staat in verdragen en in Amerikaanse rechterlijke uitspraken. Dat het toch anders liep, was geen misverstand maar een keuze.

“It’s like a black hole.”

“Het is alsof ze verdwijnen in een zwart gat,” zei immigratieadvocaat Samantha Ratcliffe, die meerdere tieners bijstond. “Het gaat niet om gezinshereniging of kinderen die aan de grens zijn opgepakt. Het is iets anders. En niemand lijkt te weten dat het gebeurt.”

ICE en zijn voorgangers bouwden in de loop der jaren een systeem waarin kinderen wel degelijk konden worden vastgezet. Niet openlijk en niet voortdurend in beeld, maar verspreid over het land, in jeugdgevangenissen, tijdelijke voorzieningen en afgelegen instellingen. Soms voor dagen, soms voor weken, soms voor maanden. Vaak zonder uitleg over waarom ze daar waren, hoe lang het zou duren of welke rechten zij hadden. Regelmatig wisten ouders of advocaten niet waar de kinderen zich bevonden.

Al jaren plaatst ICE tieners in detentie op duizenden kilometers afstand van hun familie. Niet als uitzondering, maar als praktijk. In particuliere instellingen die draaien op overheidscontracten, soms naast volwassen gedetineerden. Plaatsen waar kinderen uit beeld verdwijnen zonder dat iemand hoeft uit te leggen waarom.

Dat dit geen incidenten zijn, blijkt uit de cijfers. In 2025 belandden meer dan 3.800 kinderen in immigratiedetentie. Niet als ontsporing, maar als regulier beleid. Jaar na jaar gaat het om duizenden kinderen. Niet alleen aan de grens, maar midden in het land. Kinderen die al jaren in de Verenigde Staten wonen, naar school gaan, Engels spreken, vrienden hebben en plannen maken. Soms zelfs kinderen die in de VS zijn geboren.

Hun zichtbaarheid beschermt hen niet.

“Once a child becomes a case, protection ends.”

Wat deze kinderen met elkaar verbindt, is niet hun uiterlijk, hun taal of hun gedrag, maar hun papieren status. Op het moment dat een kind wordt gekoppeld aan een zaak die moet worden afgehandeld, verschuift het van persoon naar dossier. Het verdwijnt naar de achtergrond en wordt een bijlage van een probleem dat beheersbaar moet blijven.

Hoe vijfjarigen met een konijnenmuts en een rugtas met een superheld ooit een gevaar voor de nationale veiligheid zouden vormen, is een vraag waar het systeem geen antwoord op hoeft te geven.

Onder iedere administratie, Democratisch of Republikeins, werd detentie ingezet als drukmiddel. Dat gebeurde terwijl alternatieven al jaren beschikbaar waren. Het Family Case Management Program liet zien dat gezinnen vrijwel altijd verschenen voor hun rechtszaken zonder dat kinderen hoefden te worden opgesloten. Het kostte een fractie van detentie en het werkte. Juist daarom werd het programma beëindigd – onder Trump moet voor de aanhang zichtbaar zijn dat er van immigranten werk wordt gemaakt. Het beeld van keurige gezinnen die zich op tijd komen melden bij de rechtbank past daar niet in.

“Routine creates legitimacy.”

Tegelijkertijd presenteert ICE zichzelf als professioneel en zorgzaam. Agenten spreken over ervaring met kinderen, vaste werkwijzen en expertise. Die taal is veelzeggend. Wat zich steeds opnieuw voordoet, wordt normaal. Wat normaal is, hoeft niet langer te worden uitgelegd.

In die normaliteit verdwijnen de omstandigheden uit beeld. Kinderen verblijven in afgesloten ruimtes zonder daglicht, slapen onder toezicht en hebben nauwelijks privacy. Ze krijgen beperkte toegang tot onderwijs, buitenlucht en familiecontact. Medische zorg is minimaal en vooral gericht op beheersing.

Zo worden kinderen geen grensgeval meer, maar onderdeel van het werk. Hun aanwezigheid vraagt geen morele afweging meer, alleen uitvoering. Wie nog twijfelt over de omstandigheden of denkt dat het allemaal wel meevalt, moet maar eens gaan zoeken naar Alligator Alcatraz of Dilley in Texas.

“The harm is documented and accepted.”

De gevolgen van detentie zijn al jaren vastgelegd. Artsen, psychologen en kinderrechtenorganisaties beschrijven steeds hetzelfde patroon. Kinderen raken angstig en trekken zich terug, slapen slecht en verliezen hun gevoel voor tijd. Jongere kinderen vallen terug in gedrag dat zij al lang ontgroeid waren. Oudere kinderen worden stil of onrustig. Sommigen stoppen met spreken, anderen doen zichzelf pijn omdat wachten in eenzaamheid zonder einde ondraaglijk wordt.

