Voorgerecht: De champagne die naar plicht smaakte
De bel ging precies om zeven uur, zoals altijd. Opa keek op zijn horloge alsof hij een belangrijke afspraak had, oma glimlachte al voordat ze de deur opendeed. Krispin en Flora kwamen als eerste binnen, hij met een fles wijn die hij “een exclusieve Pinot Noir uit een onbekend wijnhuis” noemde, zij met een tas vol cadeaus die er duur uitzagen maar waarschijnlijk van de Action kwamen. Mirte volgde, haar jurk zo strak dat het leek alsof ze wilde wedijveren met de rollade in de oven. Lotte sleepte zich achter hen aan, alsof ze liever ergens anders was. Tante Truus en oom Bert kwamen als laatste, hij met een fles jenever die al half leeg was, zij met een schaal bitterballen die ze “voor de gezelligheid” had meegenomen.
Het huis rook naar schoonmaakmiddel en iets zoets, alsof oma had geprobeerd de geur van verwaarlozing te maskeren. Waldo, de hond, lag al onder de tafel, zijn ogen halfgesloten, zijn lichaam gespannen. Hij wist wat er komen ging.
Madame lag op de leuning van de stoel bij de gang. Ze rekte zich uit zonder haast. Ze had het huis al geroken: schoonmaakmiddel, jus, iets zoets dat probeerde te verbergen dat het hier nooit echt fris werd. Mensen dachten dat katten niets begrepen van bezit. Madame wist beter. Dit huis was van haar. De rest kwam op bezoek.
“Wat leuk dat jullie er zijn,” zei oma, alsof ze verrast was, alsof ze niet zelf had aangedrongen op dit diner, alsof ze niet drie weken geleden al had gebeld om te zeggen dat het zo gezellig zou zijn. “Ga zitten, ga zitten.”
Krispin koos de beste stoel, naast opa, alsof hij de troonopvolger was. Flora ging naast hem zitten en begon meteen op haar telefoon te tikken. “Ik moet even een story plaatsen,” zei ze. “Mensen willen weten dat ik er ben.”
“Wat doe je ook alweer precies?” vroeg Lotte terwijl ze een bitterbal pakte.
“Ik ben content creator,” zei Flora zonder op te kijken. “Ik deel mijn leven met de wereld.”
“Je deelt vooral foto’s van je avocado-toast, met drie likes, waarvan één van je moeder,” zei Krispin terwijl hij een klein biertje inschonk. “Maar het is belangrijk werk. Ze noemen het niet voor niets de nieuwe economie, als je tenminste genoeg tractie krijgt.”
Mirte snoof. “Ik werk op eerstegraadsniveau in de talensector. Dat is pas belangrijk.”
Madame keek op en dacht dat Mirte haar titel waarschijnlijk vaker gebruikte dan haar lesmateriaal.
“Wat houdt dat in?” vroeg oom Bert terwijl hij zijn hand op Lottes schouder legde.
“Ik zorg dat boodschappen op de juiste manier overkomen,” zei Mirte. “Het is een kunst.”
“Je stuurt mailtjes,” zei Krispin.
“Ik faciliteer dialoog,” corrigeerde Mirte.
Oma zette een schaal nootjes op tafel. “Lekker,” zei ze, alsof ze verwachtte dat iemand zou tegensputteren. Niemand pakte er een.
Krispin nam een slok van zijn kleine biertje en trok een gezicht alsof hij net iets bijzonders had geproefd.
“Deze IPA heeft echt diepe tonen. Je proeft de terroir.”
“Het is bier uit de supermarkt,” zei Flora.
“Precies,” zei Krispin. “Maar met karakter.”
Waldo liet een scheet, zacht maar dodelijk. Oma negeerde het.
“Zullen we aan tafel gaan?”
Soep
De soep was grijs en waterig, alsof oma had geprobeerd mist te koken.
“Het is een oud familierecept,” zei ze terwijl ze de kommen vulde.
“Het ziet er heerlijk uit,” loog Krispin. Hij nam een hap en legde zijn lepel meteen weer neer.
“Ik eet eigenlijk alleen nog biologisch. Voor een betere wereld.”
Madame keek naar zijn bord en dacht dat Krispin vooral zijn eigen imago voedde.
“Sinds wanneer?” vroeg Flora.
“Sinds ik mijn lichaam als een tempel ben gaan behandelen. Ik ben bezig met een detox én zorg voor het milieu.”
“Je at gisteren een broodje bal bij de snackbar,” zei Flora.
“Dat was een cheatmeal. Strategisch gepland.”
Madame dacht dat Krispin zijn principes net zo flexibel inzette als zijn vocabulaire.
Mirte nam een kleine hap soep en trok een gezicht alsof ze net iets giftigs had geproefd.
“Ik ben eigenlijk veganist.”
“Vorige week was je pescatariër,” zei Lotte.
“Ik evolueer,” zei Mirte.
Ze liet haar lepel zakken alsof ze zich iets herinnerde.