Deze schade zet snel in en verdiept zich naarmate de onzekerheid voortduurt. Detentie tast het vertrouwen van kinderen aan in volwassenen, in instituties en uiteindelijk in zichzelf. Wat bedoeld is als tijdelijk vasthouden, werkt door als blijvende ontwrichting.

Dit is geen onverwacht neveneffect. Het is een bekend risico dat keer op keer wordt geaccepteerd.

“One story makes the system disappear.”

Wanneer dit alles toch even door het publieke bewustzijn breekt, gebeurt dat meestal via één verhaal. Eén kind. Eén foto. Eén naam. De verontwaardiging is oprecht, maar ook geruststellend. Ze wekt de indruk dat het om een uitzondering gaat die kan worden hersteld.

Die uitzondering is er niet. De honderden kinderen die geen naam en gezicht krijgen, zitten er nog steeds.

“Silence is learned.”

Scholen zien leerlingen verdwijnen zonder uitleg. Een plek in de klas blijft leeg. Een naam wordt niet meer genoemd. Leraren weten niet wat ze mogen zeggen. Medescholieren leren dat sommige afwezigheden niet worden benoemd en dat er vragen zijn die je beter niet stelt.

Zo verdwijnt detentie uit het dagelijks gesprek, ook al speelt zij zich midden in dat leven af. Niet omdat niemand het ziet, maar omdat zwijgen veiliger voelt dan benoemen. Of omdat mensen bang zijn om hun baan te verliezen of per ongeluk iemand te verraden.

“Suspicion replaces innocence.”

Kinderen in ICE-detentie worden zelden gezien als kwetsbaar. Ze worden gekoppeld aan dreiging. Aan criminaliteit, bendes en gevaar. Dat frame is oud. Jongeren worden verdacht op basis van kleding, tekeningen, schoolnotities of losse associaties. Een symbool in een schrift. Een kleur schoen. Een telefoonnummer.

Verdenking volstaat om in te grijpen. Soms komt het signaal van politie of instanties, soms van scholen zelf. Wat begint als waakzaamheid, eindigt als dossier. Het vraagt wel om een bepaald slag docenten om kinderen aan te geven bij ICE, maar dat terzijde.

Zo verschuift de vraag van wat een kind heeft gedaan naar wat het mogelijk zou kunnen doen.

Dat is een bewuste keuze en hoe het systeem werkt.

“Not all children are equally legible as victims.”

Onder de vraag welk kind bescherming krijgt en welk kind geruisloos mag verdwijnen, ligt een sociale hiërarchie. Sommige kinderen worden vanzelfsprekend als slachtoffer herkend. Andere worden vanaf het begin gezien als onderdeel van een probleem. Dat onderscheid wordt zelden uitgesproken, maar werkt voortdurend door.

Dat klassenverschil is niet neutraal. Ze is gegroeid langs raciale lijnen en culturele aannames. Het ‘echte’ kind is onschuldig, herkenbaar. Blond haar, een Amerikaans accent, een geboortegrond die geen uitleg vraagt. Het andere kind draagt altijd iets mee dat wringt. Zelfs wanneer het jong is, naar school gaat, Engels spreekt of in de Verenigde Staten is geboren. Zelfs als het onschuldig is.

“The system does not forget. It functions.”

Wat dit alles zichtbaar maakt, is niet dat Amerika zijn kinderen vergeet. Het land ziet hen wel. Het telt hen, registreert hen en verplaatst hen. Wat ontbreekt, is erkenning van hun rechten wanneer die botsen met handhaving en politieke winst.

Zolang kinderen kunnen worden vastgezet zonder dat dit gevolgen heeft voor beleid, blijft het gebeuren. Zolang iedere zaak kan worden gepresenteerd als schokkend maar uitzonderlijk, hoeft niemand te erkennen dat het patroon oud is en bekend.

In dat vacuüm klinkt de roep om meer hardheid. Binnen MAGA-kringen wordt dit beleid niet gezien als probleem, maar als beginpunt, dat nog lang niet ver genoeg gaat. Tegelijk beginnen Republikeinen te draaien, omdat de gevolgen zichtbaarder worden en soms te dichtbij komen. Daartussen beweegt Trump, zonder afstand te nemen van een systeem dat hij hielp normaliseren.

Vergeten kinderen zijn hier geen kinderen zonder naam.
Het zijn kinderen wier namen niets veranderen.

Dat is geen misverstand.
Dat is hoe dit systeem al jaren werkt.

Alle quotes zijn afkomstig de bronnen in het overzicht. Klik hier om ze te lezen.

Totaal: € -