“Het is trouwens wel interessant,” zei ze achteloos, “dat mijn IQ tegenwoordig rond de 145 schommelt. Dat verklaart ook waarom ik dingen sneller zie dan anderen.”
Er viel een korte stilte waarin niemand wist of hier iets op gezegd moest worden. Mirte schonk zichzelf meer wijn in.
Madame kneep haar ogen samen en dacht dat Mirte vast weer een extra moeilijke tweesterren-Zweedse puzzel had opgelost. Met pen. Zonder gum.
Waldo liet een scheet.
Oom Bert leunde naar voren, zijn hand gleed langs Lottes arm.
“Je ziet er goed uit, Lotte. Heel volwassen.”
Lotte schoof een stukje op.
“Bedankt,” zei ze, alsof ze niet zeker wist of het een compliment was.
“Je hebt echt potentieel. Je zou model kunnen zijn.”
“Of vastgoed,” voegde tante Truus eraan toe, zonder te weten waar het over ging.
Waldo liet opnieuw een scheet, deze keer luider. Oma negeerde het.
“Wie wil er nog soep?”
“Ik ben eigenlijk al vol,” zei Krispin terwijl hij zijn kom halfleeg liet.
Hoofdgerecht
Opa sneed het vlees alsof hij een vijand onthoofdde.
“Wie wil er nog?” vroeg hij terwijl hij iedereen een stuk toeschoof dat meer vet dan vlees was.
“Ik eet alleen grass-fed vlees,” zei Krispin terwijl hij zijn stuk liet liggen.
“Dit is vlees van de slager,” zei oma.
“Precies. Te industrieel voor mijn systeem.”
“Je at vorige week een hamburger bij de McDonald’s,” zei Flora.
“Dat was een experiment. Ik onderzocht de impact van fastfood op mijn lichaam.”
“En?” vroeg Lotte.
“Ik heb drie dagen nodig gehad om te herstellen.”
Madame keek naar zijn bord en dacht dat herstel vooral tijd kostte als je gewend was aan aandacht.
Mirte prikte in haar vlees alsof ze hoopte dat het vanzelf zou verdwijnen.
“Ik ben eigenlijk flexitariër.”
“Vorige week was je vegetariër,” zei Krispin.
“Ik ben in een nieuwe fase van mijn leven.”
Madame dacht dat het niet alleen haar IQ was dat schommelde.
Oom Bert nam een grote hap en kauwde luid.
“Lekker,” zei hij alsof hij het meende. Zijn hand gleed weer over Lottes schouder.
“Je zou echt model moeten worden. Je hebt de juiste bouw.”
Lotte keek naar haar bord.
“Ik weet het niet.”
“Je hebt zoveel potentieel. Je zou er iets mee moeten doen.”
Madame sprong op tafel en liep langs de borden alsof ze inspecteerde wat er gegeten werd. Niemand stopte haar.
“Wie wil er nog aardappels?” vroeg oma.
“Ik eet geen koolhydraten,” zei Krispin.
“Sinds wanneer?” vroeg Flora.
“Sinds ik mijn metabolisme heb geoptimaliseerd.”
Waldo liet een scheet die de hele kamer vulde. Oma zuchtte.
“Die hond.”
Nagerecht
Oma haalde de cadeaus tevoorschijn, allemaal netjes in papier dat er duur uitzag maar waarschijnlijk van de Zeeman was.
“Ik hoop dat jullie ze leuk vinden,” zei ze, alsof ze verwachtte dat iemand zou klagen.
Krispin kreeg De spiegel die gebroken was, een boek over zelfreflectie.
“Perfect,” zei hij. “Ik leef al naar eigenschap acht.”
“Wat is eigenschap acht?” vroeg Lotte.
“Grootse dingen bereiken zonder moeite te doen.”
Flora kreeg een geurkaars.
“Oh, lavendel,” zei ze. “Mijn favoriet.”
Mirte kreeg een mok met GIRL BOSS erop.
“Praktisch,” zei ze alsof ze net een Oscar had gewonnen.
Oom Bert kreeg een fles jenever.
“Voor de gezelligheid,” zei opa.
“Ik drink alleen klein bier,” zei Krispin. “Om mijn lever te ontzien.”
“Je drinkt het omdat het goedkoop is,” zei Flora.
“Economisch verantwoord.”
Lotte kreeg een sjaal die eruitzag alsof oma hem zelf had gebreid, maar dan slecht.
“Dankjewel,” zei ze, niet helemaal overtuigd.
“Je ziet er echt volwassen uit in die sjaal,” zei oom Bert.
Lotte glimlachte zwakjes.
Madame sprong van tafel en liep de kamer uit.
Koffie
Oma zette koffie en likeur op tafel.
“Wie wil er nog?” vroeg ze, alsof ze verwachtte dat iemand nee zou zeggen.
“Ik moet eigenlijk gaan,” zei Lotte.
“Blijf nog even,” zei oom Bert. “We hebben het nog niet over je toekomst gehad.”
“Ik heb eigenlijk al plannen.”
“Maar niet de juiste.”
Krispin nam een slok van zijn kleine biertje.
“Ik ben bezig met een TEDx-talk. Over efficiëntie in de logistiek.”
“Over artikelen in dozen verplaatsen?” vroeg Flora.
“Precies,” zei Krispin. “Disruptive thinking.”
“Ik heb ook groot nieuws,” zei Mirte. “Mijn rol is uitgebreid.”
“Wat doe je nu?” vroeg tante Truus.
“Chief Happiness Officer,” zei Mirte.
Flora keek op van haar telefoon. “Is dat iets met een bordeel?”
Er viel een stilte.
“Nee,” zei Mirte strak. “Het gaat over welzijn en cultuur.”
“Vorige maand was je nog Coördinator Client Happiness,” zei Krispin.
“Ik groei in mijn carrière.”
Oma glimlachte.
“Wat fijn dat we allemaal bij elkaar zijn.”
Waldo liet een laatste scheet, alsof hij het met haar eens was.
“Volgend jaar weer,” zei oma terwijl ze de restjes in plastic bakjes deed.
“Ik kijk ernaar uit,” loog Krispin.
Madame keek naar het gezelschap dat nog steeds deed alsof dit iets voorstelde.
Ze rekte zich uit, sprong van tafel en dacht sit down, clowns.
Daarna verdween ze uit de kamer.
The Day After
Het huis was weer stil.
De stoelen stonden nog scheef, alsof ze zich niet hadden kunnen verenigen over wat hier precies was gebeurd. De lucht rook naar koude koffie, afgekoelde jus en iets wat ooit ambitie was geweest. Madame lag op de vensterbank en keek naar buiten. Niet omdat daar iets te zien was, maar omdat binnen alles al gezien was.
Krispin had een nieuw woord: abject.
Hij gebruikte het verkeerd.
Madame niet.
Ze wist wat hij nu deed. Hij zat thuis met zijn kleine biertje, dat hij wijn noemde zodra hij zich serieus wilde voelen. Zijn laptop open, zijn schouders iets te ver naar achteren. Hij schreef zinnen alsof hij ze persoonlijk had uitgevonden. Over integriteit. Over kwaliteit. Over stukken die “rondgingen”.
Artikelen, dacht Madame.
Dozen met inhoud die hij verplaatste en vervolgens deed alsof hij ze had gemaakt.
Hij sprak graag over duiding, terwijl hij vooral schoof. Over verantwoordelijkheid, zolang die abstract bleef. Over impact, zolang het hem niets kostte. Grote woorden deden het goed bij kleine handelingen.
Hij hield van taal, dacht Madame. Zolang die hem niet tegensprak.
Bert had zijn nieuwe dekbed waarschijnlijk al gebruikt. Hagelwit. Met een dubbele flap. Hij had er langer over nagedacht dan over grenzen. Madame zag hem voor zich, liggend in dat bed, tevreden, licht verontwaardigd over de wereld, denkend aan Lotte alsof zij een optie was. Iets wat vanzelf bij hem hoorde.
Hij noemde het waardering, dacht ze. Omdat verlangen te eerlijk klonk.
Truus had alles geliket. Alles. Ze jubelde mee vanaf haar bank, tussen kerstkaartjes en GIFs vol vrede en liefde. In haar hoofd was het altijd romantisch. Zelfs wat schuurt, maakte zij zacht. Vooral als het haar eigen rol betrof.
Ze hield van harmonie, dacht Madame. Zolang die niet door haar heen hoefde.
En Mirte.
Mirte was alweer online.
Chief Happiness Officer, zo noemde ze zichzelf. Madame had dat woord geproefd. Welzijn. Het klonk als een deken die je over een brand gooit en daarna zegt dat het warm is. Mirte schreef over respect, terwijl haar woorden sneden. Over dialoog, terwijl ze niemand liet uitspreken. Over feiten, terwijl ze vooral vocht.
Ze corrigeerde, beschuldigde, duwde. Met een glimlach. Met morele superioriteit. Met de zekerheid van iemand die altijd gelijk had, vooral als niemand het met haar eens was.
Ze had altijd haar medicatie bij zich, herinnerde Madame zich.
Voor noodgevallen.
Voor anderen, vooral.
Het was fascinerend hoe mensen zichzelf konden zien als hoeders van rust terwijl ze overal brandjes stichtten. Hoe boosheid verkocht werd als zorg. Hoe rancune klonk als helderheid. Hoe taal werd gebruikt om niet te hoeven luisteren.
Madame kneep haar ogen samen.
Abject, dacht ze opnieuw.
Ja. Dat was het juiste woord.
Ze sprong van de vensterbank, liep door het huis dat weer van haar was, en ging liggen op de stoel die niemand echt had opgeëist. Buiten begon een nieuwe dag. Binnen was het eindelijk rustig.
Niet omdat het beter was geworden, maar omdat iedereen weer veilig in zijn eigen bubbel zat, druk bezig met zichzelf rechtvaardigen.
Madame sloot haar ogen.
Taal, dacht ze, is prachtig.
Maar in verkeerde handen is het niets meer dan verpakkingsmateriaal.
En dat was misschien wel het meest abjecte van alles.